ECLI:NL:RBOVE:2026:2044
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Zwolle
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning in Zwolle, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2023 is vastgesteld op €409.000,-. Tegen deze vaststelling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen. Belanghebbende stelde onder meer dat zijn woning kwalitatief minder is dan de vergelijkingsobjecten en dat correctiefactoren onvoldoende rekening houden met waardevermindering door tijd en stijgende renovatiekosten.
De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2026 behandeld en beoordeelt of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar verwees naar een taxatiematrix met vier vergelijkbare woningen in Zwolle, die een hogere waarde van €426.000,- rechtvaardigt. De rechtbank oordeelt dat de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten voldoende zijn meegenomen en dat de waardering passend is.
De stelling van belanghebbende dat zijn woning een premie a-woning is en kwalitatief slechter dan de vergelijkingsobjecten, is niet onderbouwd. Ook de argumenten over de beperkte recreatieve waarde van de tuin zijn door de heffingsambtenaar en eerdere rechtspraak gemotiveerd weerlegd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de aanslag gehandhaafd blijft en belanghebbende geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting wordt ongegrond verklaard.