ECLI:NL:RBOVE:2026:2046
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning in Dalfsen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Dalfsen, vastgesteld op € 337.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde en verwees in beroep naar een taxatiematrix die een hogere waarde van € 351.000 onderbouwde.
De rechtbank beoordeelde de vergelijkingsobjecten die de heffingsambtenaar gebruikte en concludeerde dat deze voldoende vergelijkbaar waren met de woning van belanghebbende. De verschillen in gebruiksoppervlakte, uitstraling en voorzieningen waren adequaat verwerkt in de waardering. Belanghebbende voerde aan dat WOZ-waarden van andere woningen als referentie moesten gelden, maar de rechtbank wees dit af omdat de Wet WOZ uitgaat van feitelijke verkoopprijzen.
Verder stelde belanghebbende dat de kwaliteit en staat van de woning onvoldoende waren meegewogen, maar de rechtbank stelde vast dat het voorzieningenniveau als matig was aangemerkt, wat een waardedrukkend effect heeft. Ook de kritiek op de gebruikte referentiewoningen en de verkoopdata werd verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de WOZ-waarde bleef gehandhaafd en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 337.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.