Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2049

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
ak_24_3978
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens te late indiening bezwaar waterschapsbelasting

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag waterschapsbelasting 2024, maar diende dit bezwaar te laat in, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk en handhaafde de aanslag.

De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was, mede omdat belanghebbende niet aanwezig was om een reden voor de termijnoverschrijding toe te lichten. De inhoudelijke gronden van het bezwaar, waaronder de aansluiting op een IBA-systeem, werden louter ten overvloede beoordeeld en verworpen omdat watersysteemheffing niet afhankelijk is van zuiveringsheffing.

De rechtbank wees het beroep af, waardoor de aanslag in stand blijft en belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Rijksen en griffier R.M. Timmerman op 14 april 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard en de aanslag watersysteemheffing blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/3978

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van het GBLT, de heffingsambtenaar

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 15 oktober 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2024 een aanslag in de waterschapsbelastingen opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2026 ter zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen. Belanghebbende is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in dit beroep de niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaar van belanghebbende. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden.
3. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar
4. De heffingsambtenaar heeft op 30 juni 2024 aan belanghebbende een aanslag voor de waterschapsbelastingen (de watersysteemheffing) opgelegd. Op het aanslagbiljet staat vermeld dat belanghebbende binnen zes weken na de datum van het aanslagbiljet bezwaar kan maken. Dat betekent dat het bezwaar van belanghebbende uiterlijk op 11 augustus 2024 door de heffingsambtenaar moest zijn ontvangen.
5. Belanghebbende heeft op 16 augustus 2024 via digitale weg een bezwaarschrift ingediend en niet in geschil is dat belanghebbende zijn bezwaar te laat heeft ingediend.
6. In zijn verweerschrift heeft de heffingsambtenaar erkend dat belanghebbende niet in de gelegenheid is gesteld om toe te lichten waarom hij meent dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht. Belanghebbende was niet aanwezig ter zitting en de rechtbank heeft belanghebbende daardoor niet kunnen vragen of hij alsnog een reden voor de te late indiening wilde aanvoeren. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens de te late indiening ervan. Het beroep is dus ongegrond.
Ten overvloede
7. Omdat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar tevens inhoudelijke overwegingen ten aanzien van het bezwaar heeft opgenomen, zal de rechtbank louter ten overvloede hierover een oordeel geven.
8. Belanghebbende stelt dat zijn afvalwater wordt afgevoerd op een IBA aansluiting en dat de aanslag voor de watersysteemheffing daarom onterecht is. De heffingsambtenaar heeft om deze reden bij huisnummer [nummer] de aanslagen over 2022 en 2023 gecrediteerd.
9. Tussen partijen is niet in geschil dat de woning van belanghebbende is aangesloten op een IBA-systeem. Zoals de heffingsambtenaar in zijn verweerschrift naar voren brengt, maakt dit niet dat belanghebbende de watersysteemheffing niet zou hoeven betalen. Watersysteemheffing is geen zuiveringsheffing. Het wordt niet geheven ter bestrijding van de kosten voor het zuiveren van afvalwater, maar ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan het beheer van watersystemen. Uit de memorie van toelichting bij de wijziging van de Waterschapswet blijkt dat ingezetenen en eigenaren per definitie belang hebben bij de watersysteemtaken van het waterschap, zodat iedere ingezetene en eigenaar watersysteemheffing verschuldigd is. [1] Belanghebbende vormt daarop geen uitzondering.
10. Ter zitting heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar aangegeven dat in de wijk waar belanghebbende woont (inderdaad) aanslagen
zuiveringsheffingzijn vernietigd omdat deze onterecht waren opgelegd, maar geen aanslagen watersysteemheffing. Dit is volgens de heffingsambtenaar ook bij belanghebbende gebeurd. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt daardoor niet.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en de aanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug en krijgt evenmin een vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.M. Timmerman, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 2005/2006, 30 601, nr. 3.