ECLI:NL:RBOVE:2026:2057
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag jeugdhulp; voorlopige voorziening toegekend
Deze uitspraak betreft een beroep tegen het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten wegens het niet tijdig beslissen op een aanvraag om ondersteuning op grond van de Jeugdwet.
De aanvraag werd op 1 november 2025 ingediend, waarna de beslistermijn van acht weken verstreek zonder besluit. Eiser stelde het college op 26 maart 2026 in gebreke en verzocht binnen twee weken te beslissen. Het beroep werd te vroeg ingediend, maar op de zitting werd het alsnog ontvankelijk verklaard. Omdat het college nog steeds geen besluit had genomen, werd het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank weigerde een getrapte besluitvorming met een voorlopig en definitief besluit vanwege rechtszekerheid en kende ambtshalve een voorlopige voorziening toe. Deze voorziet in een persoonsgebonden budget voor acht uur per week individuele begeleiding tegen het informele uurtarief, aansluitend bij de vermindering van werktijd van de vader van eiser.
De voorlopige voorziening geldt met onmiddellijke ingang tot zes weken na het primaire besluit. De rechtbank benadrukte het belang van herstel van vertrouwen tussen partijen en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt gegrond verklaard en een voorlopige voorziening toegekend voor acht uur per week individuele begeleiding.