Uitspraak
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
Rechtbank Overijssel
Eisers huren een woning van gedaagde en vorderen herstel van diverse gebreken die het huurgenot aantasten, alsmede een huurprijsvermindering van 50% totdat herstel heeft plaatsgevonden. Gedaagde voert verweer dat gebreken onvoldoende zijn onderbouwd, deels voor rekening van eisers komen en dat herstelkosten buitensporig zijn.
De kantonrechter beoordeelt per gebrek of sprake is van een gebrek dat herstel door verhuurder rechtvaardigt. Voor een aantal gebreken, zoals houtrot in dakkapellen, slecht voegwerk in de badkamer, gebreken aan installaties, dakpannen, schoorsteenlood en goten, wordt herstel toegewezen. Andere gebreken, zoals lekkages, ventilatieproblemen, keuken en vloerverwarming, worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat herstel niet op korte termijn noodzakelijk is.
De huurprijs wordt met 20% verminderd vanaf zes weken na 29 oktober 2024 tot het moment van herstel, omdat de genotsvermindering voldoende is maar een vermindering van 50% te hoog wordt geacht. Gedaagde krijgt een termijn van negen maanden voor herstel, met een dwangsom van €250 per dag tot maximaal €60.000 bij niet-naleving. De kosten van de bouwtechnische keuring en proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot herstel van diverse gebreken binnen negen maanden en huurprijsvermindering van 20% tot herstel is voltooid.