Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2060

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
11938481 \ CV EXPL 25-1939
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens schending gedragsaanwijzing en overlast

In een eerdere procedure in 2024 is aan de huurder een gedragsaanwijzing opgelegd vanwege klachten over overlast en ongefundeerd klagen. STJA vordert nu ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming omdat de huurder zich niet aan deze gedragsaanwijzing zou hebben gehouden.

De kantonrechter stelt vast dat de huurder opnieuw overlast veroorzaakt, waaronder intimiderend gedrag en geluidsoverlast, zoals blijkt uit meldingen van buren en een ambulant begeleider. Ook klaagt de huurder frequent zonder de juistheid van zijn klachten aan te tonen, wat in strijd is met de gedragsaanwijzing.

De huurder heeft niet meegewerkt aan een geluidsmeting en weigert contact met STJA, waardoor zijn klachten niet kunnen worden onderzocht. Gezien de ernst van de overlast en het eerdere vonnis, wordt de huurovereenkomst ontbonden en moet de huurder binnen twee maanden ontruimen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurpenningen en proceskosten.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder moet binnen twee maanden ontruimen wegens schending van de gedragsaanwijzing en het veroorzaken van overlast.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11938481 \ CV EXPL 25-1939
Vonnis van 14 april 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING SINT JOSEPH ALMELO,
te Almelo,
eisende partij,
hierna te noemen: STJA,
gemachtigde: mrs. J.J. Pullen en R.F.A. Rorink,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. G.J. Hollema.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 oktober 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord van 23 december 2025,
- de e-mail van 24 december 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 18 maart 2026, waar beide partijen zijn verschenen, bijgestaan door de gemachtigden. Namens STJA zijn spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De samenvatting

In een eerdere procedure tussen STJA en [gedaagde] in 2024 heeft de kantonrechter aan
[gedaagde] een gedragsaanwijzing opgelegd. STJA is van mening dat [gedaagde] zich niet aan de gedragsaanwijzing heeft gehouden en vordert in deze procedure ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. [gedaagde] is het daar niet mee eens.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de gedragsaanwijzing heeft geschonden en wijst de vorderingen van STJA toe.
3. De feiten
3.1.
Met ingang van 1 november 2007 verhuurt STJA de bovenwoning gelegen aan de [adres] aan [gedaagde].
3.2.
Nadat STJA in de periode vanaf 2013 meldingen van overlast heeft ontvangen over [gedaagde] alsmede door [gedaagde] over zijn buren, is er door deze rechtbank een (eerder) vonnis gewezen op 24 september 2024.
3.3.
In het vonnis van 24 september 2024 is heeft de kantonrechter onder 5.3. overwogen, kortgezegd, dat de omstandigheden (te weten het niet onderbouwd klagen en de toon daarvan) een ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning rechtvaardigen. In dat vonnis is aan [gedaagde] een gedragsaanwijzing opgelegd die als volgt luidt:

6.1.
[gedaagde] dient zich als goed huurder in de zin van de huurovereenkomst en artikel 7:213 van Pro het Burgerlijk Wetboek te gedragen,
[gedaagde] zal aan omwonenden geen enkele overlast veroorzaken,
[gedaagde] zal niet meer klagen over overlast zonder tegelijkertijd de juistheid van de klachten aan te tonen,
Wanneer [gedaagde] klaagt over overlast is het [gedaagde] toegestaan dit enkel te doen per e-mail aan het e-mailadres: [e-mailadres] althans een ander door eiseres door te geven e-mailadres,
[gedaagde] zal rekening houden met zijn omgeving en zal zich in de contacten met de omwonenden, medewerkers van STJA welwillend (meewerkend, oplossingsgericht) opstellen,
[gedaagde] zal geen onjuiste uitingen over STJA openbaren en zal in elk geval geen medewerkers van STJA met naam en toenaam noemen in uitingen.’
3.4.
In november 2024 heeft [gedaagde] bij STJA meerdere meldingen over zijn buren gedaan. Vanaf juli 2025 klaagt [gedaagde] frequent over zijn onderbuurman op nummer [nummer], de heer [naam 1], hierna: [naam 1]. Op deze overlastmeldingen heeft STJA acties ondernomen.
3.5.
Op 27 juli 2025 heeft STJA een anonieme melding ontvangen van een omwonende van [gedaagde]. In deze melding staat onder andere:
‘(…)
De buurman veroorzaakt opzettelijk geluidsoverlast door regelmatig hard te bonken, met name op de verwarming. Ook als wij rustig praten met andere buren(…)
begint hij agressief te schreeuwen met ketsende en bedreigende taal(…)
Dagelijks gooit hij meerdere keren etensresten van zijn balkon op straat. Dit trekt veel ongedierte aan, zoals vliegen, maden, ratten en muizen(…)
Tot overmaat van ramp word ik ook regelmatig geïntimideerd(…)
De buurman heeft een uitgesproken negatieve houding tegenover andere bewoners, in het bijzonder de buurman op nummer [nummer]. Hij uit openlijk dreigementen naar hem toe en veroorzaakt ook bij hem veel overlast.(…)’.
3.6.
Op 31 juli 2025 heeft STJA een formele melding ontvangen van de ambulant begeleider van [naam 1]. In de klacht van de ambulant begeleider staat onder andere:
‘(…)
De buurman van de heer [naam 1] vertoont verontrustend en intimiderend gedrag. Hij:- Spuugt meerdere malen tegen de voordeur van de heer [naam 1];(…)
- Schopt dode muizen voor zijn deur;- Heeft hem eerder bedreigd, maar de laatste week is de situatie aanzienlijk verergerd.- Zegt onder andere: “Jouw tijd is bijna voorbij… tik tak boem.”(…)’.
3.7.
Bij e-mail van 3 augustus 2025 heeft [gedaagde] een (voormalig) medewerkster van
STJA, [naam 2], bericht. Voor zover van belang staat in dit bericht:
‘(…)
Met de woorden van: ik zou meerdere personen in de buurt bedreigd hebben,jij maakte met je vinger een rond draaiende beweging, deze omgeving.(…)
Ik heb jou gezegd [naam 3], geef mij een adres, huisnummer , datum en tijdstip wanneer dat gebeurt zou zijn en wat ik dan zou hebben gezegd.Jij kon mij weer geen antwoord geven.[naam 4] kon mij eveneens geen antwoord geven.(…)
Afspraak van woensdag 6-8-25 kun je helemaal vergeten.(…)’.

4.Het geschil

4.1.
STJA vordert – samengevat – dat de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen ontbindt en [gedaagde] veroordeelt de woning binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis te ontruimen, in goede staat op te leveren en ontruimd te houden. STJA vordert ook veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de huurpenningen van € 464,87 per maand tot de dag van ontruiming. Ten slotte vordert
STJA dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld.
4.2.
[gedaagde] voert verweer.

5.De standpunten van partijen en de beoordeling daarvan

5.1.
De vraag die in deze zaak centraal staat is of [gedaagde] de criteria b) en c) van de gedragsaanwijzing uit het vonnis van 24 september 2024 heeft geschonden en zo ja, of daarmee de in deze procedure gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde kan worden toegewezen. Dit mede in het licht van r.o. 5.3. in het vonnis van 24 september 2024, waarin reeds is geoordeeld dat de omstandigheden, het niet onderbouwd klagen en de toon daarvan, een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigen.
Schending van de gedragsaanwijzing
5.2.
STJA stelt dat [gedaagde] criterium b) van de gedragsaanwijzing (
zal aan omwonenden geen enkele overlast veroorzaken) overtreedt, omdat hij (opnieuw) overlast veroorzaakt. STJA verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar productie 11 (een overlastmelding van de ambulant begeleider van [naam 1]) en productie 14 (een anonieme melding van buren) van de dagvaarding. [gedaagde] betwist dat hij overlast veroorzaakt. Bovendien, zo stelt [gedaagde], zou [naam 1] verhuizen en dan was het zogenaamde probleem opgelost. Ook de anonieme melding wordt door [gedaagde] betwist. Bovendien is deze melding niet onderbouwd met geluid en foto’s, of anderszins.
5.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is uitvoerig stilgestaan bij de vraag waar de klachten vandaan komen. De kantonrechter is van oordeel dat STJA haar standpunt dat
[gedaagde] criterium b) van de gedragsaanwijzing heeft overschreden, voldoende heeft onderbouwd. De meldingen komen niet alleen van buren die anoniem willen blijven. Er wordt bovendien heel gedetailleerd beschreven waar de buren overlast van ervaren. Daarnaast betreft de onderbouwing ook een klacht van de ambulant begeleider van [naam 1], de onderbuurman van [gedaagde]. De melding van de ambulant begeleider (zie r.o. 3.6.) en de anonieme melding (zie r.o. 3.5.) zijn naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk en spreken voor zich: [gedaagde] bedreigt en intimideert [naam 1] en andere omwonenden en veroorzaakt overlast. Daar komt nog bij dat op de overgelegde foto een muis is te zien en dat op de in het geding gebrachte video het spugen van [gedaagde] is te zien. De overlast is bovendien zodanig ernstig dat deze toewijzing van de vordering rechtvaardigt: uit de meldingen blijkt duidelijk hoeveel last de buren van [gedaagde] hebben, terwijl [gedaagde] met de gedragsaanwijzing een gewaarschuwd mens was. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, komt de kantonrechter tot de conclusie dat [gedaagde] criterium b) van de gedragsaanwijzing heeft geschonden.
5.4.
De kantonrechter zal nu criterium c) van de gedragsaanwijzing behandelen
(
[gedaagde] zal niet meer klagen over overlast zonder tegelijkertijd de juistheid van de klachten aan te tonen). [gedaagde] stelt nog steeds met enige regelmaat overlast (met name geluidsoverlast) te ervaren van met name zijn onderbuurman, [naam 1]. [gedaagde] stelt ook dat hij het gevoel heeft niet serieus genomen te worden door STJA.
STJA heeft deze klachten van [gedaagde] ontvangen en heeft geprobeerd met [gedaagde] daarover in gesprek te komen. Dit is uiteindelijk niet gelukt. [gedaagde] kan namelijk geen post ontvangen, omdat hij de brievenbus heeft afgeplakt. Daarom is STJA bij [gedaagde] op bezoek gegaan. Bij een bezoek aan zijn adres wilde [gedaagde] twee medewerkers
([naam 2] en [naam 4]) niet binnen laten. Op de uitnodiging om op kantoor te komen op
6 augustus 2025 is [gedaagde] niet ingegaan. Sterker nog, uit het e-mailbericht van 3 augustus 2025 (r.o. 3.7.) volgt duidelijk dat [gedaagde] de afspraak heeft geannuleerd: ‘
Afspraak van woensdag 6-8-25 kun je helemaal vergeten’.
Onder deze omstandigheden kan [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter niet stellen dat STJA de klachten niet serieus heeft genomen. Door niet in gesprek te gaan heeft
[gedaagde] STJA ook niet de gelegenheid gegeven om zijn klachten over [naam 1] nader te onderzoeken. Daarmee kan de door [gedaagde] ervaren overlast niet worden vastgesteld.
[gedaagde] meent dat de kwestie zou zijn opgelost als [naam 1] was verhuisd. Het gegeven dat [naam 1] niet is verhuisd betekent evenwel niet dat het probleem door toedoen van STJA in stand blijft. STJA kan een huurder immers niet verplichten zijn woning op te geven en
[gedaagde] heeft een eigen verantwoordelijkheid om niet ongefundeerd te klagen zoals hij heeft gedaan. Dat betekent dat ook criterium c)van de gedragsaanwijzing is geschonden.
5.5.
[gedaagde], althans zijn gemachtigde, heeft nog aangeboden een geluidsmeting te (laten) doen. Daar gaat de kantonrechter niet meer in mee, omdat:
1) [gedaagde] de eerdere geluidsmeting heeft afgezegd en er niet aan mee heeft willen werken, omdat, zo verklaarde [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling, [naam 1] stil was en
2) [gedaagde] nog altijd uitspreekt dat ‘het weer rustig is’, dus dan heeft een meting ook weinig toegevoegde waarde.
Conclusie5.6. Concluderend oordeelt de kantonrechter dat [gedaagde] de gedragsaanwijzing heeft geschonden. In het vonnis van 24 september 2024 is duidelijk naar voren gekomen dat er toen al genoeg reden was om over te gaan tot ontbinding van de overeenkomst en ontruiming van het gehuurde. Met het opleggen van de gedragsaanwijzing was duidelijk dat dit de laatste kans was voor [gedaagde]. Nu vast staat dat [gedaagde] de gedragsaanwijzing heeft geschonden, is de vordering van STJA om de huurovereenkomst te ontbinden en het gehuurde te ontruimen, toewijsbaar.
Ontruimingstermijn5.7. STJA vordert een ontruimingstermijn van twee weken. De kantonrechter ziet aanleiding de ontruimingstermijn te verlengen naar twee maanden, gelet op de persoonlijke omstandigheden van [gedaagde]: [gedaagde] is aangewezen op sociale huur en het zal voor hem niet gemakkelijke zijn om voor een vergelijkbare huurprijs andere woonruimte te vinden. Daarom wordt [gedaagde] extra tijd gegund.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.8.
STJA vordert dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. [gedaagde] wil dat het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, omdat er geen sprake is van een acute situatie en omdat een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van gehuurde onomkeerbaar is.
5.9.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. [gedaagde] was een gewaarschuwd mens: na de opgelegde gedragsaanwijzing moest het voor [gedaagde] duidelijk zijn waar hij zich aan moest houden. Dat is niet gebeurd. STJA heeft genoeg geduld getoond en heeft er belang bij om het vonnis uit te kunnen voeren ook als [gedaagde] hoger beroep instelt. Het vonnis zal dan ook uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard
Proceskosten5.10. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van STJA worden begroot op:
- dagvaarding € 119,40
- griffierecht € 135,00
- salaris gemachtigde € 454,00 (2,00 punten keer € 217,00 per punt)
- nakosten
€ 108,50(plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing)
totaal € 816,90

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen STJA en [gedaagde] met betrekking tot de woning aan de [adres];
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan de [adres] binnen twee maanden na betekening van dit vonnis, met al hetgeen daartoe behoort en met wie of wat daarin of daarop aanwezig is, te ontruimen, in goede staat op te leveren en ontruimd te houden;
6.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 464,87 per maand tot de dag waarop het gehuurde is ontruimd;
6.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 816,90, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.