ECLI:NL:RBOVE:2026:2070
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorzieningen inzake toevertrouwing, zorgregeling en alimentatie na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen en ouders van twee minderjarige kinderen. De man verzoekt om voorlopige toevertrouwing van het oudste kind aan hem, een zorgregeling voor beide kinderen en een verdeling van vakanties en feestdagen. De vrouw verzoekt om toevertrouwing aan haar, afwijzing van de zorgregeling en een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.
De rechtbank neemt kennis van de uiteenlopende standpunten, waarbij de vrouw mishandeling en agressie door de man aanvoert, terwijl de man stelt dat de co-ouderschapsregeling zonder gegronde reden is stopgezet. De Raad adviseert de oorspronkelijke zorgregeling te hervatten en ziet geen aanleiding voor een raadsonderzoek.
De rechtbank vertrouwt het oudste kind toe aan de man en het jongste aan de vrouw, stelt de door de man verzochte zorgregeling voorlopig vast met begeleiding van Curess, en legt de man een voorlopige kinderalimentatieplicht op van € 450 per maand. Partneralimentatie wordt afgewezen omdat de vrouw in haar eigen behoefte kan voorzien.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige toevertrouwing van het oudste kind toe aan de man en het jongste kind aan de vrouw, stelt een zorgregeling vast en legt de man een voorlopige kinderalimentatieplicht op.