Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2:op 16 oktober 2024 in Deventer een airsoftwapen voorhanden heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
vermelden dat het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de uitlating is weergegeven;
°, van de Wet wapens en munitie (WWM) valt. Dit houdt in dat het wapen zodanig op een echt vuurwapen lijkt, dat het voor bedreiging en afdreiging geschikt is. [3] Verdachte is geen lid van de genoemde airsoftverenigingen en is ook nooit lid geweest. [4] Verdachte verklaart op de zitting dat het aangetroffen voorwerp van hem is. Hij heeft dit ongeveer zeven jaren geleden aangeschaft en sindsdien in zijn bezit gehad. [5]
°, WWM, voorhanden heeft gehad. Omdat verdachte geen lid is (geweest) van een airsoftvereniging, was het hem niet toegestaan om dat airsoftwapen voorhanden te hebben. Het verweer van de verdediging dat het onder verdachte in beslag genomen voorwerp niet als een airsoftwapen kan worden gekwalificeerd, is hiermee weerlegd. De rechtbank is van oordeel dat het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) dagen;
teruggave aan verdachtevan de in beslag genomen
Oppo-telefoon;