Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4].
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
€ 50,00: in totaal € 431,80.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) maanden;
3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien [verdachte] voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen dat [verdachte] zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien [verdachte] gedurende de proeftijd de navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:
bijzondere voorwaardendat [verdachte]:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat [verdachte]:
dadelijk uitvoerbaar zijn;
[slachtoffer 3](feit 1 primair en feit 3) toe tot een bedrag van € 760,00 bestaande uit € 10,00 materiële schade en € 750,00 immateriële schade;
[slachtoffer 3](feit 1 primair en feit 3) van een bedrag van € 760,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2025, voor zover dit bedrag niet door zijn mededader(s) zal zijn voldaan;
maatregelop dat [verdachte] verplicht is ter zake van het onder feit 1 primair en feit 3 bewezenverklaarde tot
hoofdelijke betalingaan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 760,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
7 dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door zijn mededader(s) zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 5](feit 2 subsidiair en feit 3) toe tot een bedrag van € 1.431,81 bestaande uit € 431,81 materiële schade en € 1.000,00 immateriële schade;
[slachtoffer 5]
maatregelop dat [verdachte] verplicht is ter zake van het onder feit 2 subsidiair en feit 3 bewezenverklaarde tot
hoofdelijke betalingaan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.431,81, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
14 dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door zijn mededader(s) zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 1](feit 3) toe tot een bedrag van € 1.635,00 bestaande uit € 385,00 materiële schade en € 1.250,00 immateriële schade;
[slachtoffer 1](feit 3) van een bedrag van € 1.635,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2025, voor zover dit bedrag niet door zijn mededader(s) zal zijn voldaan;
maatregelop dat [verdachte] verplicht is ter zake van het onder feit 3 bewezenverklaarde tot
hoofdelijke betalingaan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.635,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
16 dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door zijn mededader(s) zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2](feit 3) toe tot een bedrag van
[slachtoffer 2](feit 3) van een bedrag van € 500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2025, voor zover dit bedrag niet door zijn mededader(s) zal zijn voldaan;
maatregelop dat [verdachte] verplicht is ter zake van het onder feit 3 bewezenverklaarde tot
hoofdelijke betalingaan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
5 dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door zijn mededader(s) zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 4](feit 3) toe tot een bedrag van € 750,00 bestaande uit immateriële schade;
[slachtoffer 4](feit 3) van een bedrag van € 750,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2025, voor zover dit bedrag niet door zijn mededader(s) zal zijn voldaan;
maatregelop dat [verdachte] verplicht is ter zake van het onder feit 3 bewezenverklaarde tot
hoofdelijke betalingaan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
7 dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door zijn mededader(s) zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;