Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2106

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
ak_24_2068
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 AwbArtikel 30a Wet WOZArtikel 7.7 Verordening op de advocatuur
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning na beroep tegen uitspraak op bezwaar

Belanghebbende, eigenaar van een vrijstaande woning, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.223.000 op 1 januari 2022, welke leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2023. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, maar verdedigde in het beroepschrift een lagere waarde van €1.120.000.

Tijdens de zitting op 27 maart 2026 stemde belanghebbende in met deze lagere waarde. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde de uitspraak op bezwaar. De WOZ-waarde werd vastgesteld op €1.120.000, wat leidt tot een vermindering van de aanslag.

Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.868 en het griffierecht van €51 aan belanghebbende. De rechtbank zag geen aanleiding voor een extra wegingsfactor voor proceskosten, gelet op het verbod op resultaatgerelateerd honorarium voor advocaten.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €1.120.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/2068

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

namens de erven van [erflater],
[belanghebbende], belanghebbende,
gemachtigde: mr. F. Jagersma,
en

de heffingsambtenaar van Rijssen-Holten,

gemachtigde: J.W.H. Kottink.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 7 februari 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 1.223.000,- (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbenden ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rijssen-Holten voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbenden ongegrond verklaard en daarbij de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. In dit verweerschrift heeft de heffingsambtenaar aangegeven een lagere WOZ-waarde, namelijk van € 1.120.000,- te verdedigen.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het beroep Awb 24/2155, op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [belanghebbende] en zijn gemachtigde, [naam], de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur], taxateur.

Feiten

2. Belanghebbende is eigenaar van de woning. De vrijstaande woning is gebouwd in 1984, heeft een gebruiksoppervlakte (gbo) van 219 m² op een perceel van 10.071 m² en 1.489 m² bosgrond. De woningen beschikt over een souterrain, een zolder en een schuur.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat de heffingsambtenaar in het verweerschrift heeft geconcludeerd dat de WOZ-waarde van de woning van belanghebbenden in het besluit op bezwaar niet langer wordt gehandhaafd en dat de waarde dient te worden verlaagd naar € 1.120.000,-. Ter zitting heeft belanghebbende aangegeven hiermee akkoord te gaan.
4. De rechtbank zal zich hierbij aansluiten en beslissen conform hetgeen partijen zijn overeengekomen. Dat betekent dat het beroep gegrond is.
5. Het verzoek om een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, heeft de gemachtigde van belanghebbende op de zitting laten vervallen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde niet in stand blijft. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf een beslissing en bepaalt dat de WOZ-waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2022 € 1.120.000,- bedraagt.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbenden vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De rechtbank stelt deze vergoeding met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,- Dit is als volgt berekend: 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1. De rechtbank ziet geen aanleiding om de extra wegingsfactor als bedoeld in artikel 30a van de Wet WOZ toe te passen, omdat belanghebbende wordt vertegenwoordigd door een advocaat en voor advocaten een verbod op een resultaat gerelateerd honorarium bestaat. [1] Er is daarom sprake van een bijzonder geval zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025. [2]

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning [adres] voor het belastingjaar 2023 tot een bedrag van € 1.120.000,-;
- bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting overeenkomstig deze waarde wordt verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.868,-;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van
P.P. van Essen - van 't Ende, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 7.7 van de Verordening op de advocatuur.