ECLI:NL:RBOVE:2026:2107
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na beroep tegen bezwaarheffing
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €1.223.000 per 1 januari 2022, welke waarde ook de basis vormde voor de aanslag onroerendezaakbelasting 2023. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard, maar in het verweerschrift bij het beroep een lagere waarde van €1.120.000 verdedigd.
Tijdens de zitting op 27 maart 2026 zijn partijen akkoord gegaan met deze lagere WOZ-waarde. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende tot de notariële levering in juli 2024 mede-eigenaar was en dus belang heeft bij de uitspraak. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en neemt zelf een beslissing conform artikel 8:72 Awb Pro, waarbij de WOZ-waarde wordt vastgesteld op €1.120.000.
De heffingsambtenaar wordt verplicht het betaalde griffierecht van €51 aan belanghebbende te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten vastgesteld die voor vergoeding in aanmerking komen. De aanslag onroerendezaakbelasting wordt overeenkomstig de nieuwe WOZ-waarde verminderd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €1.120.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd.