Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2109

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
ak_24_3723
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet tijdig gebruik parkeerapp

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Zwolle omdat hij meende dat hij via de Flitsmeister-app had betaald. De rechtbank oordeelt dat op het moment van de controle op 7 augustus 2024 om 14:46 uur het voertuig niet was aangemeld in de app en de parkeerbelasting dus niet was voldaan.

Belanghebbende stelde dat een storing of gebrek aan internetverbinding de registratie vertraagde, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank benadrukt dat storingen in parkeerapps voor risico van de parkeerder komen. Ook het feit dat er eerder niet op die plek was geparkeerd, maakt geen verschil.

De heffingsambtenaar bevestigde dat het kenteken niet was aangemeld op het tijdstip van controle. De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de naheffingsaanslag van € 78,-. Belanghebbende is vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. De uitspraak is gedaan door rechter Oude Aarninkhof op 16 april 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/3723

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

De heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 27 augustus 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 7 augustus 2024 aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
Belanghebbende is wegens betalingsonmacht voorlopig vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft belanghebbende deelgenomen. De heffingsambtenaar heeft zich afgemeld voor de zitting.

Feiten

2. Op 7 augustus 2024 om 14.46 uur stond de auto met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de Hanzehoven te Zwolle. Tijdens een controle op voornoemde datum en tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen geldig parkeerrecht bestond. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag van € 78,- opgelegd, bestaande uit € 1,30 aan tariefkosten en € 76,70 aan kosten voor de naheffingsaanslag.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijstelling griffierecht
3. Op 11 december 2025 is het verzoek om vrijstelling van het griffierecht voorlopig toegewezen, waarbij eiser erop is gewezen dat de rechter die zijn beroep behandelt, definitief beslist op het beroep op betalingsonmacht.
4. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van het griffierecht definitief toe.
Naheffingsaanslag parkeerbelasting
5. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
7. Belanghebbende voert aan dat de naheffingsaanslag onterecht is opgelegd, omdat hij € 1,80 heeft betaald via de app van Flitsmeister. Vermoedelijk is dit pas later geregistreerd door een storing of het gebrek aan verbinding van internet. Verder is het een feit dat er in de afgelopen twee jaar nog niet eerder is geparkeerd aan de betreffende parkeerplaats parallel aan de Hanzelaan. Misschien dat dat er ook mee te maken heeft en is een storing daar de normaalste zaak van de wereld door de hoge gebouwen en de geavanceerde apparatuur.
7.1.
Op de zitting heeft belanghebbende toegelicht dat hij op 7 augustus 2024 een afspraak bij het UWV had en dat hij dacht dat hij via de app Flitsmeister betaald had. Na de afspraak kwam belanghebbende erachter dat de app niet aanstond en dat hij niet betaald had. Om toch te betalen voor het parkeren heeft belanghebbende de app na de betreffende afspraak en de controle door de parkeercontroleur alsnog voor ongeveer vijftig minuten aangezet en is hij ondertussen naar huis gegaan.
8. De heffingsambtenaar stelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, omdat op het moment van de parkeercontrole niet aan de aangifteplicht parkeerbelastingen is voldaan. Het door belanghebbende overgelegde bewijsstuk van de parkeerapp leidt niet tot een andere conclusie, omdat daaruit niet volgt dat het kenteken van belanghebbende op het tijdsstip van controle was aangemeld. Navraag van de heffingsambtenaar bij Flitsmeister heeft dit bevestigd.
9. De rechtbank overweegt dat niet in geschil is dat belanghebbende voor het parkeren aan de Hanzehoven in Zwolle parkeerbelasting verschuldigd is. In geschil is of belanghebbende de parkeerbelasting heeft voldaan bij aanvang van het parkeren en zolang geparkeerd wordt. De rechtbank oordeelt dat het voertuig van belanghebbende op
7 augustus 2024 om 14.46 uur niet was aangemeld en hij daardoor de parkeerbelasting niet heeft voldaan. Uit het door belanghebbende overgelegde overzicht van de aanmeldingen in de Flitsmeisterapp op 7 augustus 2024 blijkt weliswaar dat belanghebbendes voertuig aangemeld is geweest op 7 augustus 2024 van 15.20 uur tot 16.10 uur en van 16.12 uur tot 16.13 uur, maar daaruit volgt niet dat het voertuig op het moment van controle 14.46 uur was aangemeld. Navraag van de heffingsambtenaar bij Flitsmeister heeft voorgaande bevestigd en bovendien is toegelicht dat op 7 augustus 2024 niet meer activiteiten te herleiden waren. Dat belanghebbende achteraf alsnog zijn parkeerbelasting wilde voldoen siert hem, maar maakt het voorgaande niet anders. Op het moment van controle was de parkeerbelasting immers niet voldaan. Dat sprake was van een storing bij Flitsmeister heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt en onderbouwd. Los daarvan volgt uit vaste rechtspraak dat storingen in een parkeerapp voor rekening en risico van de parkeerder komen. [1] Dat er eerder niet op de betreffende parkeerplaats is geparkeerd, maakt het voorgaande niet anders, nu belanghebbende dit standpunt evenmin heeft onderbouwd. Dat er op die plek veelvuldig sprake zou zijn van storingen in het internet door de hoge gebouwen, heeft betrokkene evenmin aannemelijk gemaakt, mede gezien in het licht dat het kennelijk later wel mogelijk is geweest om de aanmelding voor dezelfde plek te doen. De beroepsgronden slagen daarom niet.
10. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht en tot de juiste hoogte aan belanghebbende opgelegd.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de opgelegde naheffingsaanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van
P.P. van Essen - van 't Ende, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Bijvoorbeeld de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:9379.