Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2110

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
ak_24_3498
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet betalen via parkeerapp

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €78,- opgelegd door de gemeente Zwolle omdat hij geen geldig parkeerrecht had op het moment van controle. Hij stelde dat hij de parkeerapp van ANWB Onderweg probeerde te gebruiken, maar dit niet goed lukte door onkunde, en vond de naheffingsaanslag onevenredig hoog. De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag en stelde dat het niet voldoen aan de aangifteplicht voor rekening van belanghebbende komt.

De rechtbank oordeelde dat het niet betwiste feit dat belanghebbende parkeerbelasting verschuldigd was en deze niet had voldaan, doorslaggevend was. Het gebruik van de parkeerapp en eventuele onkunde daarbij zijn risico's van belanghebbende. De stelling dat de naheffingsaanslag onevenredig hoog is, werd niet onderbouwd. Daarom faalden de beroepsgronden.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslag en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. Belanghebbende kan nog in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/3498

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 27 augustus 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 22 augustus 2024 aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft belanghebbende deelgenomen. De heffingsambtenaar heeft zich afgemeld voor de zitting.

Feiten

2. Op 22 augustus 2024 om 20.33 uur stond de auto met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de Turfmarkt te Zwolle. Tijdens een controle op voornoemde datum en tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen geldig parkeerrecht bestond. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag van € 78,- opgelegd, bestaande uit € 1,30 aan tariefkosten en € 76,70 aan kosten voor de naheffingsaanslag.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. Belanghebbende voert aan dat hij weinig gebruik maakt van betaald parkeren en dat dat dan meestal in een parkeergarage is. Belanghebbende stelt dat hij heeft geprobeerd de parkeerapp van ANWB Onderweg te gebruiken, maar dat dat niet goed is gegaan. Dit vermoedelijk door onkunde, terwijl belanghebbende zichzelf niet als digibeet wil beschouwen. Verder voert belanghebbende aan dat de naheffingsaanslag onevenredig hoog is. Een waarschuwing was meer op zijn plaats geweest. Het gaat tegenwoordig nogal eens over de menselijke maat tussen overheid en burger.
6. De heffingsambtenaar stelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, omdat op het moment van de parkeercontrole niet aan de aangifteplicht parkeerbelastingen is voldaan. De omstandigheid dat de parkeerapp door belanghebbende niet op de juiste wijze is gebruikt, komt voor zijn rekening en risico. Dat de kosten van de naheffingsaanslag onevenredig hoog zijn, heeft belanghebbende niet onderbouwd.
7. De rechtbank overweegt dat niet in geschil is dat belanghebbende voor het parkeren aan de Turfmarkt in Zwolle parkeerbelasting verschuldigd is en dat hij dit niet heeft voldaan. Belanghebbende heeft er blijkens het dossier voor gekozen om de parkeerbelasting via de app van ANWB Onderweg te voldoen. Het is aan belanghebbende om ervoor te zorgen dat de verschuldigde parkeerbelasting tijdig, bij aanvang van het parkeren en zolang er wordt geparkeerd, wordt voldaan. Dat dit door onkunde niet is gelukt, komt voor zijn eigen rekening en risico. Het is immers aan belanghebbende om voorafgaand aan het parkeren uit te zoeken hoe de parkeerapp werkt en welke voorwaarden er horen bij het gebruik van de betreffende app. Dat de naheffingsaanslag onevenredig hoog is en een waarschuwing meer op zijn plaats was, heeft belanghebbende alleen gesteld maar hij heeft geen concrete redenen gegeven waarom dit zo is. De beroepsgronden slagen daarom niet.
8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht en tot de juiste hoogte aan belanghebbende opgelegd.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de opgelegde naheffingsaanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van
P.P. van Essen - van 't Ende, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.