Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande recreatiewoning gebouwd in 1996 met een gebruiksoppervlakte van 62 m² op een perceel van 370 m². De heffingsambtenaar van de gemeente Staphorst stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €111.000,- en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelasting 2024 op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat de waarde niet hoger kan zijn dan €66.000,- vanwege het gewijzigde gemeentebeleid dat permanent wonen ontmoedigt of verbiedt.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van het taxatierapport van een WOZ-taxateur, waarin de waarde werd vastgesteld op €119.000,- op basis van vergelijkbare recreatiewoningen op hetzelfde park. De rechtbank oordeelde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten passend en vergelijkbaar zijn en dat de verschillen in oppervlakte, kwaliteit en voorzieningen voldoende zijn meegenomen. Het gewijzigde beleid omtrent permanent wonen is volgens de rechtbank reeds verdisconteerd in de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten.
Belanghebbendes argumenten over een ander park met betere voorzieningen en lagere waarde werden niet onderbouwd met stukken en konden daarom niet leiden tot een ander oordeel. Ook het feit dat de woning niet inpandig is opgenomen, werd door de taxateur gecompenseerd door een slechte onderhoudsscore. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.