ECLI:NL:RBOVE:2026:212
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig beëindigd; loonbetaling en salarisspecificaties toegewezen
Eiser trad op 6 oktober 2025 in dienst bij gedaagde als magazijnmedewerker. Kort daarna vertrok eiser onder werktijd van de werkplek en gaf telefonisch aan niet terug te willen keren, waarna gedaagde aannam dat eiser zelf ontslag had genomen. De bewindvoerder van eiser stelde dat eiser niet zelf ontslag had genomen, maar ongewild was weggestuurd en dat de arbeidsovereenkomst niet was beëindigd.
De rechtbank beoordeelde in kort geding of de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was geëindigd en oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet was beëindigd omdat eiser onder bewind stond en zijn opzegging zonder medewerking van de bewindvoerder ongeldig was. Gedaagde had bovendien kennis van het bewind, waardoor zij geen beroep kon doen op derdenbescherming.
De loonvordering werd deels toegewezen: vanaf 4 november 2025 is eiser ziek gemeld en heeft recht op 70% loonbetaling. Voor de periode 13 oktober tot 4 november 2025 werd de loonvordering afgewezen omdat eiser niet bereid was te werken. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van loon, wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging, alsmede tot afgifte van salarisspecificaties. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig beëindigd; werkgever veroordeeld tot betaling van 70% loon vanaf 4 november 2025 en afgifte van loonstroken.