Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
poging tot doodslag
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van de benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
poging tot doodslag
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
wijstde vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] toetot een bedrag van
€ 3.266,00(bestaande uit € 266,00 aan materiële schade en € 3.000,00 aan immateriële schade);
maatregelop datverdachte verplicht is ter zake van het onder primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.266,00, (zegge: drieduizendtweehonderdzesenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 november 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 32 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;