Uitspraak
1.V.O.F. [gedaagde 1],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de aanvullende producties van [eiser],
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 4 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en
- de spreekaantekeningen van [eiser], waarin hij zijn eis heeft gewijzigd.
3.De feiten
4.Het geschil
- de huurovereenkomst van 29 januari 2018 tussen partijen ontbindt, met ingang van 1 juli 2025,
- [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van:
- de contractuele boetes ex artikel 25.3 van de Algemene Bepalingen bij de huurovereenkomst, wegens niet-tijdige betaling van de huurtermijnen vanaf juli 2025, nader op te maken bij staat,
- de contractuele boete van € 250,– per dag wegens schending van de gebruiksplicht ex artikel 5.1 van de Algemene Bepalingen, vanaf 1 juli 2025 tot de dag van de ontbinding,
- € 96.733,10 aan gederfde huurinkomsten over de resterende huurperiode van 1 juli 2025 tot en met 31 december 2027,
- € 6.552,– aan btw over de gederfde huurinkomsten,
- € 1.250,– aan opleveringsschade,
- € 3.405,59 aan beslagkosten,
- de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen,
- € 2.275,– aan buitengerechtelijke incassokosten,
- voor recht verklaart dat [gedaagden] hoofdelijk aansprakelijk is voor de waardevermindering van het gehuurde door de voortijdige beëindiging van de huurovereenkomst,
- [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten.
5.De beoordeling
ten minsteeen maand.