Uitspraak
E.O.C. ONDERLINGE SCHEPENVERZEKERING U.A.,
1.De procedure
2.De feiten
Betrokkenheid bij werkzaamheden EOC
of zichzelf, of bemiddelen (waaronder uitbesteden/inkoop) in activiteiten waarbij familieleden zijn betrokken. Elke schijn van partijdigheid of belangenverstrengeling moet worden vermeden. In geval van verschil van mening beslist de Raad van Bestuur; indien het een lid van de Raad van Bestuur betreft dan beslist de voorzitter van de Raad van Commissarissen.
4. Model integriteitsregistraties
geeft aan dat het model integriteitsregistraties onder handen is en dat hij daarop binnenkort terug komt. Tot aan die tijd geldt de onlangs gemaakte afspraak dat [partij A] niet op de [locatie 1] komt en zal er vanuit de planning ook geen opdracht komen om naar [locatie 1] te gaan.”
Naar aanleiding van het incident betreffende [schip 1] in februari van dit jaar, hebben we jou destijds klip en klaar te kennen gegeven dat wij niet willen dat je in het kader van jouw werkzaamheden voor EOC Schepenverzekering de [locatie 1] bezoekt. Dit omdat de eigenaar familie van je is en wij in het kader van ons integriteitsbeleid zelfs niet de schijn willen wekken van belangenverstrengeling.”
, [naam 4][kantonrechter: [naam 4] , medewerker HR bij EOC]
en mij doorgenomen en kom nergens en zeker niet “klip en klaar” tegen wat is afgesproken ten aanzien van mijn wel en niet mogen bij [locatie 1] .
Na de besprekingen die gevoerd zijn over het onderwerp "schijn van belangverstrengeling" in de zaak " [schip 1] " is wat ons betreft duidelijk dat er geen bemoeienis van jouw persoon tijdens de uitoefening van jouw functie bij EOC meer mocht zijn bij de [locatie 1] zonder vooroverleg met jouw leidinggevende. De drie afspraken zoals benoemd zijn in jouw schrijven zijn wat ons betreft niet gemaakt (zie gespreksverslag van gesprek d.d. 18-06-2021). De afspraak is en blijft dan ook dat je op geen enkele manier van uit EOC werkzaamheden met/bij [locatie 1] onderneemt.”
Gedrag afspraak 1: Integriteitsbeleid en model integriteitsregistratie
“Helaas is ons gebleken dat jij die integriteit met de mond belijdt, maar het daarmee in de praktijk toch niet zo nauw blijkt te nemen”.Een concrete toelichting op die conclusie ontbreekt. [partij A] is vanaf dat moment vrijgesteld van zijn werkzaamheden, met behoud van loon.
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling van het verzoek
er moest minimaal 2 man aan werken zoals bij [locatie 1]” zie productie 29 bij verzoekschrift). Van EOC mocht vervolgens worden verwacht dat zij haar stelling nader had onderbouwd. Dat heeft zij echter niet gedaan. EOC is enkel uitgegaan van de verklaring van de eigenaar van het schip en van de interpretatie die die partij aan de gedane mededelingen heeft gegeven. Zij heeft [partij A] niet naar zijn kant van het verhaal gevraagd. Ook zijn er geen getuigen gehoord zoals de collega van [partij A] , de heer [naam 8] , die ook bij dit dossier betrokken was en aan wiens adres de eigenaar ook verwijten heeft gemaakt. Aangezien EOC haar standpunt niet verder heeft onderbouwd is daarmee niet komen vast te staan dat [partij A] oneigenlijke druk heeft uitgeoefend zoals door EOC is betoogd.
De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat [partij A] met betrekking tot dit schadedossier verwijtbaar heeft gehandeld. Voor dit oordeel is van belang dat [partij A] , naar hij onweersproken heeft gesteld, een jaar na de reparatie, in zijn eigen tijd bij het schip is gaan kijken, omdat het volgens hem een uitzonderlijke schade betrof waar hij wat van zou kunnen opsteken. Daarbij geldt dat [partij A] heeft aangevoerd dat hij het schip niet uit hoofde van zijn functie bij EOC heeft bezocht, dat hij daar niet was namens EOC, dat hij geen werkzaamheden heeft verricht en geen uren heeft geschreven in dit dossier. Dit is door EOC niet weersproken. Dat sprake is van een bemoeienis tijdens de uitoefening van de functie is door EOC niet nader toegelicht. Verder is niet gesteld of gebleken dat [partij A] door dit bezoek aan [locatie 1] de schijn van belangenverstrengeling heeft gewekt. Ten slotte heeft [partij A] betwist dat EOC hem op dit bezoek aan [locatie 1] heeft aangesproken, en is EOC daar vervolgens niet meer op ingegaan.