ECLI:NL:RBOVE:2026:2211
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als visfileerder, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekte en een operatie. Het UWV wees de aanvraag af omdat de arbeidsongeschiktheid 24,88% bedroeg, onder de vereiste 35%. Eiser voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder rug-, heup- en duizeligheidsklachten, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen als zorgvuldig en navolgbaar. De beperkingen zijn vastgesteld op basis van eigen onderzoek en medische informatie, waarbij ook rekening is gehouden met aanvullende klachten zoals pneumothorax en aspecifieke rugklachten.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat er onjuiste of onvoldoende beperkingen waren vastgesteld, onder meer omdat de MRI-scan na de datum in geding is gemaakt en de medische rapporten de klachten adequaat weerspiegelen. Ook de door eiser gevorderde urenbeperking en beperkingen voor afwisseling van houding werden niet toegewezen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard, waardoor eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-aanvraag is ongegrond verklaard omdat de arbeidsongeschiktheid onvoldoende is vastgesteld.