Eiseres, een meisje met een SCN2a genmutatie en diverse ontwikkelingsproblemen, vroeg bij het college om jeugdhulp in de vorm van weekend- en naschoolse opvang. Het college wees dit verzoek in eerste instantie af, maar kende na bezwaar deels een voorziening toe voor buitenschoolse opvang-plus (BSO+).
De rechtbank oordeelt dat het college het stappenplan voor het vaststellen van de hulpvraag en benodigde jeugdhulp niet correct heeft gevolgd. Het onderzoek was onvoldoende toegespitst op de specifieke behoeften van eiseres en hield onvoldoende rekening met haar welzijn en ontwikkeling. Ook werd de samenhang tussen de hulpvraag en de draagkracht van de ouders niet adequaat onderzocht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en treft ambtshalve een voorlopige voorziening, waarbij eiseres eenmaal per twee weken gedurende twee dagdelen weekendopvang kan ontvangen. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.