Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2291

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
ak_26_790
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 AwbArt. 5.3 Verordening jeugdhulp gemeente HellendoornArt. 5.4 Verordening jeugdhulp gemeente Hellendoorn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit college over jeugdhulp en toekenning voorlopige voorziening weekendopvang

Eiseres, een meisje met een SCN2a genmutatie en diverse ontwikkelingsproblemen, vroeg bij het college om jeugdhulp in de vorm van weekend- en naschoolse opvang. Het college wees dit verzoek in eerste instantie af, maar kende na bezwaar deels een voorziening toe voor buitenschoolse opvang-plus (BSO+).

De rechtbank oordeelt dat het college het stappenplan voor het vaststellen van de hulpvraag en benodigde jeugdhulp niet correct heeft gevolgd. Het onderzoek was onvoldoende toegespitst op de specifieke behoeften van eiseres en hield onvoldoende rekening met haar welzijn en ontwikkeling. Ook werd de samenhang tussen de hulpvraag en de draagkracht van de ouders niet adequaat onderzocht.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en treft ambtshalve een voorlopige voorziening, waarbij eiseres eenmaal per twee weken gedurende twee dagdelen weekendopvang kan ontvangen. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en er wordt een voorlopige voorziening toegekend voor weekendopvang.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/790

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres of [eiseres],

wettelijk vertegenwoordigd door haar ouders: [naam 1]-Tijhof en [naam 2] (hierna ook: ouders),
gemachtigde: mr. F. van der Wielen,
en

het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn, het college,

gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2].

Procesverloop

Met een besluit van 13 mei 2025 (het primaire besluit) heeft het college het verzoek van eiseres om een voorziening op het gebied van jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet afgewezen.
Bij besluit van 19 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres deels gegrond verklaard (wat betreft de hulpvraag voor donderdagmiddag) en voor het overige ongegrond verklaard. Het college heeft daarbij het primaire besluit deels herroepen en beslist dat een voorziening in vorm van meerkosten van de buitenschoolse opvang-plus (BSO+) wordt toegekend voor de periode van één jaar, startend vanaf het moment dat gebruik wordt gemaakt van BSO+.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2026 op de zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de vader van eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.

De beoordeling door de rechtbank

1.1.
[eiseres] (geboren op [geboortedatum] 2016) is gediagnosticeerd met een SCN2a genmutatie. Daardoor ervaart ze neurologische problemen, motorische, sociaal-emotionele en sociale problemen. Vanwege de zorg voor [eiseres] en de beide andere kinderen ervaren de ouders problemen in de zin van ernstige inperking van de eigen vrijheid en ondervindt de moeder ernstige gezondheidsklachten, met name vermoeidheid.
1.2.
Op 11 januari 2025 heeft [eiseres] een melding gedaan van een hulpvraag op het gebied van de Jeugdwet. Ze vraagt blijkens het meldingsformulier om hulp in de vorm van weekendopvang (zaterdag) en naschoolse opvang. Als reden van de aanvraag wordt genoemd de ontwikkelingsachterstand van [eiseres] en het feit dat ze naar het speciaal onderwijs gaat.
1.3.
De contactpersoon van de gemeente heeft in overleg met de ouders een (ongedateerd) ondersteuningsplan opgesteld. Op 13 mei 2025 volgt het primaire besluit waarin het college de gevraagde voorzieningen afwijst omdat de Jeugdwet niet voorziet in opvang van kinderen omdat ouders werken. Het college ziet geen problemen in de sociale contacten van [eiseres]. Ze doet al op verschillende manieren mee buitenshuis. Mochten ouders dit willen uitbreiden dan kunnen ze terecht bij ‘Only friends Twente’ of bij ‘Stichting de Klup Twente’. Daarvoor is geen beschikking nodig.
1.4.
In het bestreden besluit, waarin het advies van de commissie bezwaarschriften is overgenomen, overweegt het college dat het ontlasten van het gezin geen taak is in het kader van de Jeugdwet. Het ontlasten van ouders via de Jeugdwet is alleen mogelijk wanneer de jeugdige is aangewezen op permanent toezicht en begeleiding of persoonlijke verzorging ontvangt. Dat is hier niet aan de orde. Voor opvang op de donderdagmiddag geldt iets anders: als de jeugdige door haar problematiek geen gebruik kan maken van reguliere opvang, dan kan er wél noodzaak zijn voor jeugdhulp. Het college herroept in zoverre het primaire besluit en kent alsnog een voorziening toe in de vorm van een dagdeel per week buitenschoolse opvang plus (BSO+).
Het standpunt van eiseres in beroep
2.1.
Eiseres stelt in beroep dat met het toekennen van BSO+ een deel van de gevraagde voorziening is toegekend. Zij kan daarvan echter geen gebruik kan maken omdat het leerlingenvervoer niet buiten de gemeente rijdt en niet kan worden gebruikt voor vervoer van en naar BSO+. Bij de aanvraag van de voorzieningen staat het welzijn van [eiseres] voorop. Zij is weliswaar 9 jaar maar qua ontwikkeling een stuk jonger. [eiseres] heeft geen vrienden en dat mist ze. Het is voor haar moeilijk met anderen samen te spelen. Als ze in een groep met vijf kinderen speelt, dan spelen de vier kinderen met elkaar en [eiseres] alleen. Het is belangrijk voor haar ontwikkeling dat ze leert met andere kinderen samen te spelen.
2.2.
De belastbaarheid van de ouders speelt daarbij een ondergeschikte rol. Het gaat er natuurlijk ook om de balans in het gezin te bewaken. De andere kinderen krijgen minder en soms onvoldoende aandacht. Het college heeft telkens vooral het opvangprobleem als hulpvraag gezien maar dit is in feite slechts een bijkomstigheid. De belangrijkste hulpvraag betreft de ontwikkeling van [eiseres].
2.3.
Er is sprake van bovengebruikelijke hulp. Artikel 5.3, vierde lid, van de verordening jeugdhulp gemeente Hellendoorn (hierna: verordening) biedt wel degelijk een grondslag voor een voorziening op de zaterdag. De problemen waarmee [eiseres] wordt geconfronteerd zijn slechts in algemene bewoordingen vermeld en dat geldt ook voor haar behoefte. Op grond van artikel 5.4 van de verordening had een deskundige moeten worden ingeschakeld. Volgens de ouders zijn voor [eiseres] belangrijke doelen het stimuleren van zelfredzaamheid, het aanleren en zich eigen maken van praktische en sociale vaardigheden en het behoud daarvan en deelname aan het maatschappelijk leven.
Het standpunt van het college
2.4.
Het college erkent dat de zorg voor de jeugdige veel vraagt en intensief is. De hulpvraag is zorgvuldig onderzocht: ouders willen jeugdhulp in de vorm van één middag naschoolse opvang en zaterdagopvang (eenmaal per twee weken) om meer balans te krijgen in de zorg voor hun kinderen en om de zorg voor de jeugdige beter vol te kunnen houden. [eiseres] wil graag buitenschoolse sociale contacten.
2.5.
Uit het dossier blijkt dat [eiseres] een ontwikkelingsachterstand heeft, zich trager ontwikkelt dan leeftijdsgenoten, emotioneel achterloopt en moeite heeft met het reguleren van emoties. De overbelastingsvragenlijst laat zien dat beide ouders hoog scoren op rolbeperking, en dat moeder daarnaast gezondheidsklachten ervaart. Ouders zeggen dat [eiseres] vaak niet mee wil naar sportactiviteiten van haar broer of zus, waardoor het gezin zich moet opsplitsen. Ook is behoefte aan individuele aandacht voor [eiseres], naast de inzet van een mantelzorger één keer per maand.
2.6.
Wat betreft de in zijn totaliteit benodigde hulp merkt het college in eerste instantie op dat het ontlasten van het gezin geen taak is op basis van de Jeugdwet. Opvang op zaterdag wijst het college daarom af. Algemene opvoedingsondersteuning of vervanging van kinderopvang is alleen aan de orde als een kind vanwege beperkingen geen gebruik kan maken van reguliere opvang en het netwerk geen oplossing biedt.

Overwegingen

Het stappenplan is niet op de juiste wijze gevolgd
3.1.
De rechtbank is van oordeel dat het college het zogenaamde stappenplan dat de Centrale Raad van Beroep heeft geformuleerd [1] niet op de juiste manier heeft gevolgd. Het college heeft de besluitvorming gebaseerd op het ondersteuningsplan. Weliswaar zijn in het ondersteuningsplan stappen uit het stappenplan benoemd, maar deze stappen zijn niet op inzichtelijke wijze doorlopen, soms onjuist doorlopen en verward of verknoopt met elkaar. De rechtbank licht dit toe.
De vaststelling van de hulpvraag
3.2.
Bij de formulering van de hulpvraag heeft het college vooral beschreven wat de ouders zeggen. De ouders formuleren als hulpvraag dat [eiseres] meer zou kunnen spelen buiten school en dat ze iets van zichzelf heeft waar zij wordt gezien voor wie ze is. Het blijkt niet of het college dit ook volgt. De overbelasting van ouders is niet genoemd bij de hulpvraag terwijl, zoals nog zal blijken, dit uiteindelijk voor het college de belangrijkste hulpvraag zal zijn. Het blijkt niet dat het college daadwerkelijk heeft onderzocht wat er precies aan de hand is met [eiseres] en daardoor in het gezin van [eiseres] en welke hulpvraag voortvloeit uit dat onderzoek. Onder het kopje ‘hulpvraag’ wordt weliswaar beschreven hoe het gezin is samengesteld, hoe [eiseres] en het gezin functioneren, hoe het gaat op school en in de vrije tijd, maar dat is een opsomming van feiten en opvattingen, waaraan voor de hulpvraag geen verdere conclusie wordt verbonden.
De vaststelling van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen
3.3.
Of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en zo ja, welke, is volgens eiseres voldoende in kaart gebracht. De rechtbank stelt vast dat het college ook hier aansluit op wat ouders formuleren. Het neemt geen eigen standpunt in over de problemen.
De bepaling van de hulp die naar aard en omvang nodig is
3.4.
De derde stap is de inventarisatie welke hulp naar aard en omvang nodig is. De vierde stap is het onderzoek naar de vraag of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (hierna: eigen kracht) toereikend zijn om de hulp binnen het sociaal netwerk te verlenen. In de vijfde stap wordt dan vervolgens bezien of kan worden verwezen naar andere voorzieningen, naar overige voorzieningen dan wel of een voorziening op het gebied van de Jeugdwet moet worden getroffen. In het ondersteuningsplan worden deze drie stappen door elkaar gebruikt. Daarbij wordt telkens een probleem besproken met onmiddellijk een standpunt over de mogelijkheid daarin te voorzien via hulp door een andere - of door een overige voorziening. Door deze handelswijze is geen sprake van een integrale benadering van de hulpvraag en daardoor verdwijnt de samenhang.
3.5.
Los daarvan, heeft in de derde stap niet een vaststelling van de aard en zeker niet van de omvang van de benodigde jeugdhulp plaatsgevonden. Slechts in algemene termen wordt weergeven waarvoor hulp nodig is en, zonder enige aanduiding van de omvang, wordt dan verwezen naar een andere - of een overige voorziening. Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek onvoldoende toegespitst op [eiseres] en daardoor is onvoldoende maatwerk geleverd.
3.6.
In de derde stap is, ten onrechte, vooral ingegaan op de hulpvraag van de ouders om opvang van [eiseres]. Ouders hebben, ook blijkens het proces-verbaal van het horen bij de commissie bezwaarschriften, regelmatig gezegd dat het vooral gaat om het welzijn en de ontwikkeling van [eiseres]. Als het met [eiseres] goed gaat, is de draagkracht voor ouders ook groter. Het college gaat echter vooral in op de opvang van [eiseres] en de mogelijke overbelasting van ouders. Daarmee gaat het college voorbij aan de samenhang tussen het welzijn van [eiseres] en de draagkracht van haar ouders.
De bepaling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen
3.7.
In het besluit wordt enige aandacht besteed aan de vraag of de eigen kracht toereikend is. Het gaat dan vooral om de mogelijkheid om op de zaterdag te zorgen voor opvang van [eiseres]. Daartoe wordt overwogen dat ouders een beroep kunnen doen op hun eigen netwerk zodat zij meer tijd voor zichzelf hebben. Het college gaat eraan voorbij dat de opvang voor [eiseres] vooral bedoeld is voor de ontwikkeling van [eiseres], niet direct voor ontlasting van de ouders. Bovendien wordt overwogen dat de opvang binnen het eigen netwerk kan, terwijl in het ondersteuningsplan juist is vermeld dat ouders vrijwel geen netwerk (meer) hebben. Het is voor de rechtbank niet duidelijk waarop de stelling is gebaseerd dat opvang binnen de eigen kracht van ouders zou vallen.
De beslissing over de te treffen voorziening
3.8.
Voor zover hulp nodig is verwijst het college in de vijfde stap naar andere - of overige voorzieningen. Voor het vergroten van de sociale contacten van [eiseres] wordt verwezen naar school of naar de inzet van een vrijwilliger van Evenmens, ‘Only Friends’ en andere voorzieningen. Daarbij gaat het college er echter aan voorbij dat het voor [eiseres] belangrijk is om buiten school vrienden te hebben (wat voor een kind dat in een andere plaats dan de woonplaats naar het speciaal onderwijs gaat zeer voorstelbaar is), dat er al inzet van een vrijwilliger van Evenmens is en dat [eiseres] heeft geprobeerd contacten op te doen via ‘Only Friends’ maar dat dit voor haar, gelet ook op de leeftijd van de andere deelnemers, niet passend is. In de commissie bezwaarschriften is dit ook besproken, maar het college gaat daaraan voorbij.
Samenvatting stappenplan
3.9.
Samengevat is het stappenplan onvoldoende en onjuist doorlopen. Er is niet voldoende gelet op de samenhang tussen de hulpvragen, de totale hulp die naar aard en omvang nodig is, is onvoldoende in beeld gebracht, de verwijzing naar de eigen kracht is onvoldoende gemotiveerd en onduidelijk is waarom andere - en overige voorzieningen voldoende zijn om tegemoet te komen aan de hulpvraag. Het onderzoek is ook onvoldoende toegespitst op [eiseres] zelf en op de doelen in haar ontwikkeling. Reeds om die reden zal het besluit worden vernietigd.
De toegekende voorziening BSO+
3.10.
De rechtbank voegt daar nog het volgende aan toe. In het bestreden besluit heeft het college alsnog ‘de hulpvraag voor de donderdagmiddag’ gegrond verklaard en een voorziening toegekend in de vorm van BSO+. In het beroepschrift heeft eiseres gesteld dat ze daarvan geen gebruik kan maken omdat het leerlingenvervoer niet buiten de gemeente rijdt en niet kan worden gebruikt voor vervoer van en naar BSO+. Op de zitting is duidelijk geworden dat dit geen punt meer is voor eiseres zodat die beroepsgrond vervalt. Wel heeft de vader gesteld dat ouders ervoor hebben gekozen nog geen gebruik te maken van deze voorziening omdat ze graag willen dat [eiseres] naar de BSO+ kan gaan waar ze ook op de zaterdag naar toe kan (als deze voorziening wordt toegekend). De rechtbank acht dit een begrijpelijk standpunt, omdat het voor [eiseres] in verband met haar beperkingen goed is om niet teveel veranderingen in korte tijd te ondergaan.
De weekendopvang
3.11.
Ten aanzien van de aanvraag voor opvang op zaterdag eens per twee weken, concludeert het college dat deze hulpvraag in hoofdzaak is ingegeven door de wens tot ontlasting van het gezin. Zoals hiervoor al is vermeld, is dit voor ouders niet de belangrijkste reden om een voorziening te vragen. Het gaat er vooral om dat [eiseres], ook buiten schooltijden, ergens naar toe kan om met gelijkgezinden te kunnen spelen waarbij ze ook zichzelf in het spel weet te betrekken. De gevraagde voorziening strekt dus ter ontwikkeling van haar sociaal-emotionele - en sociale vaardigheden. Dat [eiseres] al voldoende ontwikkelingsgerichte activiteiten heeft, dat er andere voorzieningen beschikbaar zijn en er geen aanvullende noodzaak is gebleken, is, zoals hiervoor al vermeld, onvoldoende gemotiveerd door het college. Er is alleen een standpunt ingenomen en niet ingegaan op de door ouders aangevoerde omstandigheden.

Conclusie en gevolgen

Het besluit wordt vernietigd; een voorlopige voorziening is nodig
4.1.
Gelet op het voorgaande wordt het bestreden besluit vernietigd. Op grond van artikel 8:72, vijfde lid, Algemene wet bestuursrecht kan de bestuursrechter zo nodig ambtshalve een voorlopige voorziening treffen. De rechtbank ziet aanleiding om dat in dit geval te doen. De aanvraag is inmiddels bijna 1,5 jaar geleden gedaan. Het is in het belang van [eiseres] om aan haar zelfbeeld te werken door buiten schooltijd met andere kinderen te spelen en ook te leren daarmee samen te spelen. Het college dient een nieuw besluit te nemen naar aanleiding van deze uitspraak. De rechtbank verwacht dat dit nieuwe besluit enige tijd op zich laat wachten omdat uitgebreid onderzoek nodig zal zijn, wellicht door een deskundige. Het is niet in het belang van de ontwikkeling van [eiseres] om daarop te wachten.
4.2.
De rechtbank ziet daarom aanleiding, om in afwachting van nadere besluitvorming door het college, ambtshalve bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat [eiseres] eenmaal per twee weken gedurende twee dagdelen naar een weekendopvang zal kunnen gaan. Het college dient voor de uitvoering hiervan zorg te dragen. Daarbij ligt het voor de hand die weekendopvang te combineren met de reeds toegekende BSO+. De voorziening geldt onmiddellijk en zal eindigen zes weken na de datum dat het college opnieuw op het bezwaar van eiseres heeft besloten.
4.3.
Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Het college zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
4.4.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten.
Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij weekendopvang is geweigerd;
  • bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat [eiseres] in aanmerking wordt gebracht voor een individuele voorziening van twee dagdelen per twee weken bij een organisatie voor weekendopvang;
  • draagt het college op het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres te vergoeden;
  • veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.B. Elferink, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Ernens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie Centrale Raad van Beroep 1 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1477.