ECLI:NL:RBOVE:2026:2297
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete wegens overtreding Wav
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opgelegde bestuurlijke boete van €30.000 wegens het laten verrichten van werkzaamheden door 10 vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.
Na een werkplekcontrole in oktober 2024 werd vastgesteld dat de vreemdelingen zonder vergunning arbeid verrichtten. De minister legde uiteindelijk een boete op, waartegen verzoeker bezwaar maakte en een voorlopige voorziening vroeg om betaling uit te stellen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft, omdat een financieel belang op zichzelf niet snel tot een voorlopige voorziening leidt. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat betaling van de boete tot een acute financiële noodsituatie leidt. Ook is niet gebleken dat het besluit evident onrechtmatig is.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en blijft de boete van kracht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.