Op 5 januari 2026 heeft de Rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, een beschikking gegeven inzake de doorhaling van een huwelijksakte. De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland, die verzocht om de doorhaling van de huwelijksakte van een man en een vrouw, die op 19 april 2025 in de gemeente Zwolle met elkaar zouden zijn gehuwd. De officier van justitie stelde dat de man en de vrouw de verklaring van artikel 1:67, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet hebben afgelegd, waardoor er geen huwelijk tot stand is gekomen. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder het verzoek van de officier van justitie en brieven van de betrokken partijen. Tijdens de mondelinge behandeling op 5 december 2025 bevestigden de man en de vrouw dat de eendagsbabs, die hen huwde, de verplichte verklaring niet had uitgesproken. De rechtbank oordeelde dat de huwelijksakte ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand was opgenomen, omdat de wettelijke vereisten voor het sluiten van een huwelijk niet waren nageleefd. De rechtbank gelastte de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zwolle om de akte door te halen, met inachtneming van de wettelijke termijnen voor bezwaar.