7.2.Daarnaast is volgens de heffingsambtenaar van belang dat voor de waarde van woningen op een chaletpark wordt gekeken naar de gerealiseerde verkopen en omstandigheden. Voor de vraag of en in hoeverre het eigen aankoopcijfer van de woning bruikbaar is, is daarom onderzoek gedaan naar de transacties. Uit gegevens van het Kadaster blijkt dat de afgelopen jaren verschillende woningen zijn verkocht:
Adres
Aard marktinformatie
Soort transactie
Datum transactie
Transactieprijs
[adres 6]
T
K
21-07-2022
€ 47.500,00
[adres 7]
T
K
21-07-2022
€ 32.500,00
[adres 3]
T
K
29-12-2022
€ 60.500,00
[adres 4]
T
K
24-03-2023
€ 65.500,00
[adres 8]
T
K
12-07-2024
€ 67.500,00
[adres 9]
T
K
12-07-2024
€ 67.500,00
[adres 10]
T
K
16-07-2024
€ 77.500,00
8. De rechtbank stelt voorop dat belanghebbendes gemachtigde geen (logische) verklaring ter zitting heeft kunnen geven over bovengenoemde twee eigen transacties van belanghebbende, anders dan ter zitting dat ‘transacties op recreatieterreinen vaak niet kloppen’ waaronder, aldus de gemachtigde, ook de levering van de huisnummers: [adres 3] en [adres 4], die volgens hem kort voor de verkoop van het recreatiepark aan een Franse investeerder, eerst aan de eigenaar van het park zijn verkocht en om die reden zijns inziens onbetrouwbaar zijn. Naar het oordeel van de rechtbank schreeuwen de transacties van belanghebbende om een valide, logische verklaring van belanghebbende die desverzocht niet is verstrekt.
9. De rechtbank is daarom van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht niet is uitgegaan van het eigen aankoopcijfer van belanghebbendes woning, omdat dit cijfer geen marktconforme prijs representeert. Aan het eigen verkoopcijfer kan geen betekenis worden toegekend, alleen al niet omdat het er op lijkt dat de notaris voor de levering van [adres 7] uitdrukkelijk geen verantwoordelijkheid/aansprakelijkheid heeft willen aanvaarden blijkens de leveringsakten.
10. De heffingsambtenaar heeft met bovengenoemd overzicht óók inzichtelijk gemaakt dat de verkoopprijzen van woningen aan de [adres 6] en [adres 7] duidelijk niet marktconform zijn. Deze verkoopprijzen wijken dusdanig af van de vijf andere woningen op hetzelfde chaletpark dat niet gesproken kan worden van een marktconforme prijs. Daarentegen blijkt uit bovengenoemd overzicht dat de door belanghebbendes gemachtigde betwiste verkoopprijzen van [adres 4] en [adres 3] juist wél markconform zijn, omdat die verkoopprijzen in lijn zijn met de verkoopprijzen van de verkooprijzen van de woningen [adres 8], [adres 9] en [adres 10].
11. De in de taxatiematrix genoemde vergelijkingsobjecten zijn onbetwist tussen partijen en ook naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbaar met de woning van belanghebbende. Met de verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de woning, zoals gebruiksoppervlakte, kaveloppervlakte, ligging en kwaliteit van de opstallen, is bij de herleiding van de vastgestelde waarde van de woning uit de marktgegevens van de vergelijkingsobjecten in voldoende mate rekening gehouden. Deze verschillen zijn voorts niet van een zodanige omvang dat de marktgegevens van de vergelijkingsobjecten bij de bepaling van de waarde van de woning niet goed bruikbaar zijn.
12. Belanghebbende heeft de vergelijkingsmethode in het (aanvullende) beroepschrift niet (gemotiveerd) betwist. Voor zover hij dat eerst tijdens de zitting al heeft willen doen, heeft hij, zoals hiervoor overwogen, geen twijfel gezaaid ten aanzien van de stelling van de heffingsambtenaar - en het gelijkluidende oordeel van de rechtbank - dat de verkoopprijzen van de woningen [adres 4] en [adres 3] normale markconforme verkopen zijn.
13. Gelet op het voorgaande heeft de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2023 niet te hoog is.