ECLI:NL:RBOVE:2026:2338
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde vaststelling van recreatiewoning
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande recreatiewoning gebouwd in 2004 met een gebruiksoppervlakte van 52 m² op een kavel van 285 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €63.000, wat leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2024.
Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde dat de WOZ-waarde niet hoger kan zijn dan €46.000, gebaseerd op de aankoopprijs van €47.500 in juli 2022. De heffingsambtenaar voerde aan dat deze aankoopprijs niet marktconform was, mede vanwege een gelijktijdige verkoop van een andere woning door belanghebbende tegen een lagere prijs en een verklaring in de notariële akte die wijst op een afwijking van de reële waarde.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar terecht niet is uitgegaan van de eigen aankoopprijs van belanghebbende, omdat deze niet representatief is voor de marktwaarde. De taxatiematrix en vergelijkbare markttransacties van andere woningen op hetzelfde chaletpark ondersteunen de vastgestelde WOZ-waarde. Belanghebbende kon geen overtuigende verklaring geven voor de afwijkende transacties.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting blijven staan. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €63.000 wordt ongegrond verklaard.