Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2341

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
ak_25_738
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Verordening forensenbelasting gemeente Dalfsen 2024Art. 4 Verordening forensenbelasting gemeente Dalfsen 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen aanslag forensenbelasting gemeente Dalfsen 2024

Belanghebbende, mede-eigenaar van een recreatiewoning in het buitengebied van Dalfsen, maakte bezwaar tegen de aanslag forensenbelasting 2024. Zij voerde aan dat de belasting niet in verhouding staat tot de minimale gemeentelijke voorzieningen die zij ontvangt, zoals het ontbreken van riolering en problemen met overstromingen en elektra.

De rechtbank oordeelt dat de forensenbelasting een zelfstandige belasting is die de gemeente heft omdat niet-inwoners geen rijkscompensatie ontvangen, maar wel gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen. De klachten van belanghebbende over voorzieningen en overstromingen zijn niet relevant voor de rechtmatigheid van de belastingheffing en dienen bij andere instanties te worden aangekaart.

Daarnaast stelde belanghebbende dat zij niet betrokken was bij het voortraject van de belastinginvoering, verwijzend naar een uitspraak van de Hoge Raad. De rechtbank stelt dat de invoering zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd, en dat de koppeling aan de WOZ-waarde gerechtvaardigd is.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag. Het griffierecht wordt niet teruggegeven. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting 2024 is ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/738

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wondende te [woonplaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van het GBLT,

(gemachtigde: mr. K.M.H. de Boer).

Inleiding

1. De heffingsambtenaar heeft namens de gemeente Dalfsen aan belanghebbende voor het jaar 2024 een aanslag in de forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 684,-.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 10 februari 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.2.
Belanghebbende heeft op 15 februari 2025 beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op 13 januari 2026 gereageerd met een verweerschrift, kadastrale objectdetails en foto’s.
1.3.
Vervolgens heeft belanghebbende op 20 januari 2026 aanvullende beroepsgronden ingediend. Op 3 april 2026 heeft de heffingsambtenaar gereageerd met een aanvullend verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 ter zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, haar echtgenoot en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Beoordeling door de rechtbank

2. Belanghebbende is (mede-)eigenaar van een (Box 3) vrijstaande recreatiewoning, [adres], in het buitengebied van Dalfsen. De woning is (vrijwel) geheel omgeven door percelen van particuliere eigenaren.
3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht de aanslag forensenbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd over belastingjaar 2024. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden.
4. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. Op grond van artikel 2 van Pro de Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2024 (hierna: de Verordening) van de gemeente Dalfsen wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen die zonder in de gemeente (Dalfsen) hoofdverblijf te hebben op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden, dat wil zeggen: theoretisch in die woning kúnnen verblijven, los van de vraag of zij en hoe vaak zij in die woning verblijven. Op grond van artikel 4 wordt Pro de hoogte van de forensenbelasting bepaald op basis van de zogenoemde WOZ-waarde van de woning.
6. Belanghebbende stelt - kort samengevat - dat de forensenbelasting niet in verhouding staat tot wat zij qua gemeentelijke basisvoorzieningen minimaal zou mogen verwachten: er is geen aansluiting op de gemeentelijke riolering, er zijn overstromingen (geweest) van de woning en ook qua elektra ontbreekt het nodige. Zij heeft in 30 jaar tijd in verband hiermee zeer grote financiële uitgaven moeten doen.
7. De rechtbank overweegt als volgt. Alle beroepsgronden slagen niet. Forensenbelasting is een zelfstandige belasting die de gemeente heft omdat zij voor belanghebbende (en haar echtgenoot) als niet-inwoners in Dalfsen geen financiële compensatie van het Rijk ontvangt en (desalniettemin) ook voor hen gemeentelijke voorzieningen op peil houdt, reden waarom zij forensenbelasting heft. Het is een belasting en geen retributie. Indien dat laatste het geval zou zijn dan zou aanspraak bestaan op een individuele tegenprestatie, maar dat is bij forensenbelasting niet zo. Belanghebbendes beroepsgronden en zeer uitgebreide toelichting ter zitting maken niet dat de opgelegde forensenbelasting onterecht/disproportioneel of onevenredig is, geheel daargelaten dat belanghebbende kiest voor een woning in een kennelijk min of meer ‘onherbergzaam terrein’, (vrijwel) niet grenzend aan gemeentegronden. Klachten over overstromingen etc. dient zij te bespreken met het Waterschap, al geldt ook daarvoor dat het Waterschap zal zeggen het algemeen belang te (moeten) dienen hetgeen mogelijk niet (altijd) strookt met een individueel belang.
8. Belanghebbende stelt voorts dat de gemeente Dalfsen bij de invoering van de forensenbelasting geen contact met haar of met andere belanghebbenden heeft opgenomen. Daardoor is zij niet bij het voortraject betrokken (geweest). Ter onderbouwing van dit standpunt wijst belanghebbende op de uitspraak [1] van de Hoge Raad over forensenbelasting in de gemeente Gulpen – Wittem.
9. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. In die uitspraak ging het om een niet zorgvuldig voorbereide/gebrekkig gemotiveerde aanzienlijke verhoging van belasting. Dat speelt hier niet. De invoering is in onderhavig geval met de nodige waarborgen omkleed geweest en om goede redenen door de gemeente (neutraal) gekoppeld aan de WOZ-waarde van woningen, naar uitvoerig toegelicht in het verweerschrift.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de aanslag forensenbelasting 2024 terecht is opgelegd. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van J.T. Boddeüs, griffier. Uitgesproken op
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.