Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2387

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
2 mei 2026
Zaaknummer
11941012 \ CV EXPL 25-3429
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering kentekenhouder voor tanken zonder betalen

SODA vordert betaling van schade en kosten van [gedaagde], kentekenhouder van een auto waarmee op 28 december 2024 bij een tankstation is getankt zonder te betalen. SODA baseert haar vordering primair op wanprestatie en subsidiair op onrechtmatige daad.

[gedaagde] betwist zelf getankt te hebben en overlegt bewijs dat een derde, herkend door zijn vriendin en met een schuldbekentenis, verantwoordelijk is. De kantonrechter oordeelt dat het vermoeden dat de kentekenhouder zelf heeft getankt is weerlegd door dit bewijs. SODA heeft onvoldoende feiten gesteld om het tegendeel te bewijzen.

Ook de subsidiaire grondslag van onrechtmatige daad faalt omdat [gedaagde] gemotiveerd betwist heeft zelf gehandeld te hebben en SODA dit niet heeft weersproken. Het niet eerder melden van de derde leidt niet tot onrechtmatigheid. De vordering, inclusief rente en incassokosten, wordt afgewezen. Proceskosten worden niet aan [gedaagde] opgelegd.

Uitkomst: De vordering van SODA tegen de kentekenhouder wordt afgewezen omdat het vermoeden dat hij zelf heeft getankt is weerlegd.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11941012 \ CV EXPL 25-3429
Vonnis van 21 april 2026
in de zaak van
STICHTING SERVICE ORGANISATIE DIRECTE AANSPRAKELIJKSTELLING (SODA),
gevestigd te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: SODA,
gemachtigde: Yards deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
De zaak gaat om de vraag of [gedaagde] als kentekenhouder aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan nadat iemand met de auto van [gedaagde] heeft getankt en is weggereden zonder te betalen. De kantonrechter oordeelt van niet, omdat [gedaagde] niet degene is geweest die heeft getankt, en ook bekend is wie dat wel was. Het enkele feit dat [gedaagde] pas bij conclusie van antwoord heeft gedeeld dat zijn vriendin de persoon op de overgelegde foto’s herkent en daarbij een naam noemt, levert op zichzelf geen onrechtmatige daad op. De vorderingen worden daarom afgewezen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- aanvulling op de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek.
1.2
[gedaagde] heeft hierna, hoewel hij daarvoor in de gelegenheid is gesteld, niet meer gereageerd (met een zogeheten conclusie van dupliek).
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1
SODA is een stichting die zich toelegt op het verrichten van diensten tot het beperken van schade ten gevolge van onder meer wanprestatie en onrechtmatige gedragingen. Dit doet SODA onder meer voor houders van tankstations.
2.2.
In deze hoedanigheid treedt SODA op namens tankstation ‘Shell station Maasboulevard’ (hierna: het tankstation).
2.3.
Op 28 december 2024 heeft een auto met kenteken ‘[kenteken]’ die op naam staat van [gedaagde] voor een bedrag van € 40,00 bij het tankstation getankt zonder te betalen.
2.4.
Het tankstation heeft haar vordering ter incasso overgedragen aan SODA.

3.Het geschil

3.1
SODA vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 171,00 (bestaande uit € 40,00 wat betreft de afgenomen brandstof en een forfaitair bedrag van € 131,00 aan kosten ter voorkoming of beperking van schade, welke als vermogensschade gevorderd worden) vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
SODA legt aan de vordering primair ten grondslag – samengevat – dat tussen het tankstation en [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen voor de levering van brandstof tegen directe betaling en dat [gedaagde] deze betalingsverplichting niet is nagekomen.
3.3.
Subsidiair legt SODA aan de vordering ten grondslag – samengevat – dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door te tanken zonder daarvoor te betalen, althans door niet tijdig de gevraagde persoonsgegevens van de bestuurder te verschaffen zodat deze door SODA kon worden aangesproken. [gedaagde] is daarom aansprakelijk voor betaling van de getankte brandstof en de door het tankstation geleden schade.
3.4.
Ondanks herhaalde aanmaning weigert [gedaagde] tot betaling van deze schade over te gaan. SODA heeft haar incassogemachtigde ingeschakeld. Daarom vordert Soda ook een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Het verweer
3.4.
[gedaagde] betwist de vordering van SODA. Hij voert aan – samengevat – dat hij op de bewuste datum niet heeft getankt bij het tankstation. De auto is wel van [gedaagde], maar de persoon op de door SODA overgelegde foto’s is iemand anders. De vriendin van [gedaagde] heeft de persoon herkend als [naam]. [gedaagde] voert aan dat hij inmiddels meerdere dagvaardingen heeft ontvangen wegens tanken zonder te betalen en dat [naam] hiervoor verantwoordelijk is. [gedaagde] heeft hiertoe foto’s overlegd die in een andere procedure zijn ingebracht, waarop volgens [gedaagde] [naam] te zien is terwijl hij tankt met de auto die op naam staat van [gedaagde]. In die zaak heeft [naam] ook een schuldbekentenis bij het tankstation ondertekend.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
4.1.
Onbetwist staat vast dat iemand op 28 december 2024 met de auto van [gedaagde] bij het tankstation heeft getankt en daarna zonder te betalen is weggereden. Op grond van artikel 150 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ligt het op de weg van SODA om het bestaan van een overeenkomst tussen [gedaagde] en het tankstation te bewijzen. Uit het feit dat [gedaagde] de kentekenhouder/eigenaar van de auto was, valt het vermoeden af te leiden dat hij op 28 december 2024 degene was die tankte.
Geen wanprestatie
4.2.
[gedaagde] heeft evenwel onvoldoende weersproken aangevoerd dat op de door SODA in het geding gebrachte foto’s te zien is dat iemand anders, en niet hij, op de betreffende dag heeft getankt. Ter betwisting heeft [gedaagde] heeft foto’s en een schuldbekentenis van een ander persoon uit een andere procedure overlegd, waarin hij aansprakelijk is gesteld wegens tanken zonder te betalen. Daarmee is het rechtsvermoeden dat [gedaagde] heeft getankt weerlegd. Nu SODA in dit verband verder geen feiten of omstandigheden heeft gesteld, kan niet worden vastgesteld dat tussen [gedaagde] en het tankstation een overeenkomst tot stand is gekomen. Het tanken zonder te betalen kan daarom niet op grond van wanprestatie op [gedaagde] worden verhaald. De primaire grondslag kan dus niet leiden tot toewijzing van de vordering.
Geen onrechtmatige daad
4.3.
Ook de subsidiaire grondslag van de vordering slaagt niet. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist de onrechtmatige handeling (het tanken zonder te betalen) te hebben verricht. SODA heeft dit niet weersproken. SODA heeft aangevoerd dat [gedaagde] de stelling dat een derde verantwoordelijk is voor het tanken zonder te betalen eerder kenbaar had moeten maken en dat hij daartoe ruimschoots de gelegenheid heeft gehad en het daarvoor nu te laat is. Alhoewel de kantonrechter van oordeel is dat [gedaagde] dit inderdaad eerder had kunnen doen, leidt het achterwege blijven daarvan niet tot de conclusie dat hij daarmee onrechtmatig handelt. Aan de vereisten voor onrechtmatige daad is niet voldaan.
4.4.
SODA heeft verder aangevoerd dat [gedaagde] geen geboortedatum, adres en woongegevens heeft overlegd, zodat het onmogelijk is voor SODA om de vermeende verantwoordelijke te traceren. Soda persisteert in haar stelling dat [gedaagde] als kentekenhouder gehouden is tot betaling van het gevorderde. [gedaagde] heeft aangegeven dat de persoon op de door SODA overlegde foto’s door zijn vriendin herkend is als [naam] en dat deze persoon in een andere zaak een schuldbekentenis heeft ondertekend. Ook deze stelling is door SODA niet weersproken. Bovendien valt daaruit niet af te leiden dat [gedaagde] deze persoon kende en dus in staat was meer gegevens, in de vorm van bijvoorbeeld woonplaats, adres en geboortedatum te overleggen dan enkel de naam van die persoon. SODA heeft ook niet gesteld dat [gedaagde] deze persoon wél kende en dus in staat was deze gegevens te verstrekken. Al met al levert dit in ieder geval geen (zelfstandige) onrechtmatige daad op jegens SODA. De vordering zal daarom worden afgewezen.
Bijkomende kosten
4.5.
Nu de vordering wordt afgewezen treffen de gevorderde wettelijke rente en de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten hetzelfde lot. De kantonrechter wijst ook deze vorderingen af
De proceskosten
4.6.
SODA verwijt [gedaagde] dat hij niet eerder heeft aangegeven dat een derde verantwoordelijk was voor het tanken zonder te betalen. Het enkele feit dat [gedaagde] dit inderdaad eerder had kunnen aangeven, rechtvaardigt naar het oordeel van de kantonrechter geen proceskostenveroordeling in zijn nadeel. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1
wijst de vorderingen af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op
21 april 2026.