Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2394

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2602443:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Art. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling en afwijzing eerdere ingangsdatum

De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van verzoeker om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om de ingangsdatum van deze regeling op een eerdere datum te bepalen. Verzoeker gaf aan een schuldenlast te hebben die hij niet zelf kan aflossen en verzocht om een ingangsdatum op 26 mei 2025, de datum waarop het minnelijk traject was gestart.

De rechtbank stelde vast dat verzoeker voldeed aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet en dat er geen gronden waren om het verzoek tot toelating af te wijzen. Wel oordeelde de rechtbank dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht had voldaan. Verzoeker had verklaard dat zijn arbeidsovereenkomst niet was verlengd en dat hij pas per 1 juni 2026 een fulltime baan zou hebben, waardoor niet was voldaan aan de sollicitatieplicht.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. De schuldsaneringsregeling werd vastgesteld op achttien maanden vanaf de datum van uitspraak. Tevens werden een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd, en werden maatregelen getroffen met betrekking tot de postinzage en vergoeding van de bewindvoerder. Alle gelegde beslagen kwamen te vervallen.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraakdatum.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2602443:R-RK
Vonnis van maandag 20 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] ,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 13 april 2026, waarbij aanwezig was:
- [verzoeker] .
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op
26 mei 2025, de datum waarop de schuldregeling is gestart. De rechtbank dient onder andere te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan. Volgens het verzoekschrift is de sollicitatieplicht niet op dezelfde wijze ingevuld als tijdens de Wsnp. [verzoeker] zou volgens het verzoekschrift vanaf januari 2026 fulltime aan het werk gaan bij zijn huidige werkgever. Daarnaast is volgens het verzoekschrift geen sprake van een vrijstelling van de sollicitatieplicht en heeft [verzoeker] ook niet aanvullend gesolliciteerd. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat zijn arbeidsovereenkomst niet is verlengd en dat hij dus niet per januari 2026 fulltime werkzaam is. [verzoeker] heeft verklaard met ingang van 1 juni 2026 een fulltime baan te hebben.
De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan, dan wel dat er gronden voor ontheffing van de inspanningsplicht bestonden tijdens het minnelijk traject. Nu [verzoeker] niet volledig aan deze inspanningsplicht heeft voldaan, wijst de rechtbank het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] ;,
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak;
4.3.
wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af [1] ;
4.4.
benoemt tot rechter-commissaris mr. D. van den Berg;
4.5.
benoemt tot bewindvoerder A.J.M. Gresnigt, [adres 2] ;
4.6.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.7.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.8.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen te Almelo door mr. D. van den Berg, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.