Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarbij partijen zijn verschenen bijgestaan door hun advocaten. Ook de moeder van [eiser 1] en [gedaagde], bijgestaan door haar advocaat, mr. G. van Lent, was (als informant) aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarbij de advocaten ook gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen. De griffier heeft tijdens de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.
2.Samenvatting
3.De feiten
10 juli 1995 opgerichte maatschap tussen de moeder en [eiser 1] ontbonden. Daarnaast heeft de rechtbank de vereffening van de vof en de wijze van verdeling van de vof gelast, waarbij aansluiting is gezocht bij de tijdens de mondelinge behandeling op 5 november 2024 tussen partijen gemaakte afspraken. [2] Het vonnis is op 14 mei 2025 betekend aan [gedaagde].
- gemeente [locatie 4],
- gemeente [locatie 1] (thans de nummers [locatie 2] en [locatie 3]).
4.Het geschil
5.De beoordeling
12 februari 2025 aan [gedaagde] gegeven termijn is verstreken, zonder dat [gedaagde] aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Daardoor handelt [gedaagde] in strijd met dat vonnis en onrechtmatig. Van eisers kan niet langer worden gevergd dat zij de inbreuk op hun eigendomsrecht dulden. Het opleggen van een dwangsom is mogelijk en noodzakelijk. Het gebod in het vonnis van 12 februari 2025 levert voor [gedaagde] een onvoldoende prikkel op om tot ontruiming over te gaan. Volgens eisers zijn er concrete aanwijzingen dat [gedaagde] de units wil verplaatsen naar de [adres 2]. Dit perceel is echter eigendom van [eiser 1] en het eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Eisers doen in dit verband ook een beroep op artikel 5:2 BW Pro. [gedaagde] is van plan een inbreuk op dit eigendomsrecht van [eiser 1] te bewerkstelligen. Bovendien rust op de [adres 2] geen bedrijfsbestemming meer. Daarom is het noodzakelijk om een verbod tot verplaatsing van de kantoorunits naar de [adres 2] te vorderen, aldus eisers.
6.De beslissing
21 april 2026.