Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2441

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
347372 FT EA 26.85
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:19 BWFaillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing eigen aangifte tot faillietverklaring wegens misbruik van bevoegdheid en onvoldoende baten

Hardchroom B.V. heeft een eigen aangifte tot faillietverklaring ingediend, welke door de rechtbank Overijssel is behandeld. De rechtbank overweegt dat een faillissement bedoeld is om de curator in staat te stellen activa te gelde te maken ten behoeve van schuldeisers. Hoewel een lege boedel op zichzelf geen reden is om een faillissementsverzoek af te wijzen, kan sprake zijn van misbruik van bevoegdheid indien de aanvrager weet dat er onvoldoende activa zijn en geen gerechtvaardigd belang heeft.

Uit de toelichting van de bestuurder blijkt dat Hardchroom is veroordeeld tot ontruiming van haar bedrijfsruimte en het afvoeren van gevaarlijke chemische afvalstoffen. De kosten hiervan worden geschat tussen €10.000 en €200.000, terwijl de baten uit de verkoop van oudere machines naar schatting slechts €15.000 bedragen. De rechtbank acht het waarschijnlijk dat de kosten van afvoer de opbrengst ruimschoots zullen overtreffen.

De rechtbank concludeert dat er onvoldoende activa zijn om de schuldeisers te betalen en dat het faillissement geen positief resultaat voor hen zal opleveren. Bovendien had de bestuurder zelf de activa kunnen gelde maken en de opbrengst volgens wettelijke regels kunnen verdelen, waarna een turboliquidatie mogelijk was geweest. Daarom is sprake van misbruik van bevoegdheid bij de aangifte tot faillietverklaring.

De rechtbank wijst het verzoek tot faillietverklaring af en benoemt geen curator, aangezien de werkzaamheden zonder vergoeding zouden zijn en het faillissement geen baten zou opleveren.

Uitkomst: Het verzoek tot eigen faillietverklaring van Hardchroom B.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende baten en misbruik van bevoegdheid.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 347372 FT EA 26.85
De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken.
Gezien de aangifte tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid;
Hardchroom B.V., ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 50446886, verder te noemen “Hardchroom”, gevestigd en kantoorhoudende te 7554 TS Hengelo (O), Opaalstraat 19.
Gelet op de behandeling van de eigen aangifte tot faillietverklaring in raadkamer van deze rechtbank d.d. 6 mei 2026;

De beoordeling

2.1.
Hardchroom heeft een verzoekschrift ingediend strekkende tot haar eigen faillietverklaring. Dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
2.2.
Het faillissement dient er mede toe dat de curator ten behoeve van de schuldeisers onderzoekt of en, zo ja, in hoeverre de schuldenares verhaal biedt. Indien de boedel leeg blijkt, kan het faillissement worden opgeheven bij gebrek aan baten. De enkele omstandigheid dat de boedel leeg is of lijkt te zijn, is op zichzelf nog geen reden om een faillissementsverzoek af te wijzen. Daarvoor is vereist dat de faillissementsaanvraag is aan te merken als misbruik van bevoegdheid (ECLI:NL:HR:2017:3269 en ECLI:NL:HR:2015:3636). Daarvan kan sprake zijn als degene die het faillissement aanvraagt, op het moment van de aanvraag weet dat de boedel leeg is althans over onvoldoende activa beschikt om ten gunste van de gezamenlijke schuldeisers te gelde te maken en geen voldoende gerechtvaardigd belang bij de aanvraag heeft, eventueel mede in verband met de beschikbare alternatieven.
2.3.
Uit de eigen aangifte van Hardchroom en uit de toelichting van de bestuurder ter zitting is gebleken dat Hardchroom door de kantonrechter is veroordeeld tot ontruiming van de door haar gehuurde bedrijfsruimte. Voorts is Hardchroom door de kantonrechter onder meer veroordeeld om de chroombaden die in de bedrijfsruimte staan leeg te laten maken en de chroomhoudende en andere gevaarlijke afvalstoffen te laten afvoeren. De chroombaden zijn tot op heden nog niet door Hardchroom leeggemaakt en de chroomhoudende en andere gevaarlijke stoffen zijn tot op heden niet door Hardchroom afgevoerd dan wel zij heeft deze nog niet af laten voeren. De kosten van het leegmaken en afvoeren van bedoelde gevaarlijke stoffen worden door de bestuurder van Hardchroom geschat op een bedrag van € 10.000,00 maar het kan ook weleens oplopen tot een bedrag van ongeveer € 200.000,00. Een nadere onderbouwing van deze bedragen is ter zitting niet gegeven. Hardchroom zou volgens opgave van de bestuurder wel beschikken over baten. Deze baten bestaan uit een mogelijke opbrengst van machines en die opbrengst zou naar inschatting van de bestuurder ongeveer € 15.000,00 kunnen bedragen. Het gaat om volgens de bestuurder om oudere machines en een nadere onderbouwing van de waarde is ter zitting niet verstrekt.
Het stelsel van de Faillissementswet beoogt verdeling door de curator van het vermogen van de schuldenaar onder diens gezamenlijke schuldeisers (HR 22 juli 1988, ECLI:NL:HR 1988:ZC883). Naar aanleiding van hetgeen de bestuurder ter zitting heeft aangedragen is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende activa zijn die ten gunste van de pre faillissementsschuldeisers te gelde kunnen worden gemaakt. Een aan te stellen curator zal worden geconfronteerd met een grote hoeveelheid chemisch afval waarbij de curator het risico loopt dat hij door overheidsinstanties wordt gedwongen om tot afvoer van het chemisch afval over te gaan waarvan de kosten van afvoer de door de waarde van de door de curator te verkopen activa ruimschoots zullen overtreffen. Het valt dan ook niet te verwachten dat een faillissement enig positief gevolg voor de schuldeisers van Hardchroom zou kunnen hebben in die zin dat zij enige betaling tegemoet zouden kunnen zien, laat staat dat de faillissementskosten kunnen worden voldaan.
Van enig rechtens te respecteren belang, van Hardchroom of van relevante derden, bij de faillissementsaanvraag is niet gebleken. Dat geldt temeer nu de bestuurder van Hardchroom zelf ook in staat moet zijn geweest om de activa te gelde te maken en deze opbrengst vervolgens volgens de (wettelijke) regels onder de gezamenlijke schuldeisers kan verdelen en daarna de weg van art. 2:19 BW Pro (turboliquidatie) had kunnen bewandelen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat (het bestuur van) Hardchroom de bevoegdheid aangifte tot faillietverklaring te doen - en daarmee de te benoemen curator te belasten met werkzaamheden zonder dat hij/zij hiervoor een vergoeding tegemoet kan zien - heeft misbruikt.
2.4.
De eigen aangifte tot faillietverklaring zal daarom worden afgewezen.

De beslissing

De rechtbank:
Wijst voormeld verzoek tot faillietverklaring af.
Aldus gedaan te Almelo op 6 mei 2026 door mr. A.E. Zweers, lid van voormelde enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van G.V. Cassese, griffier.