Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2478

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
ak_24_2521
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening parkeerbelastingen Zwolle 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens technische fout aanmelding bezoekersvergunning

Belanghebbende kreeg op 29 maart 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar voertuig zonder geldig parkeerrecht stond geparkeerd aan de Vermeerstraat te Zwolle. De auto was kortstondig via een bezoekersvergunning aangemeld, maar deze aanmelding werd na één minuut stopgezet.

Belanghebbendes gemachtigde voerde aan dat er een technische fout was waardoor de aanmelding via de app onbedoeld werd beëindigd. De heffingsambtenaar stelde dat er geen technische storing was vastgesteld in het systeem op het moment van parkeren.

De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat het parkeerrecht niet geldig was op het moment van controle. De aanwezigheid van opzet of schuld speelt geen rol bij parkeerbelasting. De vergissing komt voor rekening en risico van de kentekenhouder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/2521

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

het hoofd van de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Zwolle,

de heffingsambtenaar.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende gericht tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen. De naheffingsaanslag is op 29 maart 2024 aan belanghebbende (kentekenhouder) opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met een besluit van 10 april 2024 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
[naam] (zus van belanghebbende) heeft namens belanghebbende beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2026 ter zitting behandeld. Belanghebbende en haar gemachtigde, haar zuster [naam] zijn niet verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich vooraf afgemeld
.
Feiten
1. Op 29 maart 2024 om 18:51:46 uur stond een Fiat 500 met kenteken [kenteken] (op naam van belanghebbende) geparkeerd in de Vermeerstraat te Zwolle.
Tijdens een parkeercontrole met een scanauto bleek dat geen sprake was van een geldig parkeerrecht. Het voertuig bleek kort ervoor via een bezoekersvergunning op naam van [naam] te zijn aangemeld, maar één minuut later afgemeld. Aan de kentekenhouder is een naheffingsaanslag opgelegd ter hoogte van € 78,90, bestaande uit € 2,20 aan tariefkosten en € 76,70 aan kosten naheffing.

Beoordeling

3. Tussen partijen staat vast dat door middel van een bebording bij de parkeerplaats of in de naaste omgeving daarvan, het ter plaatse geldende parkeerregime voldoende duidelijk is aangegeven dat en op welke wijze de parkeerder de verschuldigde belasting moet en kan voldoen (het ‘kenbaarheidsvereiste’).
Tussen partijen is niet in geschil dat uit foto’s gemaakt door de scanauto blijkt dat het voertuig op 29 maart 2024 om 18:51:46 zonder parkeerrecht aan de Vermeerstraat stond geparkeerd op een ‘betaald parkeren’ plaats.
4. Belanghebbendes gemachtigde stelt dat de naheffingsaanslag ongedaan gemaakt moet worden omdat zij voor haar zus, belanghebbende, wel de intentie heeft gehad om voor het parkeren te betalen. Zij heeft gebruik gemaakt van haar bezoekersvergunning en de app ‘Parkeerloket’ en het voertuig aangemeld om parkeren via haar bezoekersvergunning mogelijk te maken. Nadien is gebleken dat de aanmelding via de app een minuut later door onbekende oorzaak is uitgeschakeld.
5. De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van de Verordening parkeerbelastingen Zwolle 2024 (de Verordening) is voor parkeren op een parkeerplaats aan de Vermeerstraat te Zwolle parkeerbelasting verschuldigd.
6. Uit controle met een scanauto is gebleken dat het voertuig van belanghebbende op 29 maart 2024 om 18:51:46 uur stond geparkeerd in de Vermeerstraat. Een parkeercontroleur heeft om 19:09 uur vastgesteld dat het voertuig op een ‘betaald parkeren’ plek stond zonder dat deze inmiddels was aangemeld voor een geldig parkeerrecht. Daarmee was voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen.
7. Uit het overzicht van het parkeerloket Zwolle van de reserveringen van een parkeerplaats voor het voertuig met kenteken [kenteken] op 29 maart 2024 blijkt dat de auto voor betaald parkeren aangemeld is geweest van 17:50 uur tot en met 17:51 uur en van 20:35 uur tot 21:35 uur.
8. De heffingsambtenaar heeft naar aanleiding van het bezwaar en beroepschrift van belanghebbende, inhoudende, samengevat weergegeven: ‘
Door een technische fout is de aanmelding van de auto van mijn zus, belanghebbende, op mijn parkeervergunning zonder mijn toedoen na een minuut stopgezet’ gecontroleerd of op genoemde datum en tijd in het systeem sprake is geweest van een technische storing waardoor het aanmelden via bezoekersvergunning niet goed kon verlopen. Dat blijkt niet het geval. Er zijn storingen gemeld noch gebleken. Er bestaat daarom geen aanleiding om aan te nemen dat de aanmelding van het voertuig door onjuiste werking van genoemd systeem is gestopt.
9. De rechtbank merkt nog op dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting geen boete is. De aanwezigheid van opzet of schuld en/of verwijtbaarheid speelt daarom geen rol. Een (medische) noodsituatie is evenmin gesteld of gebleken. De kennelijk begane vergissing komt voor rekening en risico van de kentekenhouder.
10. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is gelet op het voorgaande terecht aan belanghebbende opgelegd. Het beroep slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Westerlaak, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroepEen partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.