Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij B 1],
2.
[partij B 2],
3.
[partij B 3],
4.
[partij B 4],
5.
[partij B 5],
6.
[partij B 6],
[partij B 7],
8.
[partij B 8],
- eiseres in conventie en verweerster in reconventie als [partij A];
- gedaagden in conventie sub 1, 5, 6 en 7 als [partij B];
- gedaagden in conventie en eisers in reconventie sub 2, 3, 4 en 8 als [partij B]
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het vonnis van 28 mei 2025, waarbij is bepaald dat tegen het incidentele vrijwaringsvonnis van 19 maart 2025 hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen;
3.De feiten
- Juridisch gewaarborgde constructies;
- [bedrijf 1] en eigenaar hebben toestemming om het pand te betreden. Dit in tegenstelling tot huurcontracten, waarbij betreding van het pand niet toegestaan is;
- Een verantwoorde wijze van het selecteren en screenen van de gebruikers.
- het Pand als omschreven in 1.1, staat leeg omdat dit binnen afzienbare tijd wordt gesloopt, her-ontwikkeld, verkocht, verhuurd of gerenoveerd;
- Bruikleengever is bereid (een gedeelte van) het in 1.1. genoemde Pand, totdat dit zal worden gesloopt, her-ontwikkeld, verkocht, verhuurd of gerenoveerd, tijdelijk om niet in gebruik te geven aan Bruiklener;
- Bruiklener is zich uitdrukkelijk bewust van de tijdelijke en bijzondere aard van deze Bruikleenovereenkomst;
- Bruiklener stemt er uitdrukkelijk mee in dat het (gedeelte van het) Pand hem slechts tijdelijk en niet exclusieve huisvesting zal bieden;
- Bruiklener kan en zal na beëindiging van de onderhavige Bruikleenovereenkomst jegens Bruikleengever geen enkele aanspraak op vervangende huisvesting of anderszins doen gelden;
- het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van partijen om een huurovereenkomst met elkaar aan te gaan. Bruiklener komt geen huurbescherming toe en is zich daarvan uitdrukkelijk bewust. Een beroep op huurbescherming is, gelet op de specifieke bedoeling van partijen bij het aangaan van deze Bruikleenovereenkomst, in strijd met de redelijkheid en billijkheid;”