Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2506

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
9 mei 2026
Zaaknummer
12114870 \ CV EXPL 26-375
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 lid 1 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:265 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurkoopovereenkomst en teruggave bedrijfsauto wegens betalingsachterstand

Partijen sloten op 10 maart 2021 een huurkoopovereenkomst voor een Porsche 911 Carrera S met een looptijd van 48 maanden, later verlengd met 12 maanden. Gedaagde is in gebreke gebleven met tijdige betaling van leasetermijnen, waarop eiseres de overeenkomst buitengerechtelijk ontbond op 18 november 2025.

Eiseres vordert onder meer de afgifte van de auto, betaling van achterstallige en resterende leasetermijnen, rente, incassokosten en proceskosten. Gedaagde voert verweer dat niet alle aanmaningen zijn ontvangen en stelt bereid te zijn tot betalingsregeling.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet als consument handelde en dat de ontbinding terecht is. Gedaagde is tekortgeschoten in nakoming, waardoor eiseres aanspraak kan maken op afgifte van de auto en betaling van alle leasetermijnen ineens. De gevorderde rente en incassokosten worden deels toegewezen, terwijl kosten voor inname en aangifte niet worden toegewezen omdat deze nog niet zijn gemaakt.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot afgifte van de auto binnen 72 uur onder dwangsom, betaling van € 15.782,22 aan achterstallige leasetermijnen met contractuele rente, € 7.891,11 aan resterende leasetermijnen met wettelijke rente, en € 1.011,73 aan incassokosten met wettelijke rente. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurkoopovereenkomst is ontbonden en gedaagde is veroordeeld tot teruggave van de auto en betaling van achterstallige leasetermijnen met rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12114870 \ CV EXPL 26-375
Vonnis van 28 april 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: VD&P juristen,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam [bedrijf] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1
Partijen hebben op 10 maart 2021 (productie 1.1.) een huurkoopovereenkomst (financiële leaseovereenkomst) gesloten ter zake een Porsche 911 Carrera S met kenteken [kenteken] (hierna ook: de auto). De looptijd van deze overeenkomst is 48 maanden. De totale leaseprijs bedraagt € 109.795,70 (inclusief de leasevergoeding van € 20.304,68). De maandelijkse leasetermijn bedroeg bij aanvang van de huurkoopovereenkomst € 1.662,41, bij vooruitbetaling te voldoen voor of op de vervaldatum van iedere kalendermaand. De laatste leasetermijn zal worden verhoogd met een bedrag van € 30.000,00.
2.2
Partijen hebben op 10 maart 2025 (productie 1.2.) de oorspronkelijke huurkoopovereenkomst (financiële leaseovereenkomst) van de auto verlengd. De looptijd van deze overeenkomst is 12 maanden. De totale leaseprijs bedraagt € 31.564,44 (inclusief de leasevergoeding van € 1.564,44). De maandelijkse leasetermijn bedroeg bij aanvang van de verlenging van de huurkoopovereenkomst € 2.630,37, bij vooruitbetaling te voldoen voor of op de vervaldatum van iedere kalendermaand.
2.3
De gemachtigde van [eiseres] heeft op 18 november 2025 de overeenkomst tussen partijen ontbonden (productie 2), omdat [gedaagde] in gebreke is gebleven met de tijdige betaling van de leasetermijnen.

3.Het geschil

3.1
[eiseres] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:.
In het incident voorlopige voorziening ingevolge artikel 223 Rv Pro:
a. gedaagde te veroordelen tot afgifte van de auto de Porsche 911 Carrera S met kenteken [kenteken] , aan eiseres, dan wel een door haar aan te wijzen derde, binnen 72 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat gedaagde met de afgifte in gebreke blijft, met een maximum van € 15.000,00, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
b. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van het bedrag van € 1.040,60, indien eiseres tot inname van de auto moet overgaan;
c. gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure, salaris gemachtigde inbegrepen en, voor het geval betaling na betekening binnen de door de deurwaarder vermelde termijn niet plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf deze termijn voor voldoening tot de dag der algehele voldoening;
in de hoofdzaak
a. te verklaren voor recht dat de huurkoopovereenkomst met betrekking tot de Porsche 911 Carrera S met kenteken [kenteken] is beëindigd;
b. gedaagde te veroordelen tot afgifte van de auto, de Porsche 911 Carrera S met kenteken [kenteken] , aan eiseres, dan wel een door haar aan te wijzen derde, binnen 72 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00, per dag dat gedaagde met de afgifte in gebreke blijft, met een maximum van € 15.000,00, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
c. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, primair van het bedrag van € 27.296,32 (hoofdsom + rente + contractuele incassokosten, minus betaling), ter zake van bovengenoemde gronden verschuldigd, vermeerderd met de contractuele rente (zijnde 1,5% per maand), althans de wettelijke handelsrente conform artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente conform artikel 6:119 BW Pro, over een bedrag van € 23.673,33, vanaf 15 januari 2026, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, subsidiair van het bedrag van € 25.940,72 (hoofdsom + rente + contractuele incassokosten, minus betaling), ter zake van bovengenoemde gronden verschuldigd, vermeerderd met de contractuele rente (zijnde 1,5% per maand), althans de wettelijke handelsrente conform artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente conform artikel 6:119 BW Pro, over een bedrag van € 23.673,33, vanaf 15 januari 2026, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
d. met dien verstande dat indien de auto wordt ingeleverd en vervolgens verkocht door eiseres, dit bedrag, conform artikel 6:44 lid 1 BW Pro, in mindering wordt gebracht op de openstaande vordering;
e. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van de kosten van deze procedure, salaris gemachtigde inbegrepen en, voor het geval betaling na betekening binnen de door de deurwaarder vermelde termijn niet plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de genoemde termijn voor voldoening, tot de dag der algehele voldoening;
f. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van het bedrag van € 1.040,60, indien eiseres tot inname van de auto moet overgaan;
g. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van het bedrag van € 217,80, indien eiseres tot aangifte bij de politie moet overgaan;
h. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres, van 50% van 1 punt van het salaris gemachtigde indien tot daadwerkelijke executie van het vonnis overgegaan dient te worden.
3.2
[eiseres] legt, kort samengevat, aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] nalatig is geweest in zijn betalingsverplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten huurkoopovereenkomst (financiële leaseovereenkomst).
3.3
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] zegt niet alle aanmaningen, zoals in de dagvaarding gesteld en bijgevoegd, ontvangen te hebben en volgens [gedaagde] heeft [eiseres] daarom niet aan alle vereisten voldaan die gelden voor een correcte aanmaning en het in rekening brengen van aanvullende kosten. [gedaagde] stelt tevens dat hij meerdere keren inhoudelijk heeft gereageerd en hij heeft geprobeerd om tot een oplossing te komen. [gedaagde] is nog steeds bereid om tot een betalingsregeling te komen.
3.4
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

In de hoofdzaak
Gedaagde heeft niet als consument gehandeld
4.1
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet als consument heeft gehandeld.
Ontbinding van de huurkoopovereenkomst en afgifte van de auto
4.2
Tussen partijen staat niet ter discussie dat zij een huurkoopovereenkomst hebben gesloten voor de auto.
4.3
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] door het niet (tijdig) betalen van diverse leasetermijnen is tekortgeschoten in de nakoming van verplichtingen uit de huurkoopovereenkomst. Hij was op grond van de huurkoopovereenkomst en artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden verplicht om de leasetermijnen bij vooruitbetaling op de eerste werkdag van de kalendermaand te voldoen.
4.4
Voormelde tekortkoming levert, krachtens de algemene voorwaarden en het bepaalde in artikel 6:265 lid 1 BW Pro, in beginsel een grond op voor ontbinding. Dit is alleen anders, indien de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Van een dergelijke uitzondering is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake gelet op de hoogte van de betalingsachterstand. [eiseres] heeft de overeenkomst dan ook (buitengerechtelijk) mogen ontbinden.
4.5
Het gevolg hiervan is dat [eiseres] aanspraak kan maken op afgifte van de auto. De door haar op straffe van een dwangsom gevorderde afgifte zal dan ook worden toegewezen. De kantonrechter zal de dwangsom beperken tot een bedrag van € 250,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.
4.6
Een ander gevolg is dat [gedaagde] alle leasetermijnen ineens verschuldigd is, niet alleen de achterstallige termijnen ten tijde van de ontbinding (€ 15.782,22), maar ook de resterende leasetermijnen (van € 7.891,11). In de algemene voorwaarden is immers vastgelegd dat [eiseres] het nog niet betaalde deel van de leaseprijs vervroegd op mag eisen als de wederpartij de betalingsverplichting richting haar, ook na ingebrekestelling, niet nakomt.
Rente
4.7
Omdat [gedaagde] de bedragen niet op tijd heeft betaald, is hij hierover rente verschuldigd. De gevorderde contractuele rente van 1,5% per maand is toewijsbaar over de op het moment van ontbinding achterstallige termijnen vanaf de verschillende vervaldata van die termijnen. Ook over het bedrag aan resterende leasetermijnen moet [gedaagde] rente betalen, maar deze zal de kantonrechter bepalen op de wettelijke rente. Omdat de overeenkomst is ontbonden, kan [eiseres] geen aanspraak maken op de contractuele rente over de leasetermijnen ná ontbinding. Ook is toewijzing van de gevorderde wettelijke handelsrente niet mogelijk. Het bedrag aan leasetermijnen na ontbinding is namelijk een schadevergoeding. De rente worden toegewezen met ingang van 18 november 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.8
Met betrekking tot de door [eiseres] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (die zij heeft berekend over een hoofdsom van € 23.673,33) wordt als volgt overwogen. [gedaagde] heeft in zijn verweer aangevoerd dat hij niet alle aanmaningen heeft ontvangen en dat [eiseres] niet aan de vereisten heeft voldaan die gelden voor een correcte aanmaning. Waar [gedaagde] precies op doelt is de kantonrechter niet helemaal duidelijk. Wellicht doelt [gedaagde] op de regels zoals vermeld in artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Echter is artikel 6:96 lid 6 alleen Pro van toepassing op een consumentenovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt.
4.9
Partijen zijn (in de algemene voorwaarden) een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt, te weten een vergoeding van 10% van het totale bedrag van de niet betaalde verschenen en nog niet verschenen termijnen. Nu is gesteld noch gebleken dat daadwerkelijk incassokosten zijn gemaakt tot dit bedrag, zal een bedrag worden toegewezen dat in overeenstemming is met de redelijk geachte tarieven van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Daarom zal een bedrag van € 1.011,73 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
Kosten inname en transport en verkoopkosten
4.1
De door [eiseres] gevorderde kosten voor het innemen van de auto ter hoogte van € 1.040,60, alsmede de kosten voor het doen van aangifte bij de politie ter hoogte van
€ 217,80 zijn op voorhand niet toewijsbaar, nu deze kosten nog niet zijn gemaakt en evenmin vaststaat dat deze (tot deze bedragen) gemaakt gaan worden.
4.11
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
127,08
- griffierecht
1.504,00
- salaris gemachtigde
577,00
(1 punt × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.352,08
4.12
[gedaagde] heeft aangegeven dat hij nog steeds bereid is om tot een betalingsregeling te komen. Een betalingsregeling is iets wat tussen partijen overeengekomen moet worden. De kantonrechter heeft hiertoe geen bevoegdheid. [gedaagde] zal zelf contact met de gemachtigde van [eiseres] op moeten nemen om de eventuele mogelijkheden voor een betalingsregeling te bespreken.
In het incident
4.13
Gelet op de te geven beslissing in de hoofdzaak heeft [eiseres] geen belang meer bij de gevorderde voorlopige voorziening. De incidentele vordering zal dan ook worden afgewezen.
4.14
[eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
In het incident
5.1
wijst het gevorderde af;
5.2
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
In de hoofdzaak
5.3
verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomst met betrekking tot de Porsche 911 Carrera S met kenteken [kenteken] is beëindigd;
5.4
veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van de Porsche 911 Carrera S met kenteken
[kenteken] aan [eiseres] , dan wel een door haar aan te wijzen derde, binnen 72 uur na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00;
5.5
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen:
een bedrag van € 15.782,22 aan achterstallige leasetermijnen, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand vanaf de respectieve vervaldata van de diverse termijnen tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 7.891,11, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 18 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 1.011,73 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 februari 2026 tot de dag van volledige betaling;
met dien verstande dat, indien de Porsche 911 Carrera S met kenteken [kenteken] wordt ingeleverd/ingenomen en vervolgens verkocht door [eiseres] , de verkoopopbrengst in mindering strekt op de openstaande vordering;
5.6
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.352,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.7
verklaart dit vonnis vanaf punt 5.4. uitvoerbaar bij voorraad;
5.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026. (PHR)