Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2508

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
10 mei 2026
Zaaknummer
C/08/338542 / HA ZA 25-311
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 6:127 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen terugbetaling commissie en schadevergoeding bij niet-optreden artiesten, wel inspanningsverplichting terugvordering gage

Revolution Events Organizers, een evenementenorganisator uit Dubai, boekte via het boekingsbureau [gedaagde] twee Amerikaanse artiesten voor een evenement in Dubai op 11 november 2023. Beide artiesten traden niet op vanwege arrestatie en politieke omstandigheden. Revolution vorderde terugbetaling van de commissie en gage, alsmede schadevergoeding wegens het niet doorgaan van het evenement.

De rechtbank oordeelde dat het boekingsbureau niet aansprakelijk is voor de schade door het niet optreden van de artiesten, conform contractuele uitsluiting. Ook is de commissie verschuldigd aan het bureau, ook bij tekortkoming van de artiesten. Ten aanzien van de gage voor artiest 1 is het bureau verplicht zich in te spannen om terugbetaling van de doorbetaalde gage te verkrijgen en deze aan Revolution door te betalen. Het bureau heeft een schikking getroffen met artiest 1, maar moet hierover transparant zijn richting Revolution.

Voor de gage van artiest 2 is het bureau gehouden terugbetaling te verrichten tenzij zij kan bewijzen dat het voorschot is verrekend met vorderingen op Revolution. De rechtbank draagt het bureau op bewijs te leveren van deze verrekening. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere procedure.

Uitkomst: Vorderingen tot schadevergoeding en terugbetaling commissie worden afgewezen; inspanningsverplichting tot terugvordering gage opgelegd; bewijslevering over verrekening gage aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/338542 / HA ZA 25-311
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
REVOLUTION EVENTS ORGANIZERS CO L.L.C.,
te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten),
eisende partij,
hierna te noemen: Revolution,
advocaat: mr. P.J. Bos,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. L.S. Pross.

1.De zaak en de beslissing in het kort

1.1
Revolution is een evenementenorganisator die via boekingsbureau [gedaagde] twee Amerikaanse artiesten, ‘ [artiest 1] ’ en ‘ [artiest 2] ’, heeft geboekt voor een evenement in Dubai. Beide artiesten hebben niet opgetreden. Revolution vordert in deze procedure daarom terugbetaling van de commissie en de gage voor de artiesten, die zij aan [gedaagde] heeft betaald. Ook vordert zij vergoeding van de schade die zij heeft geleden doordat de artiesten niet hebben opgetreden. [gedaagde] vindt dat de vorderingen afgewezen moeten worden. Volgens [gedaagde] is vergoeding van schade contractueel uitgesloten en is Revolution de commissie aan [gedaagde] verschuldigd, ook wanneer de artiesten niet hebben opgetreden. Omdat [gedaagde] de gage al had doorbetaald aan ‘ [artiest 1] ’ heeft [gedaagde] hem (namens Revolution) aangesproken tot terugbetaling daarvan en heeft zij een schikking met hem getroffen. [gedaagde] heeft Revolution vanwege een geheimhoudingsbeding niet over de inhoud van de schikking geïnformeerd en heeft Revolution niet betaald. De aan [gedaagde] betaalde gage voor het optreden van ‘ [artiest 2] ’ is volgens [gedaagde] , met instemming van Revolution, verrekend met bedragen die Revolution nog aan haar verschuldigd was voor andere evenementen. Revolution betwist dat.
1.2
De rechtbank zal een tussenvonnis wijzen en bij eindvonnis de vorderingen tot betaling van een schadevergoeding en tot terugbetaling van de commissie afwijzen. Verder zal de rechtbank [gedaagde] toelaten te bewijzen dat zij, gelet op de uitkomst uit de procedure tegen ‘ [artiest 1] ’, geen terugbetalingsverplichting jegens Revolution heeft en haar toelaten te bewijzen dat de gage voor het optreden van ‘ [artiest 2] ’ verrekend is. De rechtbank legt dat oordeel hierna uit.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de akte van Revolution.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
Revolution drijft een onderneming die als evenementenorganisator optreedt en die gevestigd is in Dubai en [gedaagde] drijft een boekings- en tourorganisatiebureau dat gevestigd is in [vestigingsplaats] . Revolution en [gedaagde] hebben op 9 augustus 2023 twee ‘Artist engagement & performance agreements’ gesloten (hierna de overeenkomsten). Door middel van de overeenkomsten heeft Revolution twee Amerikaanse artiesten geboekt, te weten [naam 1] , bekend onder artiestennaam ‘ [artiest 1] ’ (hierna [artiest 1] ) en [naam 2] , bekend onder de artiestennaam ‘ [artiest 2] ’ (hierna [artiest 2] ) voor een evenement dat op 11 november 2023 plaats zou vinden in Dubai.
3.2
De overeenkomsten bestaan uit twee delen:
‘Part A: Agreement between Artist and Promotor’(de overeenkomst tussen de artiest en Revolution) en
‘Part B: Agreement Between Agency and Promotor’(de overeenkomst tussen [gedaagde] en Revolution).
3.3
Op grond van artikel 2 van Pro ‘Part A’ van de overeenkomst met betrekking tot [artiest 1] , is Revolution een
‘artist fee’(hierna gage) van $ 120.000,- verschuldigd en een
‘booking fee’(hierna commissie) van $ 12.000,-.
3.4
Op grond van artikel 2 van Pro ‘Part A’ van de overeenkomst met betrekking tot [artiest 2] is Revolution een gage van $ 225.000,- verschuldigd en een commissie van $ 22.500,-.
3.5
Uit artikel 2 van Pro de overeenkomsten volgt ook dat Revolution direct na het aangaan van de overeenkomst een voorschot van 50% van de gage en de volledige commissie moet voldoen. Op 16 augustus 2023 heeft Revolution aan [gedaagde] een voorschot op de gage van [artiest 1] van $ 60.000,-, de commissie voor [artiest 1] van $ 12.000,-, een voorschot op de gage van [artiest 2] van $ 112.500,- en de commissie voor [artiest 2] van $ 22.500,- (in totaal $ 207.000,-) betaald. In artikel 2.1 van de overeenkomst is opgenomen dat [gedaagde] de van Revolution ontvangen bedragen, minus de commissie van [gedaagde] , doorbetaalt aan de artiesten.
3.6
In september 2023 heeft Revolution een overeenkomst gesloten met Braga Concepts Events & Managing LLC, te Dubai (hierna: Braga), voor het boeken van [artiest 2] voor hetzelfde evenement op 11 november 2023. Revolution heeft de commissie voor [artiest 2] ook aan Braga betaald, die Braga op haar beurt heeft doorbetaald aan [artiest 2] .
3.7
Begin november 2023 werd duidelijk dat het evenement dat gepland was op 11 november 2023 niet door kon gaan omdat [artiest 2] gearresteerd was en niet in staat was op te treden en [artiest 1] weigerde in het Midden-Oosten op te treden vanwege de gebeurtenissen in Israël op 7 oktober 2023. Revolution en [gedaagde] hebben gecorrespondeerd over verplaatsing van het evenement naar een latere datum, maar dat heeft er niet toe geleid dat de artiesten hebben opgetreden.
3.8
Op 3 november 2023 heeft [gedaagde] een bedrag van $ 30.000,- aan Revolution betaald met de omschrijving:
‘Refund - [artiest 1] - Dubai’. Op 27 december 2023 heeft Revolution [gedaagde] gesommeerd tot terugbetaling van alle aan [gedaagde] betaalde bedragen. [gedaagde] heeft in een WhatsApp-bericht van 4 december 2024 gereageerd dat zij in Amerika een rechtszaak tegen [artiest 1] is gestart, dat zij hoopt dat dit tot een voor alle partijen gunstige uitkomst leidt en dat zij Revolution op de hoogte houdt over de ontwikkelingen.
3.9
Op 23 december 2024 heeft de Nederlandse advocaat van Revolution [gedaagde] gesommeerd tot terugbetaling van de resterende $ 177.000,- ($ 207.000 - $ 30.000) en tot betaling van een schadevergoeding van $ 139.840,-. [gedaagde] heeft niet betaald.

4.Het geschil

4.1
Revolution vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van $ 316.840,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.
4.2
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Revolution, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Revolution, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Revolution in de kosten van deze procedure.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1
In deze zaak staan de volgende vragen centraal: (i.) moet [gedaagde] de schade die Revolution geleden heeft doordat het evenement niet is doorgegaan vergoeden, (ii.) moet [gedaagde] de aan haar betaalde commissie voor het boeken van de artiesten aan Revolution terugbetalen, en (iii.) is [gedaagde] gehouden de aan haar betaalde gage voor de artiesten aan Revolution terug te betalen. De rechtbank zal deze vragen in het navolgende bespreken.
[gedaagde] hoeft de door Revolution geleden schade niet te vergoeden
5.2
Revolution vordert vergoeding van de schade van $ 139.840,- die zij heeft geleden doordat zij het evenement af heeft moeten gelasten. [gedaagde] vindt dat die vordering afgewezen moet worden omdat vergoeding van schade als gevolg van het niet optreden van de artiesten, contractueel is uitgesloten. Zij voert daartoe aan dat ‘Part A’ van de overeenkomst is gesloten tussen Revolution en de artiest, zij daarbij geen partij is en dat zij bovendien ook geen invloed heeft op de nakoming van de verplichtingen door de artiest. Ter onderbouwing verwijst zij naar artikel 11 van Pro ‘Part B’ van de overeenkomst, die als volgt luidt:
Liability. Agency is not liable for any aspect of the Performance or any breach or failure to preform of Artist, for whatever reason. Promoter acknowledges that Agency is entitled to the Commission, regardless of the Performance or breach of the Artist. In furtherance thereof, Promoter agrees that it will not name or join Agency as a party in any legal proceeding arising out of or related to any act or omission of Artist with respect to part A of this Agreement. Agency’s total liability toward Promoter shall be limited in any event to the amount of the Commission actually received by Agency in relation to the Performance.”
5.3
De rechtbank oordeelt als volgt. Uit artikel 11 van Pro ‘Part B’ van de overeenkomst volgt dat [gedaagde] (Agency) niet aansprakelijk is voor de schade die Revolution (Promotor) lijdt wanneer de artiest zijn verplichtingen niet nakomt. Revolution heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat [gedaagde] – in afwijking van wat partijen zijn overeengekomen – in dit geval wel aansprakelijk is voor de door haar geleden schade. De rechtbank zal de gevorderde schadevergoeding daarom bij eindvonnis afwijzen.
[gedaagde] hoeft de commissie niet terug te betalen
5.4
Revolution stelt dat de artiesten tekort zijn geschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat zij niet hebben opgetreden en Revolution de overeenkomsten heeft ontbonden. Volgens Revolution moet [gedaagde] de aan haar betaalde commissie voor het boeken van [artiest 1] , van $ 12.000,- en voor het boeken van [artiest 2] van $ 22.500,- daarom aan haar terugbetalen. Ten aanzien van de commissie voor [artiest 2] stelt Revolution zich verder nog op het standpunt dat die onverschuldigd is betaald. Zij stelt daartoe dat de overeenkomst voor de boeking van [artiest 2] op 9 augustus 2023 tot stand is gekomen en dat zij [artiest 2] later ook via Braga heeft geboekt en betaald voor hetzelfde optreden. Omdat vaststaat dat Braga de gage heeft doorbetaald aan [artiest 2] en dus feitelijk de boekingswerkzaamheden heeft verricht, was er geen rechtsgrond voor de betaling aan [gedaagde] en is de commissie onverschuldigd betaald, aldus Revolution. [gedaagde] betwist dat.
5.5
Naar het oordeel van de rechtbank leidt een tekortkoming in de nakoming van ‘Part A’ van de overeenkomst door de artiest, niet tot de verplichting voor [gedaagde] om de commissie aan Revolution terug te betalen. Uit artikel 11 van Pro ‘Part B’ van de overeenkomst (zoals hiervoor onder 5.2. is geciteerd) volgt namelijk dat [gedaagde] recht heeft op de commissie, ook wanneer de artiest – op welke grond dan ook – tekortschiet in de nakoming van ‘Part A’ van de overeenkomst. Dat betekent dat de ontbinding van de overeenkomsten met de artiesten door Revolution, niet tot de verplichting voor [gedaagde] leidt om de commissie terug te betalen.
5.6
Over de stelling van Revolution dat de commissie voor het optreden van [artiest 2] onverschuldigd is betaald omdat de artiest ook via Braga is geboekt, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank begrijpt de stelling van Revolution zo dat de overeenkomst die zij heeft gesloten met [gedaagde] voor het optreden van [artiest 2] , nietig of vernietigbaar is, en er om die reden geen rechtsgrond (meer) bestaat voor betaling van de commissie aan [gedaagde] . De rechtbank volgt die stelling van Revolution niet. Revolution heeft niet toegelicht waarom uit het feit dat zij met Braga eenzelfde overeenkomst voor het boeken van [artiest 2] heeft gesloten, voortvloeit dat de overeenkomst met [gedaagde] nietig of vernietigbaar is en de commissie daardoor onverschuldigd betaald is. Anders dan Revolution stelt was er wel een grond voor betaling van de commissie aan [gedaagde] , namelijk de overeenkomst die zij met [gedaagde] had gesloten. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – valt niet in te zien dat de latere overeenkomst met Braga leidt tot de nietigheid of vernietigbaarheid van de overeenkomst met [gedaagde] .
5.7
Gelet op het voorgaande is Revolution de commissie voor beide artiesten aan [gedaagde] verschuldigd. De vordering tot terugbetaling van de commissie van $ 12.000,- en van $ 22.500,- (totaal $ 34.500,-) zal daarom bij eindvonnis worden afgewezen.
Gage [artiest 1]
5.8
Revolution vordert terugbetaling van (het resterende voorschot op) de gage die zij aan [gedaagde] heeft betaald voor het optreden van [artiest 1] . Zij stelt daartoe dat [artiest 1] tekort is geschoten in de nakoming van ‘Part A’ van de overeenkomst en zij de overeenkomst daarom ontbonden heeft. Volgens Revolution moet [artiest 1] de gage terugbetalen en moet [gedaagde] zich inspannen om de aan hem doorbetaalde gage terug te krijgen en aan Revolution te betalen. Omdat [gedaagde] op 3 november 2023 een bedrag van $ 30.000,- heeft terugbetaald, moet zij Revolution nog een bedrag van $ 30.000,- ($ 60.000 - $ 30.000) betalen ten aanzien van de gage van [artiest 1] . Ter onderbouwing verwijst zij naar artikel 7 van Pro ‘Part A’ van de overeenkomst en artikel 10 van Pro ‘Part B’ van de overeenkomst. In de artikelen is het volgende opgenomen.
7. Artist Cancellation or non-performance.(…) If Artist cancels this Agreement or the Performance prior to or on the Performance Date (…), Artist shall return to Agency any deposit or amount already paid. Any amounts received by Agency in connection to Artist cancellation will be promptly refunded to Promoter, less the amount of Agency’s Commission (…)”
10. Intermediary Services. (…) Agency acts as an intermediary and is not a party to part A of this agreement. Agency’s obligation to refund Promotor on behalf of Artist shall be limited in any event to the amount actually received by Agency form Artist, less the amount of Agency’s Commissions an advanced expenses.’
5.9
Verder verwijst Revolution naar het WhatsApp-bericht van 4 december 2024 waarin [gedaagde] , in reactie op de sommaties van Revolution, onder andere het volgende heeft geschreven:
“(…) I saw your messages, but I was in meetings and didn’t want to reply hastily. (…) We had to file a lawsuit against [artiest 1] in California, and since our lawyer is based in New York, we had to bring in another law firm from California to work with our lawyer on this case against [artiest 1] . You’ll hear soon that [artiest 1] is being served.
I know it’s been a long time, but it’s not due to anything on my end, and we’ve been working on this for so long. Hopefully, by early 2025, everything will finally be resolved, and we can all be satisfied with the outcome.
Thank you for your patience, and I’ll keep you updated on any further developments. (…)”
5.1
[gedaagde] betwist dat zij de resterende gage voor het optreden van [artiest 1] aan Revolution moet terugbetalen. Zij voert daartoe aan dat zij op grond van de overeenkomsten alleen een terugbetalingsverplichting heeft wanneer zij de gage voor de artiest (nog) in haar bezit heeft. Omdat [gedaagde] de gage aan [artiest 1] heeft doorbetaald, kan zij dit bedrag niet aan Revolution terugbetalen. Ook betwist zij dat zij op grond van de overeenkomsten een inspanningsverplichting heeft om terugbetaling van de gage door [artiest 1] te bewerkstelligen. De $ 30.000,- die zij (onverplicht) aan Revolution heeft terugbetaald kwam vanuit haar eigen middelen en heeft zij betaald om de relatie met Revolution goed te houden. Ook is zij onverplicht een juridische procedure in Amerika tegen [artiest 1] begonnen, aldus [gedaagde] .
5.11
De rechtbank oordeelt als volgt. Op grond van artikel 7 van Pro ‘Part A’ van de overeenkomst en artikel 10 van Pro ‘Part B’ van de overeenkomst is de artiest verplicht (het voorschot op) de gage terug te betalen wanneer hij niet optreedt en is [gedaagde] verplicht om bedragen die zij in dat kader van de artiest ontvangt, aan Revolution te betalen. Een redelijke uitleg van dat artikel brengt ook mee dat, indien [gedaagde] de gage nog niet aan de artiest heeft doorbetaald, [gedaagde] dat bedrag moet terugbetalen aan Revolution.
5.12
De rechtbank overweegt verder het volgende. Wanneer partijen het niet eens zijn over de omvang van hun verplichtingen op basis van de overeenkomst, moet de rechtbank de overeenkomst uitleggen. Het gaat daarbij niet om een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van de overeenkomst, maar ook om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij ten aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). Voor de uitleg van de inhoud van de verplichtingen van [gedaagde] op basis van de overeenkomst, is dus mede van belang hoe partijen zich tegenover elkaar hebben gedragen en wat zij hebben verklaard, en wat zij redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen mochten afleiden.
5.13
Revolution mocht redelijkerwijs uit de gedragingen en verklaringen van [gedaagde] afleiden dat op [gedaagde] naast de terugbetalingsverplichting ook de verplichting rust om zich in te spannen om een terugbetaling van de gage door de artiest te krijgen, in het geval die artiest tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst en de overeenkomst wordt ontbonden. Voor dat oordeel is redengevend dat [gedaagde] , nadat zij door Revolution was aangemaand tot terugbetaling van de gage, (mede) namens Revolution een procedure tegen [artiest 1] is gestart tot terugbetaling daarvan. Zij heeft Revolution al op 4 december 2024 over die procedure geïnformeerd en haar medegedeeld dat zij hoopt dat dit tot een goede uitkomst voor partijen leidt en dat zij haar op de hoogte houdt over de uitkomst van die procedure. Ook heeft zij in reactie op de vorderingen van Revolution, in haar conclusie van antwoord onder randnummer 41. nogmaals gesteld dat zij in afwachting is van de uitkomst van die procedure. Bij de mondelinge behandeling heeft zij vervolgens verklaard dat zij een schikking met [artiest 1] heeft getroffen, maar dat zij zich daar niet verder over kan uitlaten omdat in de vaststellingsovereenkomst een geheimhoudings- en boetebeding is opgenomen. Zij heeft daarom geweigerd informatie te geven over de vraag of zij een (gedeeltelijke) terugbetaling van de gage heeft ontvangen van [artiest 1] . Zij zal – zo begrijpt de rechtbank – Revolution ook niet betalen vanuit het (eventueel) ontvangen schikkingsbedrag.
5.14
Zoals de rechtbank [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling heeft voorgehouden moet zij Revolution, ondanks een eventueel geheimhoudingsbeding, informeren over de (financiële) uitkomst uit de procedure die zij tegen [artiest 1] heeft gevoerd. [gedaagde] heeft [artiest 1] immers, zoals zij Revolution heeft medegedeeld in het WhatsApp-bericht van 4 december 2024 en zoals zij herhaald heeft in haar conclusie van antwoord, namens Revolution aangesproken tot terugbetaling van de gage. [gedaagde] heeft daarnaast de verplichting bedragen die zij ter terugbetaling van de gage van [artiest 1] ontvangt, door te betalen aan Revolution. Zij kan zich niet aan die verplichting onttrekken door een enkele verwijzing naar een geheimhoudingsbeding in de overeenkomst.
5.15
Gelet op het voorgaande voert [gedaagde] het (bevrijdende) verweer dat zij aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan, een schikking met [artiest 1] heeft getroffen én op basis van die schikking (kennelijk) geen betalingsverplichting jegens Revolution heeft. Revolution betwist dat en voert aan dat [gedaagde] bewust onduidelijkheid laat bestaan over de vraag of zij een terugbetaling van [artiest 1] heeft ontvangen zodat zij Revolution niet hoeft te betalen. Omdat Revolution bewijs heeft aangeboden van haar stellingen zal de rechtbank haar in de gelegenheid stellen feiten te bewijzen waaruit blijkt dat zij – gelet op de uitkomst uit de procedure die zij tegen [artiest 1] heeft gevoerd – geen geld van [artiest 1] heeft (ontvangen) ter terugbetaling van de gage voor het optreden van 11 november 2023 en daarom geen betalingsverplichting jegens Revolution heeft.
Gage [artiest 2]
5.16
Revolution vordert terugbetaling door [gedaagde] van het aan haar betaalde voorschot op de gage van $ 112.500,- voor het optreden van [artiest 2] . Revolution voert daartoe aan dat [gedaagde] de gage niet aan [artiest 2] heeft doorbetaald en [gedaagde] het bedrag daarom op grond van artikel 7 van Pro ‘Part A’ van de overeenkomst moet terugbetalen.
5.17
[gedaagde] is het daar niet mee eens en voert het volgende aan. Toen duidelijk werd dat [artiest 2] al door Braga was betaald, heeft [gedaagde] het voorschot verrekend met de voorschotten en vergoedingen die Revolution nog aan [gedaagde] verschuldigd was voor twee (andere) optredens van artiesten [artiest 1] en ‘ [artiest 3] ’. Volgens [gedaagde] heeft zij dit gedaan in overleg met Elite Music, die in deze handelde namens Revolution. De communicatie verliep volgens [gedaagde] altijd via Elite Music en Elite Music was verantwoordelijk voor de financiële afwikkeling van de afspraken omdat de bestuurder van Revolution geen Engels spreekt. Elite Music heeft volgens [gedaagde] in een WhatsApp-gesprek ingestemd met de verrekening. Ter onderbouwing verwijst zij naar delen van de WhatsApp-correspondentie met ‘[naam 3]’ (Elite Music), waarin ‘[naam 3]’ schrijft:
“You still need to wire 20k USD after we use the [artiest 2] deposits of [bestuurder] .”[ [bestuurder] , bestuurder van Revolution]
“Plus we use [artiest 2] money 112.500 USD deposit for [artiest 1] deposits 65k USD + [artiest 3] open 50k USD = 115k USD.”
[gedaagde] reageert daarop als volgt:
“I told you even when he wire [artiest 1] [artiest 2] I still need the money what I have to add.”
5.18
Daarnaast verwijst [gedaagde] naar twee facturen die zij heeft overgelegd. Het gaat om factuur 2023-126 van [gedaagde] aan Elite Music voor het voorschot op de gage van [artiest 1] voor het optreden in Tel Aviv van $ 50.000,- en de commissie van $ 15.000,- (totaal $ 65.000,-) en factuur 2023-141 aan Elite Music voor het voorschot op de gage van ‘ [artiest 3] ’ en de bijkomende kosten, van in totaal $ 67.500,-. Op beide facturen heeft [gedaagde] genoteerd dat die verrekend zijn met het bedrag van $ 207.000,- dat Revolution aan haar had betaald op 16 augustus 2023. De rechtbank heeft [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling gevraagd waaruit volgt dat zij een vordering van Revolution kon verrekenen met een vordering van haar op (volgens de tenaamstelling van de factuur) Elite Music. [gedaagde] heeft in reactie daarop verklaard dat de facturen weliswaar aan van Elite Music gericht zijn, maar dat het feitelijk vorderingen op Revolution betreffen, die alleen aan Elite Music zijn gefactureerd omdat zij namens Revolution handelde.
5.19
Revolution betwist dat er een verrekening heeft plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij over de rol van Elite Music verklaard dat zij via Elite Music in contact is gekomen met [gedaagde] , maar dat Elite Music niet namens haar handelde. Verder heeft zij aangevoerd dat de facturen van [gedaagde] gericht zijn aan Elite Music en [gedaagde] de vordering van Revolution daar niet mee kan verrekenen. In haar akte van 4 maart 2026 heeft zij daar aan toegevoegd dat het WhatsApp-gesprek tussen Elite Music en [gedaagde] heeft plaatsgevonden op 7 en 16 augustus 2023, terwijl de aanbetaling op 16 augustus 2023 werd gedaan en op dat moment nog niet bekend was dat [artiest 2] al door Braga was betaald. Dat betekent volgens Revolution dat er op het moment van de verrekening nog geen vordering van Revolution op [gedaagde] bestond, en de verrekening dus niet kan hebben plaatsgevonden.
5.2
De rechtbank overweegt vooropgesteld het volgende. [gedaagde] betwist niet dat zij de gage voor het optreden van [artiest 2] niet aan de artiest heeft betaald en op grond van artikel 7 van Pro ‘Part A’ van de overeenkomst dat bedrag in beginsel moet terugbetalen aan Revolution omdat de artiest niet heeft opgetreden. Zij voert echter het (bevrijdende) verweer dat zij de aanbetaling op de gage heeft verrekend met vorderingen van [gedaagde] op Revolution, althans – zo begrijpt de rechtbank – op 16 augustus 2023 met Elite Music een nadere afspraak is gemaakt om de betaling van $ 112.500,- voor een ander doel aan te wenden dan betaling van de gage van [artiest 2] . Omdat [gedaagde] zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde verrekening of nadere afspraak beroept, moet zij daarvoor op grond van artikel 150 Rv Pro feiten en omstandigheden stellen en bij betwisting bewijzen.
5.21
Revolution heeft de stellingen van [gedaagde] gemotiveerd betwist en [gedaagde] heeft (getuigen)bewijs aangeboden. De rechtbank zal [gedaagde] daarom opdragen bewijs te leveren van haar stelling dat zij het voorschot op de gage van [artiest 2] , van $ 112.500,- kon verrekenen met vorderingen op Revolution, althans van haar stelling dat er een nadere afspraak is gemaakt op grond waarvan het bedrag van $ 112.500,- is aangewend voor een andere betalingsverplichting van Revolution. Dat betekent dat indien [gedaagde] zich op verrekening beroept, zij onder andere moet bewijzen dat er op het moment waarop zij de vordering verrekende, daadwerkelijk een vordering van Revolution op [gedaagde] bestond, zoals artikel 6:127 BW Pro voorschrijft, en de facturen op naam van Elite Music in feite zien op vorderingen op Revolution waarmee [gedaagde] haar vorderingen kon verrekenen. Indien [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat er met Elite Music (namens Revolution) een nadere afspraak is gemaakt om het bedrag van $ 112.500,- aan te wenden voor andere betalingsverplichtingen, dan moet zij onder andere bewijzen dat Elite Music namens Revolution handelde, althans dat [gedaagde] daar redelijkerwijs op mocht vertrouwen, en dat de afspraak is gemaakt het bedrag aan te wenden voor de betaling van de twee door [gedaagde] overgelegde facturen, gericht aan Elite Music.
Voortgang
5.22
De zaak zal weer op de rol komen voor uitlating door [gedaagde] op welke wijze zij het bewijs, zoals hiervoor onder 5.15 en 5.21. omschreven, wil leveren.
5.23
De rechtbank overweegt verder dat, indien partijen door dit vonnis aanleiding zien met elkaar in overleg te treden over de mogelijkheid van een schikking, zij de rechtbank (gezamenlijk) om aanhouding van de zaak kunnen vragen.
5.24
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1
draagt [gedaagde] op bewijs te leveren van haar stellingen zoals onder rov. 5.15 en 5.21. is omschreven,
6.2
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 13 mei 2026voor uitlating door [gedaagde] of zij bewijs, zoals opgedragen onder 6.1., wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
6.3
bepaalt dat, als [gedaagde] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel
bewijsstukkenwil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
6.4
bepaalt dat, als [gedaagde]
getuigenwil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
junitot en met
november 2026dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
6.5
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. M.M. Verhoeven, in het gerechtsgebouw te Almelo, Egbert Gorterstraat 5,
6.6
bepaalt dat
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
6.7
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.(mb)