Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 17 april 2025
- het tegen gedaagde verleende verstek.
2.De feiten, het geschil en de beoordeling
alsmededoor iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt (artikel 3:316 lid 1 BW Pro).
30 september 2016aanspraak gemaakt op betaling, herhaald (door het leggen van executoriaal derdenbeslag) in
juni 2021en
september 2025. Dat voormelde handelingen geen stuitingshandelingen in de zin van artikel 3:316 lid 1 BW Pro zouden zijn, is gesteld noch gebleken. Het beroep op verjaring slaagt dan ook niet.