Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2654

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
C/08/345545 / KG ZA 26-52
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:299 BWArt. 6:119 BWArt. 556 RvArt. 558 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning en overige onroerende zaken in nalatenschapsafwikkeling

De vereffenaar in de ontbonden huwelijksgemeenschap van wijlen echtgenote van gedaagde vorderde ontruiming van de voormalige echtelijke woning en overige onroerende zaken. Gedaagde verscheen niet tijdens de zittingen, waarop verstek werd verleend. Een verzoek tot zuivering van het verstek werd afgewezen omdat gedaagde wederom niet verscheen bij de voortgezette mondelinge behandeling.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond was en wees deze toe. Gedaagde werd veroordeeld om binnen 14 dagen de onroerende zaken te verlaten, te ontruimen en de sleutels aan de vereffenaar te overhandigen. Tevens werd gedaagde verplicht zich uit te schrijven uit de Basisregistratie Personen van de gemeente Enschede.

Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot medewerking aan noodzakelijke handelingen voor de vereffening, waaronder het toelaten van de vereffenaar en derden, het ophangen van een te koop bord, en het opruimen van de onroerende zaken. Bij niet-vrijwillige ontruiming moet gedaagde de kosten daarvan vergoeden. Ook werd gedaagde veroordeeld tot het verstrekken van informatie over juridische procedures, goederen, schulden en administratie van de huwelijksgemeenschap.

De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd, inclusief wettelijke rente en dwangsommen bij niet-naleving. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026 door mr. U. van Houten.

Uitkomst: Vordering tot ontruiming en medewerking wordt toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/345545 / KG ZA 26-52
Vonnis in kort geding van 13 mei 2026
in de zaak van
[eiser] Q.Q.,
In haar hoedanigheid van vereffenaar in de ontbonden huwelijksgemeenschap van wijlen mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: de vereffenaar,
advocaat: mr. J.Th.M. Diks,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties
  • de mondelinge behandeling van 9 april 2026, ter gelegenheid waarvan [gedaagde] niet is
verschenen en tegen [gedaagde] verstek is verleend
- de brief van 10 april 2026 van [gedaagde], die de rechtbank heeft aangemerkt als een verzoek
tot zuivering van het verstek
  • de reactie daarop van 15 april 2026 van de vereffenaar
  • de door de griffier van deze rechtbank bij partijen opgevraagde verhinderdata voor een
voortgezette mondelinge behandeling
- het bericht van 22 april 2026 van de vereffenaar met verhinderdata voor een voortgezette
mondelinge behandeling
- de voortgezette mondelinge behandeling van 13 mei 2026, die de vereffenaar en haar
advocaat, mr. M. Filemon, kantoorgenoot van mr. Diks, digitaal hebben bijgewoond en ter gelegenheid waarvan [gedaagde] wederom niet is verschenen.
1.2.
Het vonnis is bepaald op vandaag. De voorzieningenrechter heeft mondeling uitspraak gedaan.

2.De beoordeling

2.1.
De vereffenaar heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft verstek verleend tegen [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling van 9 april 2024. [gedaagde] was niet verschenen en aan alle wettelijke termijnen en formaliteiten voor oproeping van [gedaagde] was voldaan. De op 10 april 2026 ontvangen brief van [gedaagde] heeft de rechtbank aangemerkt als een verzoek tot zuivering.
Er is, nadat beide partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun verhinderdata op te geven, een voortgezette mondelinge behandeling gepland op 13 mei 2026. [gedaagde] is wederom niet verschenen. Dat betekent dat het verstek niet wordt gezuiverd.
2.3.
De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vereffenaar worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
341,00
- salaris advocaat
760,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.443,02
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten (inclusief nakosten) wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, de navolgende onroerende zaken te verlaten met al het zijne en de zijnen, te ontruimen en ontruimd te houden, de onroerende zaken en de sleutels ter vrije en algehele beschikking te
stellen van de vereffenaar, zijnde de onroerende zaken:
- De voormalige echtelijke woning geleden aan de [adres 1];
- Een perceel bos gelegen naast de voormalige echtelijke woning met de kadastrale aanduiding [locatie];
- Een perceel gelegen aan de [adres 2]
,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om zich binnen veertien dagen na het verlaten en ontruimen
van de hiervoor genoemde onroerende zaken uit te schrijven uit de Basisregistratie
Personen van de gemeente Enschede van voornoemde onroerende zaken, op straffe
van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag(deel) dat hij hiermee in gebreke
blijft met een maximum van € 25.000,00,
3.3.
veroordeelt [gedaagde], voor het geval hij niet vrijwillig tot ontruiming overgaat en de vereffenaar de ontruiming ex artikel 556 Rv Pro door een gerechtsdeurwaarder moet laten uitvoeren, om aan de vereffenaar te betalen de kosten die hiermee gemoeid zijn en uit het proces-verbaal van de ontruiming zullen blijken,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om medewerking te verlenen aan alle handelingen die voor
de vereffening noodzakelijk zijn, althans tot het gehengen en gedogen van deze
handelingen en de vereffenaar daartoe ook toegang te verlenen tot de onroerende
zaken als hiervoor genoemd, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis in kort
geding, waaronder, doch niet beperkt tot:
- Het toelaten van de vereffenaar tot de onroerende zaken die tot de huwelijksgemeenschap behoren;
- Het toelaten van door de vereffenaar aan te wijzen derden die in het kader van de vereffening toegang tot de woning nodig hebben, zoals een taxateur, makelaar, evt. onderhoudsdienst/ reparateur, medewerkers van een nutsvoorzieningsbedrijf etc.;
- Het afgeven van een sleutelset aan de vereffenaar, dan wel een door hem aan te wijzen hulppersoon zoals bijvoorbeeld een makelaar;
- Het gehengen en gedogen van een “te koop” bord in en bij de onroerende zaken, deze te laten staan en/of hangen;
- Het plegen van door de vereffenaar en/of de nog aan te wijzen makelaar aan te wijzen
onderhoud aan de onroerende zaken;
- Het tot genoegen van de vereffenaar en of de nog aan te wijzen makelaar opruimen en opgeruimd houden van de onroerende zaken ten behoeve van het maken van foto’s en het houden van bezichtigingen;
- Het toelaten van bezichtigingen;
- Het niet aanwezig zijn in/ rondom de onroerende zaken tijdens de bezichtigingen;
- Het opvolgen van de aanwijzingen van de makelaar in verband met bespoediging van de verkoop;
- Het beschikbaar zijn voor overleg met de vereffenaar op haar verzoek;
- Bij de overdracht de onroerende zaken leeg en veegschoon op te leveren,
3.5.
machtigt de vereffenaar overeenkomstig artikel 3:299 BW Pro om zelf datgene te
bewerken waartoe [gedaagde] is gehouden als hiervoor onder 3.4. bepaald, doch waar [gedaagde] niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan heeft voldaan, en veroordeelt [gedaagde] om de vereffenaar daartoe telkens wanneer nodig toegang te verschaffen tot de onroerende zaken en veroordeelt [gedaagde] daarbij om de kosten die noodzakelijk zijn voor uitvoering van de machtiging te betalen, op vertoon facturen van partijen die de vereffenaar heeft moeten inschakelen ter uitvoering van de machtiging,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] overeenkomstig het bepaalde in artikel 558 Rv Pro, tot de
gedeeltelijke en/of tijdelijke ontruiming van de onder 3.1. genoemde onroerende zaken
teneinde de vereffenaar in staat te stellen datgene te bewerken waarvoor op grond van
artikel 3:299 BW Pro machtiging werd verleend en hetgeen [gedaagde] aldus dient te
gehengen en gedogen,
3.7.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis, de
volgende informatie aan de vereffenaar te verstrekken:
a. een antwoord op de vraag of er juridische procedures lopen die de belangen van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap betreffen en bij een bevestigend antwoord op deze vraag alle onderliggende stukken betreffende deze procedures;
b. een opgave van de goederen en de schulden van de heer [gedaagde] en erflaatster per
10 januari 2025 met toezending van alle onderliggende stukken;
c. de (digitale en papieren) administratie van de ontbonden huwelijksgemeenschap,
waaronder relevante notariële akten, hypotheekopgaven, bankafschriften, IB aangiften en bijbehorende aanslagen over de jaren 2023 en 2024;
d. een opgave van lopende abonnementen (internet, televisie etc.);
e. veroordeelt [gedaagde] alsmede om rekening verantwoording af te leggen over het beheer dat hij gevoerd heeft over de goederen van de huwelijksgemeenschap over de periode
10 januari 2025 tot en met heden, althans de datum van benoeming van de vereffenaar,
het voorgaande op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of
dagdeel dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 25.000,00,
3.8.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.443,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.9.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten, zoals hiervoor onder 3.8. genoemd, als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op
13 mei 2026.