ECLI:NL:RBOVE:2026:267
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde verzorgingstehuis
Belanghebbende, eigenaar van een verzorgingstehuis, betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde per 1 januari 2022, stellende dat de restwaarde te hoog en de levensduur te lang is vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat afwijking van de Taxatiewijzer mogelijk is, maar dat degene die afwijking claimt, de bewijslast draagt. Belanghebbende slaagt er niet in met verifieerbare gegevens aan te tonen dat de restwaarde slechts 4,2% bedraagt, mede omdat het onderzoeksrapport waarop zij zich beroept onvoldoende duidelijk is en door de heffingsambtenaar gemotiveerd is betwist.
Ook het standpunt dat de levensduur te lang is vastgesteld wordt verworpen. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat levensduurverlenging gerechtvaardigd is vanwege de volledige renovatie in 2012, lopende huurovereenkomst tot 2034 en onderhoudsverplichtingen.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het verzorgingstehuis wordt ongegrond verklaard.