ECLI:NL:RBOVE:2026:2689
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde vaststelling recreatiewoning ongegrond verklaard
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande recreatiewoning die op 1 januari 2024 is gewaardeerd op €241.000,- door de heffingsambtenaar. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting is bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard. Belanghebbende stelde dat de woning in verhuurde staat verkeert, dat onderhoudskosten hoog zijn en dat de waarde te hoog is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de Wet WOZ uitgaat van een fictie waarbij de woning onverhuurd en direct beschikbaar is, waardoor de feitelijke verhuursituatie niet relevant is. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd met vergelijkingsobjecten die de vastgestelde waarde ondersteunen. De onderhoudstoestand is als ondergemiddeld beoordeeld, wat voldoende rekening houdt met de gebreken.
De rechtbank wijst verder het argument af dat de WOZ-waarde beïnvloed zou moeten worden door de belastingdruk in Box 3, aangezien dit niet relevant is voor de waardebepaling. Ook de door belanghebbende voorgestelde lagere waarde is onvoldoende onderbouwd. Gezien deze overwegingen blijft de WOZ-waarde ongewijzigd en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €241.000,- wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.