ECLI:NL:RBOVE:2026:2691
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Wierden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Wierden, welke door de heffingsambtenaar op € 307.000,- is gesteld. De rechtbank beoordeelt of deze waardering te hoog is vastgesteld op basis van vergelijkingsobjecten en taxatierapporten.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen met hogere verkoopprijzen werden meegenomen. De rechtbank oordeelt dat de verschillen tussen de woning van belanghebbende en de vergelijkingsobjecten voldoende zijn meegenomen, waaronder gebruiksoppervlakte, uitstraling en voorzieningen.
Belanghebbende voerde aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de staat van de carport, garage en woning, alsmede met de ligging naast een autospuiterij. De rechtbank stelt vast dat deze aspecten adequaat zijn gewaardeerd als matig en dat een lagere waardering niet gerechtvaardigd is.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 307.000,- wordt ongegrond verklaard.