ECLI:NL:RBOVE:2026:274
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering terugbetaling resterend kredietbedrag wegens onredelijk rentebeding
Eiseres heeft gevorderd dat gedaagde het resterende bedrag van een kredietovereenkomst betaalt, omdat gedaagde meerdere maanden achterstallig was met betalingen. Gedaagde heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of eiseres aan haar informatieplicht heeft voldaan en of er sprake is van oneerlijke bedingen.
De kantonrechter oordeelt dat het variabele rentebeding in de kredietovereenkomst onredelijk bezwarend en niet transparant is, waardoor dit beding vernietigd wordt. Dit heeft echter geen gevolgen voor de vordering omdat de kredietvergoeding tot het moment van ingebrekestelling gelijk was aan de aanvangsvergoeding.
De kantonrechter wijst de vordering toe tot betaling van een bedrag van € 2.249,19 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 22 september 2019. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van € 837,14. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.249,19 plus wettelijke rente en proceskosten.