[eiser] vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt om binnen 48 uur na betekening van het vonnis medewerking te verlenen aan afgifte van [paard 1] en [paard 2], inclusief paardenpaspoorten en overige bescheiden, op de [adres],
II. bepaalt dat [eiser] voorafgaand aan de afgifte een bedrag van € 40.000,00 in depot zal storten op de derdengeldrekening van [bedrijf], tot zekerheid voor een eventueel aan [gedaagden] toekomende vergoeding, totdat partijen overeenstemming hebben bereikt over de financiële afwikkeling of een rechter hierover heeft beslist en de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan,
III. bepaalt dat [gedaagden] direct voorafgaand aan de feitelijke afgifte medewerking verlenen aan een veterinair onderzoek van [paard 1] en [paard 2],
IV. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 per dag(deel) dat zij in gebreke blijven aan de vordering onder I te voldoen, met een maximum van € 100.000,00,
V. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 per dag(deel) dat zij in gebreke blijven aan de vordering onder II te voldoen, met een maximum van € 100.000,00,
VI. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.