ECLI:NL:RBOVE:2026:279

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
11814113 \ CV EXPL 25-2253
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting van betalingsverplichtingen in een overeenkomst van opdracht tussen KPMS Bouwadvies B.V. en [partij A]

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Overijssel, heeft KPMS Bouwadvies B.V. (hierna: KPMS) een vordering ingesteld tegen [partij A] met betrekking tot onbetaalde facturen voor werkzaamheden die zouden zijn verricht in het kader van een overeenkomst van opdracht. De procedure begon met een dagvaarding waarin KPMS vorderde dat [partij A] zou worden veroordeeld tot betaling van een openstaand bedrag van € 21.293,29, vermeerderd met rente en kosten. KPMS stelde dat [partij A] gehouden was om de facturen te betalen, omdat de overeenkomst was opgezegd zonder geldige reden. [partij A] voerde verweer en betwistte de betalingsverplichting, stellende dat voor een deel van de werkzaamheden geen opdracht was gegeven en dat de gefactureerde werkzaamheden niet waren afgerond.

De kantonrechter heeft de feiten en de procedure zorgvuldig bekeken. Het bleek dat KPMS in 2019 een offerte had uitgebracht voor het maken van 3D-tekeningen en dat deze offerte door beide partijen was ondertekend. KPMS had echter ook 2D-tekeningen gefactureerd, waarvoor volgens de kantonrechter geen opdracht was gegeven. De rechter oordeelde dat er geen betalingsverplichting bestond voor de eerste factuur, omdat de 2D-tekeningen niet waren overeengekomen. Ook voor de tweede factuur, die betrekking had op andere werkzaamheden, was geen opdracht gegeven. De kantonrechter heeft de vorderingen van KPMS in conventie afgewezen en in reconventie geoordeeld dat KPMS het onverschuldigd betaalde bedrag van € 8.544,11 aan [partij A] moest terugbetalen. KPMS werd ook veroordeeld in de proceskosten van [partij A].

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11814113 \ CV EXPL 25-2253
Vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
KPMS BOUWADVIES B.V.,
te Heerenveen,
eisende partij in conventie,
gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: KPMS,
gemachtigde: mr. J. Jelsma,
tegen
[partij A] handelend onder de naam [bedrijf],
te [vestigingsplaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A],
gemachtigde: mr. M.H.D. Scholten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 10;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie met producties 1 t/m 16;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- het e-mailbericht van mr. Scholten van 14 november 2025 met producties 17 en 18;
- het e-mailbericht van mr. Jelsma van 24 november 2025 met een aanvullende productie;
- de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling van 25 november 2025 en de spreekaantekeningen van partijen.
1.2.
Na de mondelinge behandeling is met toestemming van de kantonrechter nog de akte van mr. Scholten van 9 december 2025 ontvangen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[partij A] is in 2019 als architect ingeschakeld om ontwerp- en advieswerkzaamheden te verrichten ten behoeve van het project ‘Groene Burenerf’
(hierna: het project) te Kampen.
2.2.
[partij A] heeft KPMS benaderd om teken- en advieswerkzaamheden uit te voeren voor de realisatie van verschillende type nieuwbouwwoningen binnen dat project. In april 2022 heeft KPMS een offerte uitgebracht voor de te verrichten werkzaamheden. In de offerte staat onder meer opgenomen:
‘(…)
Omschrijving werkzaamheden
Aan KPMS Bouwadvies B.V. is de vraag gesteld een offerte uit te brengen voor het uitwerken van het VO naar DO in 3D voor uw project Groene Burenerf te Kampen. Deze offerte heeft betrekking op onderstaande project onderdelen;
Moestuinwoningen;
Schuurwoningen.
In de basis zijn de onderstaande diensten besproken
  • Opzetten 3D modellen;
  • Opstellen 2D producten ten behoeve van de vergunningaanvraag.
(…)
Aanbieding:
Het opzetten van de 3D modellen kunnen wij voor u uitvoeren voor onderstaande bedragen:
  • De eerste schuurwoning € 1.800,00
  • Elke volgende schuurwoning € 900,00
  • De moestuinwoningen € 3.000,00
Genoemde bedragen zijn exclusief 21% BTW.
Eventueel te leveren 2D producten volgens opgaven lijst in de bijlage van deze offerte
Aandachtspunten
  • Bij het opstellen van deze offerte zijn wij ervan uitgegaan dat de eerste woning (nr.23) volledig nieuw wordt opgezet en voor de daaropvolgende woning de eerste woning als onderlegger dient;
  • Het genereren van 2D- producten vindt plaats op basis van de 3D- modellen. Ook hiervoor geldt dat er rekening is gehouden met de repetitie van de woningen;
  • De 3D-modellen zijn zo opgebouwd dat hieruit meetstaten kunnen worden gegenereerd ten behoeve van de werkvoorbereiding;
  • De 3D- modellen mogen gedeeld worden met bv de constructeur/ installateur om zo te komen tot een integraal ontwerp.
(…)
Facturering
  • De factuur zal in termijnen worden afgerekend. (termijnen in overleg na opdracht)
  • Betaling dient binnen 30 dagen na facturering plaats te vinden;
Algemene voorwaarden
  • Deze offerte is gelding tot 30 dagen na offertedatum;
  • Op al onze werkzaamheden zijn de algemene voorwaarden volgens de DNR 2011 (herzien juli 2013) van toepassing.
(…)
Bijlagen
  • Bijlage 1_Overzicht kosten per projectfase moestuinwoningen d.d. 31-03-2022,
  • Bijlage 2_Overicht kosten per projectfase schuurwoningen d.d. 31-03-2022,
  • DNR 2011 (herzien juli 2013)[De Nieuwe Regeling 2011, hierna ‘DNR’ - kantonrechter]
    .’
2.3.
De offerte is in april 2022 door partijen ondertekend.
2.4.
Naast partijen waren ook een projectontwikkelaar, een aannemer en een installateur betrokken bij de realisering van het project.
2.5.
KPMS is gestart met werkzaamheden voor het project.
2.6.
Op 20 juli 2022 heeft KPMS een factuur (hierna: de eerste factuur) ter hoogte van
€ 12.205,88 naar [partij A] gezonden. Op de factuur staat vermeld:
‘(…) Hierbij factureren wij u het volgende bedrag voor uitgevoerde werkzaamheden.
Omschrijving Bedrag
Schuurwoning nr. 23 € 4.312,50
Schuurwoning nr. 24 € 2.887,50
Schuurwoning nr. 25 € 2.887,50
Bedrag BTW
€ 10.087,50 21% € 12.205,88.’
2.7.
In september 2022 heeft [partij A] door twee deelbetalingen uiteindelijk 70% van de factuur (€ 8.544,11) voldaan. De overige 30% van de factuur (€ 3.661,77) is onbetaald gebleven.
2.8.
Op 4 november 2022 heeft [partij A] de overeenkomst tussen partijen opgezegd. Bij brief van 11 november 2022 is de opzegging door [partij A] nader toegelicht.
2.9.
Op 21 december 2022 heeft KPMS [partij A] een eindafrekeningsfactuur
(hierna: de tweede factuur) gestuurd ter hoogte van € 17.631,52. Op de factuur staat vermeld:

(…)
Omschrijving Bedrag
Ontmoetingsruimte 100% € 2.400,00
Veranda woningen 100% € 6.187,50
Moestuinappartementen 75% € 4.443,75
Beng berekening schuurwoning € 550,00
Prijsindexering door calculator 1 uur € 87,75
Extra bouwoverleggen 10 uren € 902,50
Bedrag BTW
€ 14.571,50 21% € 3.060,02
Totaal inclusief omzetbelasting€ 17.631,52
Deze factuur is niet betaald door [partij A].
2.10.
Partijen hebben nadien nog met elkaar gecorrespondeerd maar dit heeft niet geleid tot een oplossing.

3.Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.
KPMS vordert - samengevat - [partij A] te veroordelen tot betaling van de nog openstaande factuurbedragen ter hoogte van in totaal € 21.293,29, te vermeerderen met kosten en rente. Ook vordert KPMS [partij A] te veroordelen in de proceskosten.
KPMS stelt dat [partij A] gehouden is om het nog openstaande bedrag van € 3.661,77 uit de eerste factuur te voldoen, omdat [partij A] gehouden is de op haar rustende en uit de overeenkomst van opdracht voortvloeiende betalingsverplichting na te komen.
Volgens KPMS is [partij A] ook gehouden om het bedrag van € 17.631,52 van de tweede factuur te betalen omdat [partij A] de overeenkomst tussen partijen heeft opgezegd zonder reden. Dat betekent dat [partij A] op grond van de DNR gehouden is om te betalen naar de stand van de werkzaamheden ten tijde van de opzegging van de overeenkomst.
3.2.
[partij A] voert verweer. [partij A] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van KPMS, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van KPMS met veroordeling van KPMS in de kosten van de procedure. [partij A] betwist dat zij gehouden is de eerste factuur te betalen. Voor een gedeelte van het gefactureerde werkzaamheden is nooit een opdracht verstrekt (2D-tekeningen van de schuurwoningen). Voor de gefactureerde werkzaamheden waarvoor wel een opdracht was verstrekt (3D-tekeningen van de schuurwoningen) geldt dat de gefactureerde werkzaamheden niet gereed waren, terwijl partijen waren overeengekomen dat pas na afronding en oplevering van de werkzaamheden moest worden betaald. Daardoor is er in het geheel geen rechtsgrond voor betaling van deze factuur. [partij A] hoeft het restant van de factuur dus niet te betalen en KPMS is gehouden het door [partij A] reeds betaalde bedrag terug te betalen. Voor het geval de vordering in conventie geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, doet [partij A] een voorwaardelijk beroep op verrekening met door [partij A] geleden schade van € 4.809,75.
[partij A] betwist ook dat zij gehouden is tot betaling van de tweede factuur, omdat zij voor de gedeclareerde werkzaamheden geen opdracht heeft gegeven. Voor zover er wel opdracht zou zijn gegeven voor (een deel van) de gedeclareerde werkzaamheden geldt dat de overeenkomst is opgezegd op een grond die is gelegen bij de adviseur. Dat maakt dat [partij A] op grond van de DNR alleen gehouden is te betalen voor zover de verrichte en gefactureerde werkzaamheden tot nut zijn geweest voor [partij A]. Deze werkzaamheden zijn echter niet tot nut geweest voor [partij A] en daarom is er geen rechtsgrond voor betaling van deze factuur.
In reconventie vordert [partij A] – samengevat – KPMS te veroordelen tot terugbetaling aan haar van het onverschuldigd betaalde bedrag van € 8.544,11, met veroordeling van KPMS in de kosten.
3.3.
KPMS betwist de reconventionele vordering van [partij A] en voert aan dat in de eerste factuur duidelijk vermeld staat wat er wordt gefactureerd en waarvoor en dat deze werkzaamheden ook zijn overeengekomen. Kennelijk beschikte [partij A] over onvoldoende middelen om de factuur te betalen omdat zij zelf pas op een later moment betaald krijgt door haar opdrachtgevers maar dit laat onverlet dat [partij A] gehouden is om de facturen van KPMS binnen de geldende betalingstermijn te voldoen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

Geen betalingsverplichting voor de eerste factuur
4.1.
De eerste vraag die beantwoord moet worden is of een betalingsverplichting bestaat voor de door KPMS aan [partij A] gedeclareerde werkzaamheden zoals opgenomen in de eerste factuur. Volgens de kantonrechter is dat niet het geval en zij licht dit als volgt toe.
4.2.
Uit de toelichting van partijen op zitting volgt dat de eerste factuur van KPMS ziet op zowel het vervaardigen van 3D-tekeningen als het vervaardigen van 2D-tekeningen ten behoeve van de schuurwoningen.
a.
Ten aanzien van de 2D-tekeningen
4.3.
Anders dan KPMS betoogt is er geen opdracht gegeven door [partij A] aan KPMS voor de in de bijlage van de offerte van april 2022 opgenomen werkzaamheden die zien op het maken van 2D-tekeningen voor schuur- en moestuinwoningen.
4.4.
De vraag naar wat partijen zijn overeengekomen dient te worden beantwoord aan de hand van de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De zuiver taalkundige betekenis van de bepalingen van de overeenkomst is niet (zonder meer) doorslaggevend (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, Haviltex). Vanuit dit oogpunt wordt het volgende overwogen.
4.5.
Tussen partijen is een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen. De basis daarvoor vormt de offerte van april 2022, waarvan alleen het voorblad door partijen is ondertekend. Uit de tekst daarvan volgt niet dat met het tekenen van het voorblad van de offerte opdracht is gegeven voor het genereren van 2D-tekeningen voor de schuur- en moestuinwoningen. Op dit voorblad staan namelijk alleen de prijzen vermeld voor het opzetten van de 3D-modellen van deze typen woningen, terwijl vervolgens voor ‘
eventueel te leveren 2D producten’wordt verwezen naar een afzonderlijke bijlage met daarin een prijslijst waarin (optionele) producten zijn opgenomen. De bijlagen zijn door partijen niet afzonderlijk ondertekend. Door [partij A] is bovendien toegelicht – en door KPMS is niet weersproken – dat het de bedoeling was dat KPMS per projectonderdeel eerst het tekenwerk en advieswerk in 3D zou uitvoeren, waarna vervolgens in een later stadium
eventueeldoor [partij A] een opdracht aan KPMS kon worden gegeven voor het uitvoeren van de 2D-tekeningen. Hieruit leidt de kantonrechter af dat het genereren van 2D-tekeningen een bij te kopen dienst was, waarvoor een afzonderlijke opdracht moest worden verstrekt.
4.6.
[partij A] betwist dat zij een dergelijke opdracht voor het maken van 2D-tekeningen heeft gegeven, omdat de definitieve 3D-tekeningen van de woningen nooit gereed zijn gekomen en aan haar zijn opgeleverd. Dat de 3D-tekeningen van de woningen niet zijn afgerond en opgeleverd, is door KPMS niet weersproken en volgt ook uit de door [partij A] overgelegde planningen uit april, mei en november 2022 die door KPMS zijn opgesteld. Daaruit blijkt namelijk dat de opleverdatum van het door KPMS uit te voeren 3D teken- en advieswerk uiteindelijk verschoof van 24 mei 2022 naar medio/ eind november 2022, terwijl de overeenkomst op 4 november 2022 door [partij A] is opgezegd.
4.7.
Gezien de gemotiveerde betwisting door [partij A] had het op de weg van KPMS gelegen om haar stelling dat [partij A] wél opdracht heeft gegeven voor het maken van de 2D-producten nader te onderbouwen. Nu zij dat heeft nagelaten, komt niet vast te staan dat tussen partijen overeengekomen is dat KPMS 2D-tekeningen zou maken van de betreffende schuur- en moestuinwoningen en evenmin dat [partij A] daarvoor zou moeten betalen.
b.
Ten aanzien van de 3D-tekeningen
4.8.
Tussen partijen staat wel vast dat er door [partij A] aan KPMS een opdracht is verstrekt voor het genereren van 3D-tekeningen van de schuur- en moestuinwoningen.
Uit de tussen partijen gemaakte betalingsafspraken vloeit echter geen betalingsverplichting voor [partij A] voort.
4.9.
In de offerte van KPMS die als grondslag voor de overeenkomst tussen partijen dient staat over de facturatie van werkzaamheden enkel vermeld dat ‘
facturen in termijnen worden afgerekend.’ Op de overeenkomst is verder de DNR van toepassing. In artikel 56 DNR staat ten aanzien van de betaling van advieskosten opgenomen:
De opdrachtgever betaalt de advieskosten op declaratie van de adviseur. Opdrachtgever en adviseur komen bij de opdracht een betalingsschema in termijnen overeen. De adviseur declareert de advieskosten volgens het overeengekomen betalingsschema of, bij gebreke daarvan, in maandelijkse termijnen naar rato van de voortgang van de werkzaamheden.
(…)
De declaratie van de adviseur is gespecificeerd en wordt op verzoek van de opdrachtgever van de benodigde bewijsstukken voorzien.
4.10.
Partijen zijn het erover eens dat er geen betalingsschema overeen is gekomen zoals bedoeld in artikel 56 lid 1 DNR. Dit betekent dat teruggevallen wordt op de laatste zinssnede van artikel 56 lid 1 DNR, inhoudende dat in maandelijkse termijnen naar rato van de voortgang van de werkzaamheden wordt gedeclareerd door de adviseur.
4.11.
Vaststaat dat 3D-tekeningen op het moment van facturering niet gereed waren en uiteindelijk in het geheel niet zijn opgeleverd aan [partij A]. Voor zover door KPMS is betoogd dat met de factuur ‘
naar rato van de voortgang van de werkzaamheden’is gedeclareerd heeft KPMS haar stelling onvoldoende toegelicht. Zij heeft immers, ondanks herhaaldelijk verzoek daartoe door [partij A] en ook tijdens de mondelinge behandeling, niet toegelicht welke werkzaamheden zij in de periode tot 20 juli 2022 of daarna wel heeft verricht en ook niet wat zij (al dan niet gedeeltelijk) heeft opgeleverd aan [partij A]. Nu zij nagelaten heeft om dit toe te lichten en te onderbouwen, kan een betalingsverplichting voor [partij A] niet worden aangenomen.
4.12.
KPMS stelt nog dat [partij A] de betalingsverplichting voor de eerste factuur erkent omdat zij al twee deelbetalingen heeft verricht. De kantonrechter volgt KPMS hierin niet. [partij A] heeft – onbetwist – aangevoerd dat KPMS in de zomer van 2022 eiste dat [partij A] een aanzienlijk deel van de factuur zou voldoen voordat zij de beschikking zou krijgen over 3D-tekeningen van de schuur- en moestuinwoningen. Gezien de deadlines die gehaald moesten worden om de vergunningsaanvraag te kunnen indienen (het teken- en advieswerk voor de schuur- en moestuinwoningen moest initieel op 1 oktober 2022 klaar zijn) zag [partij A] zich genoodzaakt om tweemaal een betaling te verrichten. Uit deze omstandigheden kan niet worden afgeleid dat [partij A] door de twee betalingen de betalingsverplichting voor de factuur heeft erkend. Door KPMS zijn geen verdere feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat dit anders is.
Geen betalingsverplichting voor de tweede factuur
4.13.
Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of er een betalingsverplichting voor [partij A] bestaat voor de door KPMS aan haar gefactureerde werkzaamheden zoals opgenomen in de tweede factuur. Volgens de kantonrechter is dit niet het geval.
4.14.
Naar het oordeel van de kantonrechter is niet komen vast te staan dat door [partij A] aan KPMS opdracht is gegeven voor de in de tweede factuur in rekening gebrachte werkzaamheden. Dit is door [partij A] namelijk voldoende gemotiveerd betwist en door KPMS niet weersproken. Ter toelichting dient het volgende.
4.15.
De gefactureerde werkzaamheden zien grotendeels op het maken van 3D- en
2D-tekenmodellen voor de ontmoetingsruimte, verandawoningen en moestuinappartementen (totaalbedrag € 13.031,25 exclusief BTW). [partij A] betwist dat zij opdracht heeft gegeven voor deze werkzaamheden. Daartoe heeft zij aangevoerd dat KPMS tijdens een gesprek in de bouwvak(antie) in 2022 heeft voorgesteld om een stagiaire alvast te laten werken aan tekeningen voor de verandawoningen en moestuinappartementen. Dit waren andere typen woningen die in een later stadium gerealiseerd zouden worden. Volgens [partij A] heeft zij KPMS tijdens dit gesprek duidelijk heeft gemaakt dat er (nog) geen opdracht was gegeven voor het maken van de tekeningen voor deze typen woningen en dat eventuele werkzaamheden van de stagiaire geheel op eigen initiatief en voor rekening van KPMS uitgevoerd zouden worden. Ook heeft zij, zo voert zij aan, KPMS erop gewezen dat de prioriteit lag bij het uitvoeren van de overeengekomen werkzaamheden, namelijk het maken van 3D-tekeningen voor de schuur- en moestuinwoningen. Dit alles is door KPMS niet weersproken en daardoor komt de kantonrechter tot het oordeel dat [partij A] tijdens dit gesprek geen opdracht heeft gegeven aan KPMS om tekenmodellen te maken voor andersoortige woningen dan waar volgens de offerte al opdracht voor was gegeven (de schuur- en moestuinwoningen). KPMS heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat [partij A] – op een ander moment – opdracht heeft gegeven voor het verrichten van deze werkzaamheden.
4.16.
De overige posten op de tweede factuur betreffen ‘Beng berekening schuurwoning, prijsindexering door calculator 1 uur en extra bouwoverleggen 10 uur’ met een totaalbedrag € 1.540,25 exclusief BTW. [partij A] betwist ook dat zij opdracht heeft gegeven voor deze werkzaamheden. Zij voert aan dat zij KPMS meerdere malen verzocht heeft om de posten op de factuur toe te lichten, maar dat iedere vorm van toelichting is uitgebleven. KPMS heeft ook tijdens de mondelinge behandeling niet toegelicht op welke concrete werkzaamheden deze posten zien en evenmin uitgelegd waaruit volgt dat voor het uitvoeren van deze werkzaamheden een opdracht is verleend.
4.17.
Uit het voorgaande volgt dat niet is komen vast te staan dat [partij A] aan KPMS opdracht heeft gegeven voor het verrichten van de werkzaamheden op de tweede factuur. Er rust daarom ook geen betalingsverplichting op [partij A] voor deze werkzaamheden.
4.18.
Tijdens de mondelinge behandeling is door partijen in verband met een eventuele betalingsverplichting voor [partij A] voor de tweede factuur uitvoerig gediscussieerd over opzegging van de overeenkomst door [partij A] met of zonder grond en of daaruit een eventuele betalings/vergoedingsplicht zou zijn ontstaan. Aangezien niet aangenomen kan worden dat opdracht is gegeven voor de gefactureerde werkzaamheden, staat daarmee ook al vast dat voor deze werkzaamheden geen betalingsverplichting bestaat. Daardoor komt de kantonrechter niet toe aan een beoordeling van de opzeggingsgrond.
Gevolgen voor de vordering in conventie en reconventie
In conventie
4.19.
Uit het voorgaande volgt dat er geen betalingsverplichting is voor [partij A], niet met betrekking tot de eerste factuur en evenmin met betrekking tot de tweede factuur. De kantonrechter zal de vorderingen in conventie afwijzen.
4.20.
[partij A] heeft in conventie nog een voorwaardelijk beroep gedaan op verrekening van een schadevordering, voor het geval op haar een betalingsverplichting zou rusten. Aangezien er geen betalingsverplichting voor [partij A] is, komt de kantonrechter niet toe aan een beoordeling van dit beroep van [partij A].
In reconventie
4.21.
Uit het voorgaande volgt dat [partij A] de twee deelbetalingen van de eerste factuur zonder rechtsgrond en dus onverschuldigd aan KPMS heeft verricht. [1] KPMS is dan ook gehouden om een bedrag van € 8.544,11 aan [partij A] terug te betalen [2] en de kantonrechter zal de vordering van [partij A] daartoe dan ook toewijzen.
Proceskostenvergoeding in conventie
4.22.
KPMS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij A] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.357,50
(2,5 punten × € 543,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.492,50
Proceskostenvergoeding in reconventie
4.23.
Omdat [partij A] inhoudelijk gelijk krijgt, is KPMS aan te merken als de in het ongelijk gestelde partij. KPMS zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [partij A]. Daarbij zal rekening worden gehouden met het feit het debat in reconventie is samengevallen met het debat in conventie. Die kosten worden op de helft van het tarief gesteld. De proceskosten van [partij A] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
339,00
(2,5 punten × € 339,00 x factor 0,5)
Totaal
423,75
4.24.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie en in reconventie worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
In conventie
5.1.
wijst de vorderingen van KPMS af,
5.2.
veroordeelt KPMS in de proceskosten van € 1.492,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
In reconventie
5.3.
veroordeelt KPMS tot betaling aan [partij A] van een bedrag van € 8.544,11,
5.4.
veroordeelt KPMS in de proceskosten van € 423,75 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
In conventie en in reconventie
5.5.
veroordeelt KPMS tot betaling van de kosten van betekening als KPMS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt KPMS tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart de onderdelen 5.2 tot en met 5.7. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Hermsen en in het openbaar uitgesproken op
20 januari 2026.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:203 lid 1 BW
2.Dit volgt uit artikel 6:203 lid 2 BW