Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Inleiding
2.Beoordeling door de rechtbank
“De bevalling vond bijna twee jaar geleden plaats waarna de anatomie van rug/bekken zich sinds lang heeft hersteld cq cliënt sinds lang is ontzwangerd.” Evenwel onderbouwt de verzekeringsarts in het geheel niet waaruit blijkt dat na een bevalling na 2 jaar klachten als gevolg van de zwangerschap/bevalling per definitie zouden moeten zijn beëindigd en waarom deze niet langer zouden kunnen voortduren, terwijl uit medische publicaties kan worden afgeleid dat (rug)klachten na een zwangerschap ook langere tijd en zelfs levenslang kunnen aanhouden. [2] De verzekeringsarts heeft ook niet op medische informatie gewezen waaruit blijkt dat eiseres in de tussentijd van haar rug/heup/bekkenklachten zou zijn hersteld, terwijl eiseres juist, zo blijkt uit de verslaglegging, nog altijd beperkingen ervaart. Ingezette (bekkenbodem)fysiotherapie heeft daarbij ook kennelijk geen effect gehad. De conclusie van de primaire verzekeringsarts dat klachten maar in beperkte mate kunnen worden geobjectiveerd en geen aanleiding geven om forse(re) dynamische en statische beperkingen te stellen, is daarmee dan ook, zonder nadere motivering die ontbreekt, onbegrijpelijk.
3.Conclusie en gevolgen
4.Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de WIA-beoordeling in het bestreden besluit gegrond en vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
- draagt het UWV op om ten aanzien van de WIA-beoordeling een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit voor het overige niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het herzieningsbesluit ongegrond;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden.