VOG en [gedaagde] zijn een huurovereenkomst aangegaan voor winkel- en bedrijfsruimte vanaf 1 augustus 2024 voor twee jaar. [gedaagde] heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd van €17.679,56 tot en met november 2025. VOG vordert betaling van achterstallige huur, contractuele boetes, kosten faillissementsverzoek en ontruiming van het gehuurde.
De procedure verliep met verstek tegen [gedaagde], die niet is verschenen. De kantonrechter oordeelt dat de vordering grotendeels toewijsbaar is, maar beperkt de contractuele boete tot €2.700,00 omdat per huurtermijn slechts één boete verschuldigd is. De kosten faillissementsverzoek worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming binnen 14 dagen, betaling van €18.895,36 aan achterstallige huur en boetes, maandelijkse huur vanaf december 2025 tot ontruiming, en proceskosten van €2.526,40. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.