ECLI:NL:RBOVE:2026:288

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
11993427 \ CV EXPL 25-3529
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:290 BWArt. 28.1 Algemene BepalingenArt. 28.3 Algemene BepalingenArt. 556 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering ontruiming en betaling achterstallige huur winkelruimte

VOG en [gedaagde] zijn een huurovereenkomst aangegaan voor winkel- en bedrijfsruimte vanaf 1 augustus 2024 voor twee jaar. [gedaagde] heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd van €17.679,56 tot en met november 2025. VOG vordert betaling van achterstallige huur, contractuele boetes, kosten faillissementsverzoek en ontruiming van het gehuurde.

De procedure verliep met verstek tegen [gedaagde], die niet is verschenen. De kantonrechter oordeelt dat de vordering grotendeels toewijsbaar is, maar beperkt de contractuele boete tot €2.700,00 omdat per huurtermijn slechts één boete verschuldigd is. De kosten faillissementsverzoek worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming binnen 14 dagen, betaling van €18.895,36 aan achterstallige huur en boetes, maandelijkse huur vanaf december 2025 tot ontruiming, en proceskosten van €2.526,40. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de huurder tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, boetes en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats
Zaaknummer : 11993427 \ CV EXPL 25-3529
Vonnis in kort geding van 22 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VEENENDAAL ONROEREND GOED B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amersfoort ,
eisende partij,
hierna te noemen: VOG,
gemachtigde: mrs. E.T. van den Hout en M.A.M. Chin,
advocaten te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen noch vertegenwoordigd.

1.De procedure

1.1.
het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties;
  • de mondelinge behandeling van donderdag 15 januari 2026 waarbij namens VOG aan de hand van spreekaantekeningen de vordering is toegelicht en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
  • de verstekverlening tegen [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
VOG is op 17 juli 2024 met [gedaagde] een huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro aangegaan. Het gehuurde is gelegen aan [adres] . De huurovereenkomst is ingegaan op 1 augustus 2024 voor de duur van twee jaar tegen een maandelijkse huurprijs van € 1.936,00, inclusief BTW, uiterlijk te voldoen op de eerste dag van de periode waarop de betaling betrekking heeft.
De huurprijs wordt jaarlijks geïndexeerd en bedraagt per 1 augustus 2025 een bedrag van € 1.999,89, inclusief BTW per maand.
2.2.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen van toepassing waarin onder meer de navolgende bepalingen zijn opgenomen:
Betalingen
28.1
De betaling van de huurprijs en van al hetgeen verder krachtens de huurovereenkomst is verschuldigd, zal uiterlijk op de vervaldatum in wettig Nederlands betaalmiddel - zonder enige opschorting of verrekening met een
vordering de huurder op verhuurder heeft of meent te hebben - geschieden door storting dan wel overschrijving op een door verhuurder op te geven rekening.
[… .]
28.3
Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldatum is voldaan, verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege een direct opeisbare boete van 1% per maand over het alsdan verschuldigde, met een minimum van € 300 per maand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt. De hiervoor bedoelde boete(rente) is niet verschuldigd indien en voor zover huurder voor de in 28.1 genoemde vervaldatum per aangetekende brief een gemotiveerde vordering of gemotiveerd verweer bij verhuurder heeft ingediend en verhuurder binnen vier weken na ontvangst van deze brief inhoudelijk daarop niet heeft gereageerd.
2.3.
[gedaagde] heeft een huurachterstand opgelopen van € 17.679,56, berekend tot en met de maand november 2025.
2.4.
VOG heeft op 25 september 2025 een verzoek tot faillietverklaring tegen [gedaagde] ingediend. De behandeling van dit verzoekschrift is aangehouden.

3.Het geschil

3.1.
VOG vordert - samengevat - dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag groot € 36.195,36, als volgt gespecificeerd:
achterstallige huurpenningen € 17.679,56;
buitengerechtelijke kosten € 951,80;
boetes conform artikel 28.3 van de Algemene Bepalingen € 18.000,00;
kosten faillissement
€ 2.000,00;
subtotaal € 38.631,36
af: in mindering voldaan
€ 2.436,00
€ 26.195,36.
3.3.
VOG vordert voorts dat [gedaagde] wordt veroordeeld:
aan haar te betalen een bedrag van € 1.999,89 per maand of een gedeelte daarvan aan huur of gebruiksvergoeding vanaf 1 december 2025 tot de dag van de ontruiming;
de onroerende zaak aan [adres] te ontruimen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
in de (na-)kosten van dit geding.

4.De beoordeling

4.1.
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. [gedaagde] is niet ter mondelinge behandeling verschenen, zodat tegen haar verstek is verleend.
4.2.
De vordering komt de kantonrechter vooralsnog niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoort daarom te worden toegewezen, met uitzondering van het navolgende.
4.3.
De kantonrechter acht geen grond aanwezig om de mede gevorderde machtiging op VOG om de ontruiming zo nodig zelf, met inroeping van de sterke arm, uit te doen voeren, toe te wijzen, nu deze niet op de wet berust. Artikel 556 lid 1 Rv Pro schrijft voor dat een gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder.
4.4.
VOG vordert betaling van een contractuele boete van € 18.000,00 op grond van artikel 28.3 van de Algemene Bepalingen. Uit de strekking van dit artikel blijkt dat de huurder een boete dient te voldoen indien hij een uit hoofde van de huurovereenkomst verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldatum heeft voldaan. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is er per huurtermijn maar één vervaldatum en dat betekent dat er maar één boete is verschuldigd per vervallen huurtermijn. [gedaagde] heeft de huurtermijnen over de maanden november en december 2024 en de maanden mei tot en met november 2025 onbetaald gelaten, zijnde negen maanden huur. Toewijsbaar is dan ook een bedrag van 9 x € 300,00 = € 2.700,00.
4.5.
De kosten verzoek faillissement zullen worden afgewezen. VOG heeft onvoldoende gronden gesteld op basis waarvan [gedaagde] het gevorderde bedrag ad € 2.000,00 aan faillissementskosten verschuldigd is, laat staan de hoogte van dit bedrag.
4.6.
Concluderend is vooralsnog een bedrag toewijsbaar van:
- achterstallige huurpenningen € 17.679,56
- buitengerechtelijke kosten € 951,80
- boetes conform artikel 28.3 van de Algemene Bepalingen
€ 2.700,00
subtotaal € 21.331,36
af: in mindering voldaan
€ 2.436,00
€ 18.895,36.
4.7.
[gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de (na)kosten van deze procedure worden veroordeeld. De aan de zijde van VOG gevallen proceskosten worden begroot op € 2.526,40, als volgt gespecificeerd:
- kosten dagvaarding € 119,40
- griffierecht € 1.460,00
- salaris gemachtigde ( 2 punten x € 406,00) € 812,00
- nakosten
€ 135,00
€ 2.526,40.

5.beslissing in kort geding

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] de onroerende zaak gelegen aan het adres [adres] , binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen met alle personen en zaken die zich daarin van harentwege bevinden door overhandiging van de sleutels ter beschikking van VOG te stellen, alles met de bepaling dat het ontruimingsvonnis binnen een termijn van 12 maanden ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich tijdens de tenuitvoerlegging in het perceel bevindt of daar binnentreedt, en telkens wanneer dit zich voordoet;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan VOG te betalen een bedrag van € 18.895,36;
5.3.
veroordeelt Van Edik aan VOG te betalen een bedrag van € 1.999,89 per maand of gedeelte daarvan aan huur vanaf 1 december 2025 en te betalen uiterlijk de eerste dag van de maand waarop de huurbetaling betrekking heeft tot aan de dag van ontruiming, te vermeerderen met de contractuele boete van € 300,00 voor elke maand dat [gedaagde] het verschuldigde bedrag aan huur niet prompt op de vervaldatum heeft voldaan;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van VOG begroot op € 2.526,40, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
5.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.