Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van het bedrag van € 498,79 wordt vastgesteld dat dit ziet op een andere procedure waarbij het college de bijstandsuitkering van eiser over een periode in 2024 heeft herzien en in verband daarmee een bedrag heeft teruggevorderd. Terecht heeft college betoogd dat in het primaire besluit van 6 mei 2025 en in het bestreden besluit eiser slechts is geïnformeerd over het nog open staande bedrag en er geen sprake is van een besluit.
Ten aanzien van de terugvordering van € 713,- is de rechtbank van oordeel dat die terugvordering van het aan eiser betaalde voorschot wel onderdeel uitmaakte van het primaire besluit van 6 mei 2025 tot weigering van de bijstandsuitkering maar niet meer is gehandhaafd in het bestreden besluit van 2 juli 2025 waarbij de uitkering alsnog is toegekend. Weliswaar heeft het college in het verweerschrift en ter zitting betoogd dat er nog steeds sprake is van een terugvorderingsbedrag van € 713,- omdat per ongeluk bij de nabetaling van de uitkering naar aanleiding van het besluit van 2 juli 2025 geen rekening is gehouden met het betaalde voorschot maar dat is een omstandigheid die is ontstaan ná het nemen van dit besluit, waar het besluit zelf niet op ziet.
De beroepsgrond dat in het bestreden besluit ten onrechte de genoemde bedragen zijn teruggevorderd kan daarom niet slagen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept de primaire besluiten 1, 2 en 3 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.534,-;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 51,- aan eiser vergoedt.