Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
subsidiairheeft geprobeerd haar op die manier zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;
hij op een of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 4 oktober 2025 tot en met 5 oktober 2025 te [plaats], althans in Nederland [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer]- één of meermalen te duwen en/of- één of meermalen tegen/op haar hoofd, althans haar lichaam, te slaan en/of te stompen en/of- één of meermalen tegen/op haar lichaam te slaan en/of te stompen en/of te trappen;3
hij op een of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 4 oktober 2025 tot en met 5 oktober 2025 te [plaats], althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen “ik maak je af” en/of "ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
3.De bewijsmotivering
- een blauwe plek op de achterzijde van haar rechterbovenbeen;
- blauwe plekken op de binnenzijde van haar beide bovenarmen, doordat verdachte haar heeft vastgepakt;
- een schram op haar ruggenwervel;
- een blauwe plek op haar rug ter hoogte van haar ribben, doordat verdachte haar heeft geslagen, getrapt en geduwd;
- een schaafwond op haar voorhoofd, doordat zij is gevallen (waarbij zij heeft verklaard dat zij niet meer precies weet hoe dit is gebeurd);
- een blauw rechteroog, doordat verdachte haar heeft geduwd of geslagen;
- pijn in haar keel, doordat verdachte met zijn elleboog op haar keel zat, hij haar met zijn handen heeft vastgepakt bij haar keel en het dekbedovertrek om haar keel wilde trekken.
- oppervlakkige huidbeschadigingen op het voorhoofd;
- onderhuidse bloeduitstortingen rondom beide ogen, aan de voorzijde van de hals, op de borstklas, op beide bovenarmen, op de rug, op beide bovenbenen en op het linker onderbeen;
- krasverwondingen op de borstkas en op de rug;
- een schaafverwonding rechts op de onderrug.
hij opeen ofmeerdere momenten inof omstreeksde periode van 4 oktober 2025 tot en met 5 oktober 2025 te [plaats], althans in Nederland[slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer]-één ofmeermalen te duwen en/of-één of meermalentegen/ophaar hoofd, althans haar lichaam,te slaan en/of te stompen en/of-één of meermalentegen/ophaar lichaam te slaanen/of te stompenen/ofte trappen;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
- Meldplicht bij reclassering
- Ambulante behandeling
- Verblijf in beschermd wonen, begeleid wonen of maatschappelijke opvang
- Contactverbod
- Locatieverbod (met elektronisch toezicht)
- Locatiegebod (met elektronisch toezicht)
- Dagbesteding
- Verbod op andere huisvesting
- Beheersing middelengebruik
7.De schade van benadeelde
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
poging tot doodslag;
mishandeling;
gevangenisstrafvoor de duur van
38 (achtendertig) maanden;
20 (twintig) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
locatieverbod);
locatiegebodis alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
wijstde vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk
toetot een bedrag van
materiële schadeen € 4.000,-- ter vergoeding van
immateriële schade);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 4.025,96 (zegge: vierduizend vijfentwintig euro en zesennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
40 (veertig) dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 29 september 2023 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
60 (zestig) dagen;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 13 september 2024 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
58 (achtenvijftig) dagen.