Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Verzoeker, vader in een familierechtelijke procedure over meerdere kinderen, diende een wrakingsverzoek in tegen mr. H. Th. Pos, de kinderrechter die de zaak behandelde. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was omdat hij de gecertificeerde instelling blindelings zou geloven en zijn bewijs negeerde, en dat opmerkingen over zijn postuur de indruk wekten dat de rechter zijn oordeel al had gevormd.
De wrakingskamer behandelde het verzoek openbaar en oordeelde dat de indruk van partijdigheid objectief moet zijn en niet slechts gebaseerd op het persoonlijke gevoel van verzoeker. Er werden geen concrete feiten of omstandigheden gevonden die wijzen op vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter. Het feit dat de rechter een opmerking maakte die verzoeker als onprettig ervoer, was onvoldoende om de schijn van partijdigheid te rechtvaardigen.
De wrakingskamer benadrukte dat het rechtsmiddel van hoger beroep beschikbaar is om inhoudelijke beslissingen van de rechter aan te vechten. De wraking is niet bedoeld om de inhoud van rechterlijke beslissingen te toetsen. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kinderrechter is ongegrond verklaard wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor partijdigheid.