ECLI:NL:RBOVE:2026:3065
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
De rechtbank bevestigt afwijzing handhavingsverzoek maar corrigeert proceskostenvergoeding
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer wees een verzoek om handhavend optreden af dat was ingediend door eisers vanwege vermeende overtredingen rondom een adres. De rechtbank Overijssel bevestigt dat het college terecht het handhavingsverzoek heeft afgewezen, mede omdat eerdere controles geen overtredingen hadden vastgesteld en er geen nieuwe feiten waren aangevoerd.
Eisers voerden meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van controles, onvoldoende onderbouwing van het advies van de Algemene bezwaarschriftencommissie, en een te lage proceskostenvergoeding. De rechtbank verwierp de meeste gronden, maar stelde vast dat het college ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 toepaste bij de proceskostenvergoeding in bezwaar, terwijl de standaardfactor 1 had moeten gelden.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de redelijke termijn nog niet was overschreden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en bepaalde zelf een vergoeding van €597,- in bezwaar en €934,- voor de beroepsfase, plus vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van proceskostenregels en benadrukt dat het college het handhavingsverzoek terecht heeft afgewezen op basis van eerdere controles en motiveringen.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor de proceskostenvergoeding, die wordt verhoogd naar €597,-, terwijl het handhavingsverzoek terecht is afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.