Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de (mondelinge) conclusie van antwoord van 7 oktober 2025;
- de conclusie van repliek van 4 november 2025;
- de brief van [gedaagde] van 1 december 2025, die is aangemerkt als conclusie van dupliek.
2.Het geschil
3.De beoordeling
(polissen, herinneringen en aanmaningen) digitaal verstuurd en daarnaast zijn deze stukken ook klaargezet in Mijn Nationale-Nederlanden, de persoonlijke omgeving waar
[gedaagde] met zijn DigiD kon inloggen. Nadat CZ de melding kreeg dat
[gedaagde] op dat betreffende moment stond ingeschreven als hebbende een briefadres respectievelijk woonadres. Ter onderbouwing daarvan heeft CZ deze brieven overgelegd alsmede een uittreksel van de Basisregistratie Personen van [gedaagde].