Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3101

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
08-080223-22, 26-015350
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:3:3 SvArt. 6:6:23 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wegens niet-uitvoering taakstraf

De veroordeelde was veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren wegens een relatief lichte overtreding gepleegd in januari 2022. Omdat hij deze taakstraf niet had uitgevoerd, werd deze omgezet in 39 dagen vervangende hechtenis. De tenuitvoerlegging hiervan werd bevolen op 24 december 2025, maar het afschrift van deze beslissing werd niet naar het bekende woonadres van de veroordeelde in Duitsland gestuurd.

De veroordeelde maakte bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis en verzocht om alsnog de taakstraf te mogen uitvoeren. De officier van justitie stelde dat het bezwaar te laat was ingediend en niet ontvankelijk moest worden verklaard. De politierechter oordeelde echter dat de veroordeelde wel ontvankelijk was, omdat het afschrift niet naar het juiste adres was gestuurd.

Tijdens de zitting op 3 juni 2026 werd vastgesteld dat de veroordeelde gemotiveerd was om de taakstraf alsnog te verrichten en dat bijzondere omstandigheden, zoals een mogelijke vergissing bij het CJIB, maakten dat de vervangende hechtenis niet passend was. De politierechter gaf de veroordeelde een allerlaatste kans om de taakstraf te voltooien en verklaarde het bezwaarschrift gegrond.

De veroordeelde werd op 2 juni 2026 in vrijheid gesteld en kreeg de termijn tot uiterlijk 1 februari 2027 om de resterende 68 uren taakstraf te voltooien, rekening houdend met de tijd die hij in detentie had doorgebracht.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis is gegrond verklaard en de veroordeelde krijgt de mogelijkheid om de taakstraf alsnog te voltooien.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
parketnummer : 08-080223-22
raadkamernummer : 26-015350
Uitspraak van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en Pro artikel 6:6:23 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats],
wonende op het adres [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland,
bijgestaan door mr. B.M.C.F. de Groen, advocaat te Breda,
hierna te noemen: de veroordeelde.

1.Het verloop van de procedure

Op 24 december 2025 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 39 dagen vervangende hechtenis bevolen, omdat veroordeelde de taakstraf niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft verricht.
De kennisgeving daarvan, met originele verzenddatum 24 december 2025, is op 21 januari 2026 aan het Openbaar Ministerie uitgereikt. Het afschrift hiervan is niet verzonden naar het adres van veroordeelde, omdat het BRP-adres van veroordeelde niet beschikbaar was blijkens uittreksel Informatiestaat SKDB van 21 januari 2026. Op 29 mei 2026 heeft veroordeelde te horen gekregen dat zijn taakstraf is omgezet en is de tenuitvoerlegging van de vervangen hechtenis bevolen. Op 2 juni 2026 is veroordeelde weer in vrijheid gesteld. Het bezwaarschrift tegen dat bevel is op 29 mei 2026 op de griffie van de rechtbank ontvangen.
Het bezwaarschrift is behandeld op de openbare terechtzitting van 3 juni 2026. Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. G.J. Jansen, de veroordeelde en zijn raadsman gehoord.
De politierechter heeft kennisgenomen van de door de officier van justitie overgelegde relevante stukken met betrekking tot de strafzaak waarin de taakstraf is opgelegd en de stukken die betrekking hebben op de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis waartegen het bezwaarschrift is gericht.

2.De standpunten van de veroordeelde, de raadsman en de officier van justitie

Standpunt veroordeelde en zijn raadsman
De veroordeelde heeft schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis en verzoekt de politierechter om te bepalen dat hij in de gelegenheid moet worden gesteld de taakstraf alsnog uit te voeren. Er is sprake geweest van miscommunicatie en veel onduidelijkheid, waardoor veroordeelde te taakstraf nog niet heeft uitgevoerd. Veroordeelde is zeer gemotiveerd om de taakstraf alsnog te verrichten. Veroordeelde heeft een eigen bedrijf, is kostwinner en heeft veel stabiliteit. Tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis zou dit in gevaar brengen.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde het bezwaarschrift te laat heeft ingediend en daarom niet ontvankelijk is in zijn bezwaar.

3.De ontvankelijkheid

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde niet ontvankelijk is in het bezwaar omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. De politierechter stelt vast dat de omzettingsbeslissing op 21 januari 2026 aan het Openbaar Ministerie is uitgereikt. Het afschrift hiervan is niet verzonden naar het adres van veroordeelde, omdat het BRP-adres van veroordeelde niet beschikbaar was blijkens uittreksel Informatiestaat SKDB van 21 januari 2026. Echter, was de laatst opgegeven woon- of verblijfplaats van veroordeelde, zijnde het adres [woonplaats], Duitsland wel bekend bij de reclassering en is dit ook het adres wat op het vonnis van 19 juni 2025 staat. Het afschrift had daarom naar dit adres gestuurd kunnen en moeten worden en daarom is veroordeelde wel ontvankelijk in zijn bezwaar.

4.De beoordeling

Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de politierechter het volgende vast.
De veroordeelde heeft op 22 juli 2022 bij strafbeschikking een taakstraf voor de duur van 80 uren opgelegd gekregen. Veroordeelde heeft deze taakstraf niet verricht en is vervolgens gedagvaard. Veroordeelde is daarop bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, op 19 juni 2025 veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.
Uit de stukken is gebleken dat veroordeelde de taakstraf niet volledig heeft uitgevoerd. De officier van justitie heeft in zijn omzettingsbeslissing geconcludeerd dat er thans nog 78 uren aan niet verrichte uren taakstraf openstaan en heeft vervangende hechtenis van 39 dagen bevolen.
Een veroordeelde moet in beginsel bij het niet-uitvoeren van een taakstraf de vervangende
hechtenis uitzitten, tenzij zich bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan die maken
dat vervangende hechtenis niet zou moeten worden toegepast. In de onderhavige zaak is sprake van dergelijke omstandigheden. Veroordeelde is op 29 mei 2026 aangehouden en in hechtenis genomen. Om onduidelijke redenen (mogelijk door een vergissing) is veroordeelde gisteren, op 2 juni 2026 weer in vrijheid gesteld. Bij veroordeelde is daardoor inmiddels de verwachting gewekt dat hij in de gelegenheid zal worden gesteld om de taakstraf alsnog uit te voeren. Wellicht als gevolg van een vergissing bij het CJIB of andere overheidsinstantie zou veroordeelde bij ongegrondverklaring van het bezwaarschrift opnieuw in hechtenis worden gezet. Dat is niet wenselijk. Daarnaast neemt de politierechter in het voordeel van veroordeelde in aanmerking dat veroordeelde niet eerder in aanraking is geweest met justitie en politie en het feit (begaan op 22 januari 2022) waarvoor hij veroordeeld is, van relatief geringe ernst is geweest.
Tot slot merkt de politierechter op dat veroordeelde desalniettemin van geluk mag spreken dat hij alsnog in de gelegenheid wordt gesteld om de taakstraf te verrichten nu hij al twee kansen tot het verrichten van de taakstraf door eigen nalatigheid onbenut heeft gelaten, immers heeft hij de hem op 22 juli 2022 bij strafbeschikking opgelegde taakstraf niet verricht waarna hij werd gedagvaard en vervolgens ook de door de politierechter op 19 juni 2025 opgelegde taakstraf weer niet heeft uitgevoerd.
De politierechter is alles afwegende van oordeel dat aan veroordeelde toch nog een
allerlaatste kansmoet worden geboden om de taakstraf met goed gevolg af te ronden. Het bezwaarschrift wordt daarom gegrond verklaard.

5.De beslissing

De politierechter:
  • verklaart het bezwaarschrift
  • bepaalt dat veroordeelde uiterlijk op
Deze beslissing is genomen door mr. B.W.M. Hendriks, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. I.T.H. Praster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.