De werknemer is sinds oktober 2013 in dienst als zeefdrukker en raakte in februari 2025 arbeidsongeschikt. De arbeidsovereenkomst bepaalt dat gedurende het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid 100% en gedurende het tweede jaar 70% van het bruto dagloon wordt doorbetaald.
De werknemer vordert betaling van achterstallig loon over maart en april 2026, wettelijke rente en verhoging, verstrekking van loonstroken en stipte betaling van toekomstig loon. De werkgever erkent betalingsachterstand maar beroept zich op betalingsonmacht.
De kantonrechter oordeelt dat het loon over maart 2026 reeds is betaald, maar dat over april 2026 slechts gedeeltelijk en onvoldoende is voldaan. De loonvordering wordt daarom toegewezen tot 70% van het bruto loon over april 2026. De wettelijke rente wordt toegekend, de wettelijke verhoging gematigd vanwege financiële moeilijkheden. De werkgever wordt tevens veroordeeld tot verstrekking van loonstroken en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd.