Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3127

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
ak_25_2564
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19aa ZWArt. 19 ZW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling wegens arbeidsvermogen

Eiseres was werkzaam als allround medewerker sorteren en ontving sinds haar ziekmelding in februari 2022 een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling heeft het UWV besloten de uitkering per 17 juni 2024 te beëindigen, omdat eiseres volgens medisch en arbeidskundig onderzoek in staat is functies te vervullen waarmee zij meer dan 65% van haar eerdere inkomen kan verdienen.

Eiseres betwist dit en stelt dat zij door een hartinfarct en aanhoudende klachten niet in staat is de geduide functies te vervullen en dat er sprake is van een urenbeperking vanwege een stoornis in de energiehuishouding. De rechtbank weegt de medische rapporten, waaronder die van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, en concludeert dat er geen medische grond is voor een urenbeperking en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst voldoende zijn.

De arbeidsdeskundige rapporten ondersteunen dat eiseres de functies productiemedewerker industrie, medewerker postverzorging en controleur elektrotechnische apparatuur kan vervullen zonder overschrijding van haar belastbaarheid. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het UWV tot beëindiging van de ZW-uitkering per 17 juni 2024.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar ZW-uitkering is ongegrond verklaard en het UWV-besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2564

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres (hierna: [eiseres]),

gemachtigde: mr. L.J.T. Hoksbergen,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen(UWV),
gemachtigde: mr. C. Lubberts.

Procesverloop

1.1
Bij besluit van 16 mei 2024 heeft het UWV [eiseres] meegedeeld dat zij met ingang van 17 juni 2024 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW).
1.2
[eiseres] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van
20 augustus 2025 op het bezwaar van [eiseres] is het UWV bij dit besluit gebleven.
1.3
[eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiseres], vergezeld door [naam], de gemachtigde van [eiseres] en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2.1
[eiseres] is vanaf 21 oktober 2019 tot 8 januari 2022 werkzaam geweest als allround medewerker sorteren voor gemiddeld 31,8 uur per week in dienst van Koninklijke PostNL B.V. Zij heeft met ingang van 10 januari 2022 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) ontvangen. [eiseres] heeft zich op 14 februari 2022 ziek gemeld. Zij heeft een ZW-uitkering ontvangen. Bij besluit van 9 september 2022 heeft het UWV [eiseres] meegedeeld dat zij vanaf 8 september 2022 geen ZW-uitkering meer krijgt, omdat zij weer arbeidsgeschikt is voor haar eigen werk. Het UWV heeft [eiseres] op
28 september 2022 meegedeeld dat haar WW-uitkering vanaf 8 september 2022 wordt voortgezet.
2.2
Op 2 november 2022 heeft [eiseres] zich opnieuw ziek gemeld. Zij heeft opnieuw een ZW-uitkering ontvangen. In het kader van een zogenoemde eerstejaars ZW-beoordeling heeft verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek plaatsgevonden. Vervolgens heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder 'Procesverloop'.
Standpunten van partijen
3.1
Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat [eiseres] met ingang van 17 juni 2024 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering. Het UWV acht [eiseres] met haar beperkingen nog in staat functies te vervullen waarmee zij meer dan 65% kan verdienen van het inkomen dat zij verdiende in haar werk als allround medewerker voor gemiddeld 31,8 uur per week. Het UWV heeft daarbij gewezen op het rapport van 23 mei 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en het rapport van 17 juli 2025 van de arbeidskundige bezwaar en beroep.
3.2
[eiseres] stelt, kort samengevat, dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met haar beperkingen. Zij heeft eind 2022 een hartinfarct gekregen en is daardoor uitgevallen. Het herstel leek goed te verlopen, maar in 2023 namen haar klachten weer toe. Zij is nog steeds onder behandeling van specialisten. Het dagverhaal van [eiseres] kenmerkt zich door veel rust nemen. Langdurig activiteiten ondernemen lukt haar niet. [eiseres] acht zich meer beperkt dan aangenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Zij acht zich met name aangewezen op een urenbeperking als gevolg van een stoornis in de energiehuishouding. Zij heeft hierbij gewezen op de standaard 'Duurbelastbaarheid in arbeid'. Zij acht zich niet in staat de geduide functies te vervullen.
3.3
Het UWV ziet in het aangevoerde geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen.

Beoordeling door de rechtbank

4. Ingevolge artikel 19aa van de ZW, voor zover hier van belang, heeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte recht heeft op loon, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld indien de verzekerde:
a. ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, als bedoeld in artikel 19 en Pro
b. als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
De medische grondslag
5. Het beroep van [eiseres] richt zich met name tegen het niet aannemen van een urenbeperking. Een urenbeperking komt eerst aan de orde, indien met het vaststellen van (andere) beperkingen niet voldoende recht kan worden gedaan aan de aanwezige mogelijkheden en beperkingen.
5.1
De primaire arts heeft geen aanleiding gezien voor het aannemen van een urenbeperking, aangezien er geen sprake is van een verstoring van de energiehuishouding (normale linkerventrikelfunctie), geen verminderde beschikbaarheid voor arbeid als gevolg van intensieve behandeling en geen reden voor een preventieve urenbeperking. Wel is [eiseres] ongeschikt voor avond- (na 22:00 uur) en nachtwerk, gezien haar cardiovasculaire kwetsbaarheid.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft overwogen dat de status na het myocardinfarct tot uiting komt in de aangenomen beperkingen op de beoordelingspunten ‘perioden van het etmaal’ en ‘overige beperkingen ten aanzien van werktijden’. Uitgaande van de standaard 'Duurbelastbaarheid in Arbeid' is er geen sprake van een verminderde beschikbaarheid, aangezien zij op de datum in geding geen intensieve therapie of dagbehandelingsprogramma heeft. Een duurbeperking is mogelijk als er vanuit een ernstige aandoening een zodanig laag energieniveau is dat rusten overdag medisch noodzakelijk is. Uit preventief oogpunt kan een beperking worden aangegeven als iemand de neiging heeft (eventueel vanuit de combinatie van de ernst en de aard van de aandoening) zichzelf systematisch fors te overbelasten, terwijl dit ernstige consequenties heeft voor de gezondheid. Deze situaties spelen bij [eiseres] niet. Er is geen gezondheidsschade te verwachten, indien [eiseres] zich gaat belasten conform de opgestelde FML.
5.2
De rechtbank is van oordeel dat de beschikbare gedingstukken geen aanleiding geven tot twijfel aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep over de belastbaarheid van [eiseres] per 17 juni 2024. Die conclusies zijn ook voldoende gemotiveerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zich gebaseerd op dossieronderzoek, op de bevindingen van de primaire arts, die [eiseres] op haar spreekuur heeft gezien, op haar eigen bevindingen tijdens haar spreekuur, op het dagverhaal van [eiseres] en op medische informatie van de huisarts en van de cardioloog en is daarmee zorgvuldig te werk gegaan.
5.3
Dat [eiseres] zich aangewezen acht op een urenbeperking, betekent niet zonder meer dat ook een urenbeperking moet worden aangenomen. Van belang is immers niet alleen wat zij ervaart, maar wat objectief medisch als gevolg van ziekte of gebrek is vast te stellen.
De FML bevat beperkingen op de beoordelingspunten ‘perioden van het etmaal’ en ‘overige beperkingen ten aanzien van werktijden’. Er is geen reden om aan te nemen dat deze beperkingen niet voldoende zijn. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat [eiseres] geen medische informatie in geding heeft gebracht, waaruit moet worden afgeleid dat zij is aangewezen op een urenbeperking.
5.4
Het UWV heeft dan ook kunnen uitgaan van de belastbaarheid, zoals vastgelegd in de FML van 19 april 2024.
De arbeidskundige grondslag
6. Uitgaande van de FML van 19 april 2024 is het aannemelijk dat [eiseres] met ingang van 17 juni 2024 in staat is om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (SBC-code 111180), medewerker postverzorging (intern) (SBC-code 315140) en controleur, tester elektrotechnische apparatuur (SBC-code 267060) te vervullen. In het resultaat functiebeoordeling en in het rapport van 17 juli 2025 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd waarom de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geen overschrijdingen opleveren van de belastbaarheid van [eiseres] op de in geding zijnde datum.

Conclusie en gevolgen

7. Het voorgaande betekent dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat [eiseres] met ingang van 17 juni 2024 in staat is met arbeid meer dan 65% te verdienen van het inkomen per uur dat zij verdiende in de maatgevende arbeid van allround medewerker sorteren voor gemiddeld 31,8 uur. Het UWV heeft de ZW-uitkering van [eiseres] daarom terecht met ingang van deze datum beëindigd.
8. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
9. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Ook krijgt [eiseres] het door haar betaalde griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
W. Veldman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.